, Artikel door:
Auteur(s) boek:

A Chinese journey – The Sigg collection

Tussen stilte en spektakel

Reisleider Uli Sigg brengt je naar een nog vrijwel onbekende wereld bestaande uit overdonderende en ontroerende kunstwerken.

[Recensie] Moderne kunst uit China is tot nu toe weinig te zien in Nederlandse musea. Ai Weiwei had een tentoonstelling in Tilburg, Cai Guo-Qiang in Maastricht. De overzichtstentoonstelling A Chinese journey in het voorjaar van 2018 was alleen daarom al een goed initiatief van het Noordbrabants Museum, maar bovendien leidde deze ontdekkingstocht naar een bijzonder rijke wereld, met prachtige vondsten in het spectrum spektakelstukken, verstilde werken en genuanceerde politiek-maatschappelijke kanttekeningen.

Het museum in ’s-Hertogenbosch putte uit de collectie van de Zwitserse verzamelaar Uli Sigg, die jaren in China heeft gewerkt. Hij vertegenwoordigde er vanaf 1977 de liftfabrikant Schindler en was van 1995 tot 1998 ambassadeur voor zijn land. De liberalisatie die Deng Xiaoping vanaf 1978 doorvoerde bevrijdde beeldend kunstenaars van het socialistisch realisme in dienst van de staat en het is bijzonder om te zien hoe dat in veertig jaar heeft geleid tot een krachtig zelfbewustzijn. Sigg, die vanaf het begin contact zocht met kunstenaars, begon aan te kopen in de jaren negentig toen Chinese kunstenaars een eigen taal ontwikkelden. Omdat er niemand was die systematisch en in de breedte moderne kunst verzamelde, ook de weinige Chinese musea niet, nam hij die taak op zich. Zijn collectie heeft zo’n status opgebouwd dat de kunstenaars erin worden beschouwd als behorend tot de canon van de hedendaagse Chinese kunst. In 2012 gingen 1.500 werken, merendeels als schenking, naar het Hong Kongse museum in oprichting  M+.  Sindsdien koopt hij meer naar eigen smaak. De werken op de Bossche tentoonstelling zijn alle uit deze eeuw en voor zeker de helft van na zijn schenking, zodat we kunnen aannemen dat ze een weergave zijn van Siggs voorkeuren. Zijn smaak is breed: schilderijen, grafisch werk, beelden, computergestuurde installaties, foto’s, video’s… kortom het volledige terrein van de moderne kunst.

Technisch Weekblad

In de realistische schilderijen zijn de sporen van de oude staatskunst nog zichtbaar. ZaoBandi (wiens portret van Uli Sigg de cover van de catalogus siert) en Feng Mengbo zijn allebei in de jaren zestig geboren en ze hebben Mao’s Grote Sprong voorwaarts in de jaren zeventig,met bijbehorende propaganda, bewust meegemaakt. Hun werken zijn vaak politiek getint, maar getuigen juist van de vrijheid van de kunstenaar.

Zao Bandi levert subtiel commentaar op wat China’s eigen vorm van (dictatoriaal) kapitalisme kan worden genoemd, bijvoorbeeld in het grote doek ‘China Lake C.’, waarop jonge, goedgeklede feestvierders met het glas in de hand midden in een poel staan. Zao brak eerder door als Pandaman, met zijn absurde foto’s waarop hij zichzelf afbeeldt in gesprek met een pluche panda. Die cartooneske trek is herkenbaar in zijn schilderijen van de laatste jaren.

Feng Menbo geniet, ook in het Westen, bekendheid met zijn digitale werken op basis van computergames, zoals Long March: Restart, verwijzend naar de ontsnappingstocht van de communisten in 1934-’35. Op de tentoonstelling en in de catalogus is hij vertegenwoordigd met onder meer Two Great White Sharks waarop Noord-Korea’s Kim Jong-un aan de rand van een bassin kijkt naar – jawel – twee grote witte haaien. Het past zo in de eindeloze serie propagandafoto’s Kim Jong-un kijkt naar… Boeiender is het traditionele Chinese berglandschap dat hij – op instigatie van Sigg – met behulp van de computer maakte.

