, Artikel door:
Auteur(s) boek:

De behouden tong

Een bijzonder en boeiend verhaal over Canetti’s jonge jaren

[Recensie] Tijdens het lezen van een aantal romans van Iris Murdoch kwam ik de naam Elias Canetti tegen, hij was één van Murdochs minnaars en ik weet dat minimaal één roman aan hem werd opgedragen, Vlucht voor de tovenaar (The Flight from the Enchanter, 1956), het bleek zelfs dat hij model stond voor één van de personages. M’n nieuwsgierigheid werd voldoende geprikkeld om iets meer te weten te komen van deze bekendheid en las De behouden tong, Geschiedenis van een jeugd (Die gerettete Zunge, Geschichte einer Jugend, 1977), het eerste deel van zijn autobiografie. Het beslaat de periode 1905-1921, z’n eerste 16 levensjaren. Het boek is verdeeld in 5 delen waarin elke keer, behalve een nieuw tijdvak, ook een nieuwe plaats van handeling beschreven wordt.
Het begon in Roestsjoek, een plaats in Bulgarije. Daar werd Canetti geboren in 1905 en spelen zijn vroegste jeugdherinneringen zich af. Waarom gekozen is voor de titel wordt meteen verklaard op de eerste pagina. Dat het zijn vroegste herinnering is komt waarschijnlijk door het barbaarse karakter ervan, het is niet zo kindvriendelijk om een klein kind dagelijks te confronteren met “de man met het mes”.
Canetti droeg zijn boek op aan zijn vader, George Canetti, over hem en zijn moeder komen we veel te weten, net als over zijn tijd op school. Een beetje betweterig was de kleine Elias wel, dat hij slim was mocht iedereen weten. Veel van zijn interesses werden met de paplepel ingegoten.
“Maar toen merkte ik op hoe hij zijn hoofd langs de krant bewoog en deed het hem na, achter zijn rug, zonder het blad voor ogen te hebben dat hij op de tafel tussen beide handen hield, terwijl ik achter hem op de grond speelde. Op een keer riep een bezoeker die binnengekomen was, hem aan, hij draaide zich om en betrapte mij op mijn denkbeeldige leesbewegingen. Toen richtte hij het woord tot mij, nog voor hij zich tot de bezoeker bekommerde, en legde mij uit dat het op de letters aankwam, vele kleine lettertjes, waar hij met zijn vinger op klopte. Weldra zou ik ze zelf leren, zei hij, en wekte in mij een onstilbaar verlangen naar letters.”
De autobiografie geeft een mooi tijdsbeeld. Het gist in Europa, het zijn de jaren voor WO I en zijn ouders waren Sefardische Joden. Het geloof speelt een belangrijke rol. Toen één van de gouvernantes – de familie was welgesteld – de kinderen enthousiast maakte voor Jezus, Jeruzalem en de geweldig mooie gezangen die daarbij hoorden, was moeder daar helemaal niet over te spreken.
Er is ruim aandacht voor de literatuur. Vader Canetti geeft zijn zoon klassiekers te lezen die bewerkt waren voor jongeren, maar daar zaten niet de verhalen over Odysseus bij, die leerde Elias later kennen en hij was meteen in de ban van een aantal van de Griekse helden en heldinnen. Niet alle verhalen kwamen even goed over, zo verafschuwde hij Medea, die haar kinderen offerde om Jason te wreken. Z’n moeder stelde hem gerust dat zij dat zeker nooit gedaan zou hebben, zij zou de kinderen meegenomen hebben in de toverwagen.
De jonge Elias weet zich veel te herinneren, dit geeft een gedetailleerde biografie. Voor de lezer uitermate boeiend, ook omdat zijn taalgebruik zo vloeiend is. Door de verschillende tijdvakken, de familie woont in meerdere Europese landen, zijn die herinneringen misschien beter af te bakenen omdat een gebeurtenis zich vaak hecht aan een locatie. Door de diverse verhuizingen moet Elias meerdere talen leren en dat gaat hem erg goed af. Thuis was de voertaal Ladino, een Sefardische taal, maar zijn ouders spraken Duits tegen elkaar als geheimtaal.
