, Artikel door:
Auteur(s) boek:

Fascism, liberalism and Europeanism in the political thought of Bertrand de Jouvenel and Alfred Fabre-Luce

De empathie van de historicus: de dillema’s van schrijven over fascisten

[Interview] “Als alle fascisten vandaag de dag geüniformeerde mannetjes met snorretjes, en met vreemde ideeën over geweld en antisemitisme waren, dan zouden er heden ten dage maar een handjevol bestaan,” zegt Daniël Knegt, historicus en wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit van Amsterdam. Hij wijst erop dat je zo eenvoudig geen afstand kunt nemen van dit gedachtegoed, omdat de onderliggende ideeën belangrijker zijn dan oppervlakkige stijlelementen. Daarom schreef Knegt een proefschrift (Fascism, liberalism and Europeanism in the political thought of Bertrand de Jouvenel and Alfred Fabre-Luce) waarin hij uitlegt hoe twee vooraanstaande Franse denkers in het midden van de vorige eeuw hun rondgang maakten door diverse ideologieën: fascisme, liberalisme en europeanisme.

Er zijn al heel wat boeken over Franse intellectuelen in de jaren dertig die een hang hadden naar het fascisme.

“Dat klopt. Dit boek is anders doordat het de lijn doortrekt tot halverwege de jaren vijftig. Ik had aanvankelijk ook een veel bredere groep intellectuelen als studieonderwerp, maar zag toen hoe interessant het was om juist te kijken hoe deze mensen zich ontwikkelden voor, tijdens en na de oorlog. Daarbij viel het me op dat deze twee mannen, Bertrand de Jouvenel en Alfred Fabre-Luce, een ongeveer gelijk oplopende ontwikkeling doormaakten.

Overigens zijn er ook tussen hen verschillen. Van de twee is De Jouvenel de wildste. Voor de Tweede Wereldoorlog leidt hij een leven als een playboy en zijn politieke opvattingen zijn al even onstuimig. Fabre-Luce was meer een studeerkamergeleerde en schijnt een stabiel huiselijk leven geleid te hebben. Tijdens de oorlog en meteen daarna vond De Jouvenel zichzelf opnieuw uit. Hij liet een baardje staan en ging zich profileren als een geleerde. Al kort na de oorlog vond hij erkenning in de neoliberale kring die rond die tijd ontstond. Overigens vertoont zijn denken meer continuïteit dan je op basis hiervan zou denken.

Technisch Weekblad

Fabre-Luce veranderde minder. Hij was na de oorlog in Frankrijk een bekend schrijver van extreem-rechtse en later conservatieve boeken en artikelen, maar zijn bekendheid bleef vrijwel beperkt tot Frankrijk en hij werd geen academicus. Overigens heb ik nadrukkelijk geen biografieën willen schrijven. Ik heb me beperkt tot hun politieke ideeën en overtuigingen. Ik vond het interessanter om hun mening over Hitler of De Gaulle goed te onderzoeken, dan hun filosofische gedachten over Plato. Het zijn geen grote systematische denkers. Ze zijn in het tijdvak interessant als politiek denkers, schrijvers en journalisten.

Bertrand de Jouvenel werd geboren in 1903 als zoon van een beroemd diplomaat en schrijver met adellijke wortels en een joodse moeder. Alfred Fabre Luce (1899-1983) was de kleinzoon van een van de oprichters van de bank Crédit Lyonnais. Fabre-Luce baarde al jong opzien door in 1924 een boek tegen het Verdrag van Versailles te publiceren. In die tijd heerste in Frankrijk nog erg de mening dat de Duitsers als enigen schuldig waren aan de Eerste Wereldoorlog en dat het mooi was als ze daar eens flink voor moesten betalen. Fabre-Luce gaf aan dat er meer schuldigen waren geweest, tsaristisch Rusland, maar ook Frankrijk. Het knechten van Duitsland was onverstandig, aldus Fabre-Luce. Het destabiliseerde Europa en stond een duurzame vrede in de weg. Het boek van deze jonge man maakte indruk.”

Voor ons nu zijn dat geen schokkende, extreem rechtse analyses. Integendeel, velen denken daar nu zo over.

“Je moet echter in acht nemen wat er vervolgens gebeurde. Frankrijk onder de Derde Republiek was niet stabiel. Er waren extreem veel regeringswisselingen en hervormingen bleven uit. Een groep jonge non-conformistische intellectuelen, waarbinnen Jouvenel en Fabre-Luce een belangrijke rol speelden, ervoer dit als onwaarachtigheid en slapte. Ze verlangden naar een radicale omwenteling van de bestaande verhoudingen, waar hadden weinig vertrouwen in de programma’s van de Marxistische partijen. Mannen als Fabre-Luce en De Jouvenel keken bewonderend naar de ontwikkelingen in Italië en Duitsland. Ze zagen bovendien het vormen van een grote Europese natie als een voorwaarde voor blijvende vrede. Dat was een ideaal met sterke imperialistische kantjes. Het vechten van de sterke mannen kon worden geëxporteerd naar de koloniën, want Europa zou natuurlijk de wereld beheersen. Met deze idealen vonden ze geestverwanten in Duitsland. Toen daar Hitler aan de macht kwam, bood dat een regeringsvorm die hen meer aansprak dan de slonzige democratie in hun eigen land.”

Het lijkt er op dat 1936 een jaar was waarin ze zich definitief in het fascistische kamp schaarden.

