Het dispuut
    , Artikel door:
    Auteur(s) boek:

    Het dispuut

    Vrienden voor het leven

    [Recensie] Weer een filosoof die Reve heeft gelezen, schoot me te binnen bij de eerste zin van Het dispuut: “’Gesteld dat ik een keus heb, dan kan ik iets doen, of ik kan niets doen,’ redeneerde Tristan Oleander bij zichzelf, op een zonnige herfstdag de Keizersgracht op fietsend, ‘maar als ik niets doe, kan ik net zo goed dood zijn, dus doe ik maar iets.’” Niet dat daar iets op tegen is, filosofen of Reve. Integendeel, die combinatie maakt een boek rijker, humoristischer en vooral beter geschreven.

    Dat blijkt. Frölke zet zijn schrijftalent met verve in om het Amsterdamse Studenten Korps van binnenuit te belichten. Als hoofdpersoon Tristan Oleander zich aanmeldt bij het dispuut Multatuli, zet praeses Travaglino meteen de toon: “Sit! Daar op dat kleed. Wacht maar tot ik klaar ben. Je hebt mij ook laten wachten.” Een vernedering die stapsgewijs erger wordt, is al in het eerste hoofdstuk ingezet.

    Terwijl Tristan op het kleed zit, is de praeses zijn comboylaarzen aan het poetsen, en wil ze dan aantrekken, maar dat lukt niet. Hij “…legde zijn voet, met de halflege laars in diens schoot en keek hem aan. ‘Aan die kant duwen, pik, dan trek ik aan deze kant.’” Tristan duwt tegen de laars, de eerste keer lukt het niet, de tweede keer schiet de voet in de laars en stoot de hak van de laars tegen Tristans mond. Een bloedlip is het gevolg. Met de dubbele achterstand die Tristan zo heeft opgelopen, gaat de preases over tot het verhoor. Hij achterhaalt de achtergrond en motieven van Tristan, en meldt dat hij aan de Beschaving deel mag nemen. Als Tristan die voltooit, wordt hij toegelaten tot Multatuli.

    De ontgroening, of eufemistischer Beschaving, ondergaat Tristan met gemengde gevoelens. Eigenlijk is hij mordicus tegen dit soort onzin, maar om erbij te horen moet hij er doorheen. “Groepsdwang maakte dat hij een activiteit die hem tegenstond toch met verve uitvoerde; niet zozeer door de vurige wens erbij te horen, als wel de angst te worden buitengesloten, hetgeen op hetzelfde neerkwam.”

    Frölke zet deze bedenkelijke maar banden voor het leven smedende periode neer in bloemrijke taal. Vernedering, competitie, aftasten van de intellectuele grenzen, drank, algehele uitputting, maar ook vriendschap. Het studentenidioom is een feest: je hoort de ballen brallen: “Ransaap, pak een glas. Ik heb geen zin in jouw narigheid in mijn melk.” Filmisch zijn de dialogen en scenes waarmee we Tristan volgen in zijn introductie in het dispuut. Zachtzinnig gaat dat niet, en dat is ook de bedoeling.

    Tussen de regels schemert telkens de vraag door: waarom dit geweld? Verbaal geweld, fysiek geweld met het ‘zooien’, geestelijk geweld met het vernederen van de nieuwelingen, wat weer geweld doorgeeft naar de volgende generatie af te knijpen nieuwelingen. Een antwoord is er niet, of het moet het rechtvaardigheidsgevoel van Tristan zijn, dat hem uiteindelijk laat ingaan tegen de groepsdruk.

    Dat gebeurt tijdens een groepsreis in Indonesië. Enkele dispuutgenoten gaan te ver in hun ontgroeningsenthousiasme en er gaat iets rampzalig mis. Voor de meeste dispuutgenoten is dat geen probleem – volgens de regels der langgeoefende kunst wordt het incident onder het tapijt gezwabberd en is er slechts “een onfortuinlijk incident” gebeurd. Tristan laat dat gebeuren, maar krijgt later wroeging en gaat op zoek naar gerechtigheid.

    Verhaaltechnisch is dit gedeelte wat zwakker, het maakt de indruk alsof de schrijver nog een spanningsboog in zijn verhaal moest aanbrengen. Stilistisch is het wel in orde, zeker als Tristan het ‘old boys netwerk’ van de ouder geworden dispuutleden bezoekt: schitterende beschrijvingen van de gesettelde boys. De climax speelt de tegengestelde krachten tegen elkaar uit: rechtvaardigheid versus geweld. Zo is dat motto van Nietsche ‘Geweld is het medicijn tegen gekrenkte trots.’ ook weer wat helderder geworden.

    Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

    Titel

    • Het dispuut

    Vertaling van

    Auteurs

    Genre

    ISBN

    • 9789400405448 

    Uitgeverij & Jaar

    • Thomas Rap 2017

    Aantal Pagina's

    • 272

    Beoordeling:

    • (5)

    1 reactie op “Het dispuut

    1. Author’s gravatar Roeland Dobbelaer schreef:
      Ik heb de lol van het studentencorps nooit kunnen snappen. De vriendschappen voor het leven zijn mooi, maar dat kun je ook op andere manieren verwerven. Maar met een zoon die in Leiden bij Minerva is ontgroend toch maar even dit boek gelezen. Ik moet zeggen dat, hoewel ik een aantal keer erg heb moeten lachen, het toch een lange zit vond. Na 100 bladzijden weten we wel hoe de ballen tegen elkaar en de rest van de wereld te keer gaan, althans in dit boek, waar het vooral lijkt te gaan om zoveel mogelijk excessen bij elkaar te zetten. Ik denk dat het corps veel minder schofterig opereert als Het dispuut wil laten zien, hier ligt er zo dik boven op dat het ongeloofwaardig is.

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    Recente artikelen:

    Hoor nu mijn stem
    De wafelfabriek
    Het monster van Essex

    Bestellen

    Op zoek naar een boek? Bestel het hier.
    Zo steun je De Leesclub van Alles