Tijdens gesprekken met z’n vader hoort hij dat mag studeren wat hem het beste bevalt. Koopman zoals z’n vader en ooms hoeft hij niet te worden. Zijn vader wilde eigenlijk toneelspeler worden,  maar door z’n kleine gestalte en een vader die zijn zoons in de zaak wilde hebben, ging die wens niet in vervulling. Wat dat betreft gunde hij Elias een vrijere keuze.
Elias’ moeder wordt vroeg weduwe, haar man sterft wanneer ze 27 jaar is, en staat er alleen voor. Zij krijgt, tot groot verdriet van Elias, veel aandacht van mannen. Elias is behoorlijk jaloers en laat dat goed merken. Z’n moeder is geen ongecompliceerde ‘alleen-maar-lieve moeder’. Ze stelt nogal wat eisen aan Elias en wanneer hij als zestien jarige een openbaring meemaakt in Zwitserland – een schitterende passage – verwijt ze hem luiheid omdat hij zo opgaat in het leren op zich. Hij wordt ruw wakker geschud en moet mee naar Duitsland, weg uit het hem zo dierbaar geworden Zwitserland.
Dit boek las ik met veel genoegen. En hoewel ik niet helemaal onbevooroordeeld tegenover Elias Canetti sta vanwege zijn negatieve uitlatingen over, de toen al overleden, Iris Murdoch in zijn autobiografie (2005), wil ik toch de andere delen van de autobiografie lezen. Om meer te weten te komen over zijn leven.
Over de auteur
Elias Canetti (Roese (Bulgarije), 25 juli 1905 – Zürich, 14 augustus 1994) was een Duitstalige schrijver en winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur in 1981. Canetti was de broer van de Franse platenuitgever en theaterdirecteur Jacques Canetti. Elias Canetti was de oudste zoon van een gegoede koopmansfamilie, afkomstig van Sefardische joden. Hij bracht zijn kinderjaren door in Bulgarije en Engeland. Na de vroege dood van zijn vader in 1912 woonde hij met zijn moeder en jongere broers in verschillende Duitstalige landen: Oostenrijk (Wenen), Zwitserland (Lausanne en Zürich) en Duitsland (Frankfurt). In 1924 verhuisde Canetti terug naar Wenen om scheikunde te studeren. In 1929 studeerde hij af als chemicus aan de universiteit van Wenen. Hij heeft echter nooit als chemicus gewerkt. Tijdens zijn jaren in Wenen werden filosofie en letterkunde zijn grootste interesses. Eens geïntroduceerd in de literaire milieus van Wenen begon hij te schrijven. In 1934 huwde hij Veza (Venetiana) Taubner-Calderon (1897–1963). Hun relatie werd omschreven als “dynamisch”: Canetti bleef interesse houden voor relaties met andere vrouwen. Canetti woonde in Wenen tot in 1939. De Duitse inval deed hem en zijn vrouw naar Engeland emigreren waar hij na de Tweede Wereldoorlog bleef. In Londen leerde Canetti de schilderes Marie-Louise von Motesiczky kennen. Ze bleven jaren hechte ‘vrienden’. Veza stierf in 1963 en Canetti huwde in 1971 met Hera Buschor (1933 – 1988). Ze kregen in 1972 een dochter Johannah.
Hoewel hij een Duitstalige schrijver was, leefde Canetti tot halverwege de jaren zeventig in Groot-Brittannië. De laatste twintig jaar van zijn leven woonde hij het merendeel van de tijd terug in Zürich. Canetti stierf 1994 in Zürich en werd daar begraven vlak bij de laatste rustplaats van James Joyce. Als eerbetoon werd op het Livingston-eiland (een eiland van de Zuidelijke Shetlandeilanden) bij Antarctica een berg naar hem genoemd: Canetti Peak.
In 1967 werd hem de Grote Oostenrijkse Staatsprijs toegekend. In 1972 ontving hij de Georg-Büchner-Preis. In 1981 kreeg hij de Nobelprijs voor Literatuur. [Bron: Wikipedia]
Eerder verschenen op metdeneusindeboeken.nl

Titel

  • De behouden tong

Auteurs

Vertaling van

  • Die gerettete Zunge

Vertaler

  • Theodor Duquesnoy

Genre

ISBN

  • 9789029508650

Uitgeverij & Jaar

  • De Arbeiderspers privé-domein 1978

Aantal Pagina's

  • 351

Boek aanschaffen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Recente artikelen:

Maoïstische Memoires
Jaarboek De Zeventiende Eeuw (2019)
De eeuw van mijn moeder

Bestellen

Op zoek naar een boek? Bestel het hier.
Zo steun je De Leesclub van Alles