, Artikel door:
Auteur(s) boek:

Via Capello 23

(INTERVIEW) Christiaan Weijts: ‘Een roman mag niet volmaakt zijn’

De zon brandt op het glazen dak van de oranjerie van het Broelmuseum in Kortrijk. Het is zondagochtend in West-Vlaanderen, de kerkklokken luiden, en ik ga Christiaan Weijts interviewen voor een goedgevulde zaal van plaatselijke literatuurlezers met opvallend veel jonge gezichten. We zijn uitgenodigd door Het Penhuis, dat hier vijf keer per jaar literaire ontmoetingen organiseert. De drankjes staan al koud – geen ‘zondagvoormiddag’ zonder aperitief –, maar we zijn hier natuurlijk in eerste instantie voor de literatuur, voor Weijts en zijn romans. En die voeren ons overal, van Scarlatti en Shakespeare tot amateurpornografie.

Julia’s balkon

De gastheer van Het Penhuis introduceert Weijts als een van de meest authentieke jonge prozaschrijvers uit ons taalgebied. Hoe kijkt de auteur daar tegenaan, vindt hij zichzelf authentiek? ‘Authenticiteit suggereert dat iets echt is, en dat is gek als je het over fictie hebt. Maar wat er hier waarschijnlijk mee wordt bedoeld is dat mijn boeken gepassioneerd, bezield, “echt” zijn.’ Op authenticiteit is moeilijk de vinger te leggen, maar Weijts probeert in ieder geval niet gekunsteld over te komen. ‘Ik houd niet van proza dat helemaal dichtgetimmerd is. Er moeten nog wat rafels aan zitten. Slauerhoff, een van mijn favoriete dichters toen ik een jaar of zestien was, paste soms expres iets aan als het te metrisch klonk.’

De vraag over authenticiteit kwam niet zomaar uit de lucht vallen: wat authenticiteit nu precies is, is een van de belangrijkste ’vragen die Weijts’ tweede roman Via Cappello 23 (2008) oproept. ‘Niet voor niets speelt het verhaal zich voor een deel af in Venetië, een stad die zulke vragen als geen ander oproept. Iedereen zoekt daar naar authentieke Venetiaanse sferen en gerechten. De Venetianen weten dat, en gaan daar ook weer mee spelen.’ Het boek begint met een journalist die een reportage maakt over een gondeliersstaking. ‘Ze liggen in de clinch met de vrachtboten, die hard willen varen om de winkels en hotels te bevoorraden. Maar dat veroorzaakt hoge golven en de gondeliers protesteren dat ze dan omslaan. Deze staking heeft echt plaatsgevonden en ik zag het meteen als een symbolische strijd tussen de voortschrijdende commercie en dat wat authentiek zou zijn: de gondeliers.’

De Via Cappello 23 bevindt zich echter niet in Venetië, maar in Verona, waar het idee voor de roman ook ontstond. ‘Op dit adres vind je een binnenpleintje en een balkon. Dit het huis van Julia Capuleti, het decor van Shakespeare’s Romeo and Julia.’ Een monument dus voor twee mensen die nooit hebben bestaan? ‘Hier heeft de fictie het gewonnen van de werkelijkheid. Het is een heilige, maar tegelijk banale plaats: busjes Japanners worden uitgeladen – hup, foto maken –, en ze gaan weer terug.’

Jouw website in drie weken live. Kijk wat er mogelijk is en neem contact op www.twindigital.nl

Authenticiteit heeft volgens Weijts iets paradoxaals. ‘Talloze restaurantjes hangen bordjes uit: “de authentieke Venetiaanse keuken”. Dat spreekt mensen aan. Maar in dat soort restaurants moet je juist niet gaan eten, helemaal als het er in het Engels staat.’ Authenticiteit bestaat dus niet? ’Alleen als constructie. Als je jezelf authentiek verklaart, is het daarmee over. In een écht authentiek restaurant hangt er niets aan de muur, dan is er niet eens een menukaart.’

