, Artikel door:

Barends & Pijnappel fotocollectie

Een verworven subjectieve smaak

[Recensie] Grafisch vormgever Henrik Barends en zijn vrouw, vertaalster Anneke Pijnappel, hebben naast hun kleine uitgeverij Voetnoot ook een fotogalerie. Van daaruit legden ze een verzameling fotografie aan. Een riante keus uit hun meer dan 500 foto’s tellende collectie bundelden ze in een kloek boek, waarbij de goede smaak vrolijk met voeten getreden wordt.

‘An acquired taste’ is de diplomatieke Britse uitdrukking voor een, nogal van het grote gemiddelde, afwijkende smaak. Eenmaal eraan gewend wil de zelf verklaarde fijnproever niets anders meer. Anderen zullen er met een scheef oog naar blijven kijken.

Ook Anneke Pijnappel en Henrik Barends koesteren hun ‘verworven smaak’ bij het exposeren en verwerven van fotografie, waaronder veel van Tsjechische makers. Dat ze hun Antwerpse galerie naar Charles Baudelaire noemde, heeft zo zijn redenen.

Allereerst omdat zij als uitgever Voetnoot het lumineuze idee hadden de nooit eerder integraal vertaalde kunstkritieken van Baudelaire uit te brengen. En ten tweede omdat Baudelaire bepaald kritisch tegenover de fotografie stond. In 1859 hekelde hij als scherp kunstcriticus, de toen twintig jaar jonge “fotografische industrie als toevluchtsoord voor mislukte kunstenaars, die te weinig begaafd of te lui waren om hun studie af te maken. Fotografie vulgariseert en onttovert, zo gauw zij het terrein betreedt van het niet-tastbare en het imaginaire (alles wat slechts waarde heeft omdat de mens er zijn ziel aan toevoegt.)” In hetzelfde essay uit De Salon van 1859 verklaarde  Baudelaire zijn afkeer van de toen ook al alle kanten opgaande ‘fotokunsten’ nader: “…malle verkleedpartijen en pornografische scènes die op goedkope wijze de afkeer van het volk voor geschiedenis, toneelkunst en schilderkunst verbreiden.”

Technisch Weekblad

Het zal geen toeval zijn dat Barends/Pijnappel juist voor dit soort (anti?)fotografie een zwak hebben. Ze lijken hiermee de fotograaf Steef Zoetmulder te volgen die in opdracht keurige objectieve fotografie maakte, maar in zijn vrije werk lustig experimenteerde met surrealistische dubbeldrukken. Ook Emiel van Moerkerken en Willem Frederik Hermans speelden op vergelijkbare, maar mildere manier met de werkelijkheid.

Voetnoot maakt als uitgeverij voor het Maria Austria Instituut, een fotografenarchief, mooie fotoboeken van naoorlogse klassiek-moderne fotografie met een hoog nostalgisch karakter. Gaandeweg ontstond een fotocollectie die daar juist geheel mee contrasteert.

De malle, soms wat pornografische verkleedscènes – waar Baudelaire het over heeft – komen we tegen op de geënsceneerde fotografie van Paul de Nooijer, waarvoor hij zijn hele gezin laat opdraven. Met de mogelijkheden van het huidige Photoshop maakt De Nooijers even geknutselde als gekunstelde werk een gedateerde indruk als typisch jaren 80-90. Maar dat kan over weer een jaar of tien weer juist in het voordeel werken en we er een duidelijk tijdsbeeld in gaan  zien. Bij de Tsjechen uit de verzameling, voortkomend uit de Tsjechische letterkundereeks, lijkt de tijd te zijn stilgezet. De erotische (zelf)portretten komen duidelijk voort uit het verborgene van voor de Fluwelen Revolutie.

Dwars als hij is plaatst Barends ook een negatieve recensie over dit soort werk – van Merel Bem – die hij uiteraard hartgrondig verwerpt: “Een bewerkte foto kan mooi zijn, maar kan mij niet zo van mijn stuk brengen als een goed, niet gemanipuleerd beeld. Dan denk ik: ‘Dat heeft die fotograaf goed gezien! Bij gemanipuleerde foto’s denk ik dan: Ja dat kun jezelf maken’.” Nou: nee dus. Maar doet er niet toe.

De collectie bevat ook fotografen met realistische standpunten zoals Paul Flemming. Hij fotografeert op hun hoogte. Dat levert werkelijk verrassende beelden op. Vervreemdender ogen Wouter van Riessens zelfportretten met een poppenkop op.

Sereen conceptueel – maar ook tegen het saaie aan – zijn de sequentie-foto’s van Michel Szulc Krzyzanowski: weer typisch jaren ‘70. Vroeg werk van Ruud van Empel, die schijnbaar realistische portretten helemaal uit fragmenten opnieuw construeert.

Oplettende lezers en kijkers zien een aantal foto’s voorbijkomen waarvan Barends ooit een beeldbepalende omslag maakte. Ook blijkt het paar zelf niet te beroerd om alleen of samen te poseren, met alle schaamte voorbij. Met tegen de 770 pagina’s vraag je je af of het niet iets minder – en een strengere selectie – gekund had. Maar als Barends iets doet, doet hij ook goed. Daar is hij een prettige dwarskop in.

Eric Min verwoordt het zo in zijn inleiding: “Wat deze foto’s gemeen hebben, is dat ze iets afbeelden dat gezien wil worden, al hoeft het niet eens te ‘bestaan’ in de klassieke betekenis van dat begrip. We kunnen de foto’s van deze collectie vooral lezen en begrijpen als taferelen die zich voornamelijk in een hoofd afspelen en er niet altijd een existentie in de buitenwereld op nahouden. In die zin zijn het tot stilstand gekomen en gestolde gedachten, veeleer vruchten van de verbeelding dan van het gretige kijken van de man of vrouw die de camera bedient. We bevinden ons in een universum waar de cameratechniek niet meer is dan een hulpmiddel en het documentaire element bijna geheel is verdwenen.” Die zit.

Voor het eerst gepubliceer op De Leesclub van Alles

Titel

  • Barends & Pijnappel fotocollectie

Vertaling van

Auteurs

Genre

ISBN

  • 9789491738319

Uitgeverij & Jaar

  • Voetnoot 2017

Aantal Pagina's

  • 740

Beoordeling:

  • (3)

Boek aanschaffen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Recente artikelen:

Niemand dan wij
Denkbeelden
Lartigue, l’elegance photographique

Bestellen

Op zoek naar een boek? Bestel het hier.
Zo steun je De Leesclub van Alles