“Toen werden ze beiden lid van de Parti Populaire Français van de voormalige communist Jacques Doriot. De partijorganisatie was op communistische leest geschroeid. Er was bijvoorbeeld een politbureau en daar waren de twee intellectuelen lid van. Ze waren ook zeer actief binnen de partijpers, Jouvenel zelfs als hoofdredacteur van de grootste partijkrant. De stijl van De Jouvenel werd biologisch en soms ook erotiserend van aard, vol uithalen naar buitenlandse bacillen die het nationale volkslichaam zouden bedreigen en verzwakken. Zijn overgave was totaal, ook waar het de antisemitische toon betrof. Wat natuurlijk vooral vreemd is. Zijn moeder was joods.

Na de Duitse inval taant geleidelijk aan het enthousiasme. De Jouvenel was de eerste die aarzelingen kreeg over de mogelijkheden voor Frankrijk om een waardevolle rol te spelen binnen een door Hitler verenigd Europa. Uiteindelijk vlucht Jouvenel in 1943 naar Zwitserland en verblijft daar tot na de oorlog. Fabre-Luce sluit zich aanvankelijk uit Europese overtuigingen aan bij het idee van collaboratie, maar ook hij komt uiteindelijk in botsing met de autoriteiten. Vanaf 1943 wordt hij achtereenvolgens door de Duitsers en door de gaullisten gevangen gezet, en na de oorlog brengt hij ook een kortere periode in Zwitserland door.”

En dan?

“Fabre-Luce had het aanvankelijk moeilijk na de oorlog. Hij heeft zich ook moeten verantwoorden voor de rechter, maar uiteindelijk werd ook hij weer een gerespecteerd politiek commentator.” Hij correspondeerde bijvoorbeeld met de gezaghebbende conservatief Raimond Aron, die in Nederland vooral bekend is om zijn debatten met Jean-Paul Satre.

“Jouvenel correspondeerde ook met Wilhelm Röpke, een Duitser die zich al in de jaren dertig tegen Hitler en zijn regime had gekeerd en die beschouwd wordt als een van de Duitse economen die aan de wieg van het Wirtschaftswunder hebben gestaan. Opvallend daarbij is dat de correspondentie van het Frans overging in het Engels. Daarin zie je iets van de tijdgeest. Collaboratie en verzet werkten samen aan de gedachte van een samenwerkend Europa. Dat werd toen voornamelijk gepromoot vanuit de Koude Oorloggedachte. Men wilde een eenheid vormen tegen het communisme “

De Jouvenel leek helemaal gemakkelijk weer in het centrum van het politiek-economisch discours terecht te komen. Al in 1945 publiceert hij zijn boek Du Pouvior, waarmee hij in bepaalde kringen tot op de dag van vandaag beroemd is.

“Met dien verstande dat hij dit werk aanvankelijk in Zwitserland uitgaf bij een duidelijk fascistisch getinte uitgeverij. Het boek werd in Frankrijk nauwelijks opgemerkt, terwijl het in Engelse vertaling vooral in de Verenigde Staten al gauw een groot succes werd.

Hij raakte betrokken bij de Mont Pélerin Society (MPS) die vanaf 1947 bij elkaar kwam en die gezien wordt als grondlegger van het neoliberalisme. Samenbindende factor was een afkeer van het communisme en de planeconomie. De Jouvenel keek vanuit dat perspectief ook wantrouwend naar de sociaaldemocratische ontwikkelingen in Europa en de ontwikkeling van de verzorgingsstaat. De groep was voor een sterk en samenwerkend Europa.

Van het begin af aan waren de Amerikanen prominent aanwezig in de MPS. Het boek Du Pouvoir wordt nog steeds veel gelezen in conservatieve Amerikaanse kringen, dan uiteraard onder de titel On Power.”

Hoe was het om je lang met deze drie stromingen bezig te houden?

“Ik heb geprobeerd aan te geven dat er, ondanks alle radicale wisselingen, sprake is van een continuïteit die zich over de oorlog heen uitstrekt. Hoewel Jouvenel en Fabre-Luce na de oorlog in een fundamenteel andere context opereren, recyclen ze veel ideeën uit hun fascistische periode. Fabre-Luce, die zich ook na 1945 in extreem-rechtse kringen bevond, deed dat wat openlijker dan Jouvenel, die andere connecties zocht, maar uiteindelijk verschillen hun opvattingen nauwelijks. Ik heb weinig sympathie voor deze twee heren gekregen, maar het is wel interessant om hun denken serieus te nemen, omdat je dan ziet hoe het verbonden is met de wereld van nu.

In bepaalde mate zijn fascisme, neoliberalisme en zelfs ook Europeanisme scheldwoorden geworden, maar ik waak voor het trekken van al te makkelijke politiek bruikbare conclusies uit mijn boek. Ondanks bepaalde interessante overeenkomsten zijn er essentiële verschillen tussen de drie ideologieën. De Europese Unie heeft vandaag de dag een liberaal-technocratisch karakter, maar Europees denken kan zich met allerlei politieke stromingen verbinden, waaronder zeker ook fascisme.”

Daniel Knegt wordt op 14 februari geïnterviewd over zijn boek in het Historisch Cafe, Prinsengracht 96 te Amsterdam. Aanvang 20.00 uur.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van alles

Titel

  • Fascism, liberalism and Europeanism in the political thought of Bertrand de Jouvenel and Alfred Fabre-Luce

Vertaling van

Auteurs

Genre

ISBN

  • 9789462983335

Uitgeverij & Jaar

  • AUP, 2017

Aantal Pagina's

  • 288

Beoordeling:

  • (4,5)

Boek aanschaffen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Recente artikelen:

Brutus of Troy
Moet kunnen
Robots; the 500-year quest to make machines human

Bestellen

Op zoek naar een boek? Bestel het hier.
Zo steun je De Leesclub van Alles