Shakespeare over peepshows

Dat verlangen naar het echte lijkt iets typisch van nu – de Maand van de filosofie 2011 stond ook in het teken van ‘Het echte leven’. Vindt Weijts het belangrijk als schrijver dicht op de moderne maatschappij te zitten? ‘Dat gebeurt niet bewust. Er komen weliswaar Hotmail-accounts, sms’jes en peepshows in mijn boeken langs, maar tegelijkertijd zou je kunnen zeggen dat ik me meer dan anderen met het verleden bezighoud: de beginachttiende-eeuwse componist Scarlatti, renaissancekunstenaar Titiaan… Het is interessant om te zien dat wat wij denken dat nieuw is, al heel lang bestaat.’ Kortom, die hang naar authenticiteit had Titiaan ook al.

Ook voyeurisme is niet per se iets moderns. ‘In de memoires van Casanova zitten passages waarin hij wordt ontboden door een adellijke dame op Murano. Hij bedrijft met haar de liefde, terwijl haar man zich achter een kijkgat in de kledingkast verscholen houdt. Dat is precies wat nu op internet gebeurt: iedereen plaatst filmpjes en bekijkt elkaar. De mechanismes zijn hetzelfde, alleen gebruiken we andere technieken.’

Weijts vindt het romantechnisch spannend om het heden met het verleden te verbinden. ‘Als je een geschiedenis van Titiaan parallel laat lopen met een verhaal van nu, dan krijgt een roman meer ruimte. Er ontstaat een optische illusie, alsof je eeuwen omvat waarin er van alles meetrilt. Dat doet mij meer dan een verhaal dat alleen maar nu speelt.’

Boeken zijn volgens Weijts altijd met andere boeken verbonden. ‘In de renaissance was het veel gebruikelijker dat je dat liet merken. Shakespeare grijpt met Romeo en Julia terug op een Frans verhaal, en dat verwijst weer naar Ovidius, en die had het ook weer van een volksvertelling.’ Volgens Weijts zijn verhalen als ‘organismen die door de tijd heen reizen’. Hij verzint ze niet, maar borduurt op oude verhalen voort. ‘Via mijn boek trek ik ze de moderne tijd in.’ Weijts slikt even, en er volgt een verontschuldigend lachje: ‘Niet dat ik me met Shakespeare wil vergelijken, maar ik weet zeker dat als hij nu had geleefd ook over peepshows en porno had geschreven.’

Met een notitieboekje in de trein

Weijts’ romans vertellen niet alleen een verhaal, maar bevatten ook beschouwingen. ‘Ik houd ervan als er in boeken wordt nagedacht. In mijn debuut Art. 285b (2006) gaat het bijvoorbeeld over Scarlatti en zijn techniek van de gekruiste handen.’ Daarbij liggen de handen tijdens het pianospelen dus niet gewoon naast elkaar, maar nemen ze allerlei ingewikkelde posities in. Waarom hij dat voorschreef, is lang een raadsel geweest. ‘Maar mijn hoofdpersoon heeft het opgelost’, zegt Weijts glunderend, met een knipoog: ‘Scarlatti speelde met een zestienjarig meisje, het heeft dus een erotische component. Ik vind het leuk dit soort beschouwingen mee te nemen.’

Weijts maakt er tegelijk een parodie van. ‘Tijdens mijn studie literatuurwetenschap lazen we teksten van Derrida en Foucault. Zij schreven in een bepaalde taal met veel typisch jargon. In Via Cappello 23 legt de kunsthistoricus Arthur Citroen een verband tussen de schilderkunst van Titiaan en amateurpornografie, en dat doet hij in zulke taal: “op ontologisch niveau lijkt er sprake te zijn van…”. Zonder dat duidelijk is of hij het meent. Dat is het mooie van ironie.’

