Meneer Janeu

Meneer Janeu

Wat als God zijn biezen pakt

[Recensie] “En of, wat een hitte!” De veertienjarige Steeny ontwaakt uit zijn middagdutje. Rond het Noord-Franse dorp Fenouille liggen de weilanden waar de beesten zijn, “de lange Vlaamse koeien met hun droeve ogen’” Het zindert tussen de houten lamellen van het huis in de laan met de hoge linden. Steeny leeft in een gouden kooi van zachtmoedigheid: zijn moeders pantser.

Lees verder...