Een volgende generatie kunstenaars zocht een andere weg. Kunst moet vrij zijn, los staan van politiek, zoals Liu Wei (1972) in een interview zei. Zijn Bossche bijdrage is een prachtige weergave van het Potala- of Rode Paleis, het voormalige onderkomen van de Dalai Lama in Tibet, opgebouwd uit aan elkaar genaaide  stukken ossenhuid. Met de titel Don’t Touch! wordt het toch moeilijk om er helemaal geen politieke verwijzing in te zien.

In de serie spektakelstukken hoort ook het fascinerende None, #20: het getal pi weergegeven met dotten verf uit de slagroomspuit. Li Zhenwei kleurde een doek van twee bij zes meter op regelmatige wijze met oranje en drie tinten rood. Overdonderend is Tsang Kin-Wah’s ‘Second Seal’: een tentoonstellingsruimte waarin langs de muren een groeiende vloed van teksten (“THE PURIFICATION, THE LIBERATION, AND THE EXTENSION OF ANIMAL BEHAVIOUR”) zich naar beneden beweegt, terwijl geluid als van een aanzwellende regenbui weerklinkt, tot de zaal baad in rood licht. Een ervaring die moeilijk in een plaatje te vatten is en waar de catalogus niet veel meer kan bieden dan documentatie.

Aan de andere kant staan de verstilde werken die teruggrijpen op oude tradities als taoïsme, boeddhisme en confucianisme, zoals Song Painting van Li Xi. Ze gebruikt kalligrafische technieken om haar eigen innerlijke beeld van de natuur weer te geven. Haar abstracte werken doen denken aan dat van de Franse, in China opgeleide Fabienne Verdier. Ook Qiu Shihua maakt landschappen, maar hij overschildert die vervolgens met een dunne lagen witte verf. Hij doet dit na een diepe meditatie en vraagt van de kijker een volledige staat van ontspanning en leegte om tot de essentie van het beeld te komen.

Spektakel, stilte en politiek lijken te sublimeren in The Tank Project van He Xiangyu. Uit het beste en duurste Italiaanse leder liet hij dertig assistenten een jas voor een tank in elkaar naaien. Het roept direct een associatie op met Tank Man die in 1989 bij de studentenprotesten op het Plein van de Hemelse Vrede een tank tot stoppen dwong, maar He wijst die link af. Het gaat hem, net als Li en Qiu, om het proces dat tot het werk heeft geleid. Met de energie en de uren die hij en zijn mensen in deze jas hebben gestoken, hadden ze ook een echte tank kunnen bouwen.

In de inleiding van de catalogus gaat Svetlana Kharchenkova (Universiteit Leiden) uitgebreid in op de ontwikkeling van de Chinese kunstmarkt en kunstinstituties de laatste veertig jaar. Juist omdat deze tentoonstelling in veel opzichten een eerste kennismaking is, zou je meer aan de hand genomen willen worden in dat wat Sigg fascineert: de eigenheid van Chinese kunst en het onderscheid met Westerse kunst. Ook al heeft bijvoorbeeld Ai Weiwei in 2011 ruim twee maanden vastgezeten, de beeldende kunst heeft relatief niet veel last van censuur, in vergelijking tot bijvoorbeeld de media. Kharchenkova verklaart dat onder meer doordat China de economie wilde hervormen van productie naar innovatie en daarom het belang van creativiteit erkende. De nieuwe grote leider Xi bekritiseerde echter in 2014 kunst om de kunst, en stelde dat kunst weer een dienende rol moet krijgen, in het bijzonder om positivisme en schoonheid te verspreiden. Nu Xi zijn machtspositie verder heeft versterkt, is het te hopen dat het niet blijft bij deze eerste kennismaking, dat kunstenaars de ruimte blijven krijgen om hun werk te maken, en Nederlandse musea de kans nemen om overzichtstentoonstellingen te maken van vele van deze indrukwekkende artiesten.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub  van Alles

Titel

  • A Chinese journey – The Sigg collection

Auteurs

Vertaler

Genre

ISBN

  • 9789462582583

eBook ISBN

Uitgeverij & Jaar

  • WBOOKS 2018

Aantal Pagina's

  • 144

Beoordeling:

  • (3 )

Boek aanschaffen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Recente artikelen:

Jheronimus Bosch
De aquarel
Dutch mountains – Francine Houben/Mecanoo architecten

Bestellen

Op zoek naar een boek? Bestel het hier.
Zo steun je De Leesclub van Alles