Naast dat wetenschappelijke discours komen er in Weijts’ boeken nog veel meer ‘sociolecten’ voor. ‘Ik ben daar erg gevoelig voor. In de trein luister ik altijd naar hoe mensen praten. Soms schrijf ik ook naarstig mee in mijn notitieboekje.’ Weijts zet een jachtige stem op, en illustreert hoeveel je aan iemands taalgebruik kunt afleiden: . ‘“Top, gaan we doen!”, je hoort direct dat zo iemand van een kantoor komt.’ Allerlei verschillende sociolecten in je boeken verwerken is vast verdraaid moeilijk. ‘Je moet de suggestie wekken dat het echt zo uitgesproken is, terwijl je het zelf bedacht hebt. Die gekunsteldheid moet je onzichtbaar maken.’

De gekste sprongen

We hebben het al gehad over muziek en schilderkunst, en in Weijts’ laatste novelle De etaleur speelt dans een prominente rol. Waarom komen steeds andere kunstvormen in zijn boeken terug? ‘Ik ben helemaal opgegroeid in de muziek: mijn vader speelde contrabas in het orkest van mijn grootvader, die dirigent was. Muziek staat heel dicht bij me en daar keer ik in een toekomstig boek zeker nog naar terug. De schilderkunst in Via Cappello 23 drong zich min of meer vanzelf op.’ De etaleur is geschreven in opdracht van het Nederlands Dans Theater, dat vijftig jaar bestond. ‘Zij zoeken veel samenwerking met andere kunstvormen, ditmaal met literatuur. Ik ben uitgenodigd mee te lopen met het Dans Theater en daarna te gaan schrijven. Dat hoefde niet letterlijk over dansen te gaan, maar iets van die danswereld zou er vanzelf zijn weerslag op hebben.’

Je zou denken dat er geen kunstvorm is die verder van de literatuur staat dan dans. ‘Toch komt er veel overeen. Beide hebben tijd nodig, in tegenstelling tot beeldende kunst of gebouwen die je in een oogopslag ziet. Dans moet het hebben van ritme, ook in taal kun je ritme aanbrengen.’ Weijts heeft van De etaleur een dansvoorstelling proberen te maken. ‘Dansers maken de gekste sprongen en komen toch altijd weer met hun beide benen op de grond. In dit boek begin ik een hoofdstuk soms met hele andere dingen dan waar je denkt dat het verhaal over gaat. Ook al zie je niet direct het verband, later komt het toch weer op zijn plaats.’

Momenteel werkt Weijts aan een roman over een architect. ‘Ik ben daar oog voor gaan krijgen toen ik een huis ging kopen. Dan ga je letten op gevelpartijen, raamkozijnen en schuifdeuren. Ik ben toen gaan lezen over architectuur en de filosofie daarachter.’ Architectuur heeft ontzettend veel raakvlakken met andere disciplines. ‘De hoofdpersoon is actief in de wereld van de kunst, maar hij heeft ook te maken met aannemers, bestektekeningen, bouwvergunningen en de politiek.’

Weijts is al een flink eind op weg met zijn nieuwe roman. ‘Aan het eind van een werkdag tel ik altijd mijn woorden. Laatst had ik er 25.000 precies. Dat was vast een teken van hogerhand dat ik op de goede weg zit.’ Weijts lacht. ‘Maar het mag niet te volmaakt zijn, en ik weet ook niet hoeveel ik ervan ga gebruiken. Ik schrijf nooit van begin tot eind, de eerste zin is nooit wat ik als eerste heb geschreven.’ Voordat de nieuwe roman af is, moeten we volgens Weijts nog wel een dik jaar wachten. ‘Chaotisch’, bestempelt Weijts zijn werkwijze. Want authentiek, dat kunnen we hem beter niet noemen.

Eerder verschenen op Recensieweb

Titel

  • Via Capello 23

Auteurs

Genre

ISBN

  • 9789029573795

Uitgeverij & Jaar

  • de Arbeiderspers 2010

Aantal Pagina's

  • 327

Boek aanschaffen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Recente artikelen:

Cyberstorm
Denial, Holocaust History on Trial
In het museum

Bestellen

Op zoek naar een boek? Bestel het hier.
Zo steun je De Leesclub van Alles