, Artikel door:
Auteur(s) boek:

De man van je leven

Het lijkt verdorie het Theater van de Lach wel

John Lantings Theater van de Lach maakte  in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw furore met de opvoering van kluchten met namen als Nee, schat nu niet en Geen gedonder in het vooronder. Met vaste, hilarisch bedoelde, elementen als overspel, verrassing, vergissing en verwisseling rommelig verpakt in flauwe dialogen en matig tot zeer matig toneelspel. Daaraan moest ik denken tijdens het lezen van de eerste twintig pagina’s van Arthur Japins nieuweling De man van je leven.

[ZIe ook de voorpublicatie op Athenaeum.nl]

Alle ingrediënten voor een inktzwart Theater van de Lach zijn voorhanden:  vrouw is terminaal ziek/man heeft minnares/ vrouw weet dat/ man weet niet dat vrouw weet/ minnares en vrouw lijken als twee druppels water op elkaar/vrouw beraamt plan voor ontmoeting cq confrontatie. Verder spelen een indrukwekkende schelpenverzameling en twee, pardon, drie kreeften ook een bijrolletje. Daar zou iemand als Arthur Japin toch wel iets mee kunnen doen, zou je denken. Zeker als een duister sujet dat we maar de Naderende Dood zullen noemen de regie over dit alles lijkt te hebben als alwetende verteller.

Maar veel verder dan een voortdurend wisselen van de personages van standplaats komt Japin niet:  als Markus en Iris in de woonkamer zijn is Tilly in de keuken; zijn Tilly en Iris in de keuken dan loopt Markus met de hond op het strand; zitten Markus en Tilly op de bank dan rookt Iris een sigaret de tuin. Het lijkt verdorie het Theater van de Lach wel.

Wandelmagazine

Krampachtig grappig

Helaas bedient Japin zich daarbij van soms tenenkrommende zinnen,  wat het zicht op de plot danig belemmert. Vooral de dialogen zijn houterig en Theater van de Lach-achtig krampachtig grappig. Vooral de combi terminaal ziek/overspel bezorgt je als lezer een droge mond. Moet dat nou, denk je, die opgeklopte luchtigheid en lolligheid over een zekere dood en een minnares die in de startblokken staat om het huis van haar minnaar en zijn – naar alle waarschijnlijkheid binnenkort overleden – vrouw naar haar eigen smaak in te richten?

‘Iris was er nog lang niet aan toe zich uit het volle leven terug te trekken, maar om dit hier als vakantiehuis aan te houden was bepaald geen straf.  Dan moest er wel het een en ander gebeuren, want dat behang dat kon niet meer en ook de keuken diende fiks te worden gemoderniseerd, maar dan viel er goed mee te leven.’

Bij tijd en wijle komt uit de losse brij van geforceerd gevatte dialogen de echte Japin naar boven, die we kennen van gedegen romanwerk op basis van intrigerende historische geschiedenissen. Dat is dan met name wanneer de Naderende Dood zich roert:

‘Dat afbouwen per definitie  grimmig moet zijn, is gewoon weer een van de vele onwaarheden die mensen elkaar nabauwen over dingen waar ze bang voor zijn gemaakt en liever niet aan denken. Zouden ze dat durven en zich er af en toe eens een voorstelling van maken, dan zouden ze er later minder tegenop zien.’

Helaas bezondigt deze figuur zich echter ook regelmatig aan betweterig filosofisch gebral:

‘Het is de rauwe werkelijkheid waardoor een mens begoocheld raakt en afdwaalt van de kern, zijn liefde. Grauw hangt de waarheid over het bestaan. De kaalslag van hun redelijkheid leidt de mensen af, weg van hun wezen waarin alles wat gevoeld wordt waar is, en brengt hen op een dwaalspoor. Gesluierd door het alledaagse gaan ze door het leven.’

Enzovoort, en zo verder.

Ook van het vreemde scenario waarin de drie hoofdpersonen om elkaar heen draaien lust de Naderende Dood wel pap en het kan wat hem/haar? betreft niet lang genoeg duren:

‘Waarom zou je midden in een klucht het doek willen laten vallen, wat is in hemelsnaam de haast zolang er ook maar een kastdeur kiert waarachter zich misschien wel iemand schuil houdt in niet meer dan een slipje?’

Helaas zit dat er dus echt niet in, een smakelijk lijk uit de kast. Het gekibbel tussen de drie personages kabbelt voort, net zoals het zeewater op een lome lentedag knabbelt aan het eiland waar alles zich afspeelt. En net zo oppervlakkig zijn ze zelf, die hoofdrolspelers, die in niet veel meer geïnteresseerd lijken dan hun eigen kleingeestige en egoïstische gedachten. Want denk alsjeblieft niet dat Tilly alles bekokstoofd heeft uit grote liefde voor haar overspelige lapzwans Markus. Welnee. Vanaf het moment dat ze wist dat ze belazerd werd had ze nog maar één doel: bij zichzelf blijven.

Misschien had Arthur Japin dat ook beter kunnen doen

Titel

  • De man van je leven

Auteurs

Vertaling van

Vertaler

Genre

ISBN

  • 9789029588454

Uitgeverij & Jaar

  • Arbeiderspers 2013

Aantal Pagina's

  • 252

Beoordeling:

  • (2)

Boek aanschaffen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Recente artikelen:

De geschiedenis van het pad
Heavens on earth – the scientific search for the afterlife, immortality, and utopia
Brief aan mijn vader

Bestellen

Op zoek naar een boek? Bestel het hier.
Zo steun je De Leesclub van Alles