, Artikel door:

Nederland-Bauhaus: Pioniers van een nieuwe wereld

Bauhaus in Nederland

Een van de laatste tentoonstellingen van Boijmans van Beuningen gaat over het de relaties tussen Nederland en het Bauhaus. Na deze tentoonstelling gaat het museum voor een paar jaar  dicht voor een uitgebreide renovatie. De tentoonstelling en catalogus zijn al even uitgebreid. Na sluiting eind mei rest dan nog de catalogus en die biedt veel stof tot nadenken.

[Recensie] Inhakend op de hernieuwde belangstelling voor de verhouding tussen het nationale en het internationale focussen de tentoonstelling en catalogus op de vele dwarsverbindingen tussen de Nederlandse moderne 20e eeuwse architectuur en het Duitse Bauhaus. Tentoonstelling en boek vullen elkaar ook aan. Het boek omvat behalve een overzicht in vier delen van de tentoongestelde voorwerpen ook een verzameling doorwrochte en merendeels boeiende essays over uiteenlopende kanten van de voor de modernistische architectuur invloedrijke Duits-Nederlandse relatie. Nederlandse en Duitse grootheden als Hendrik Berlage, Peter Behrends, J.J.P. (Jacobus) Oud, Walter Gropius,  Theo van Doesburg en Joseph Albers vervullen daarin een grote rol. Ze waren zeker niet de enigen. De lijst grote namen kan moeiteloos uitgebreid worden – van Rietveld, Breuer, Kandinsky, Citroen, Stam evenals  het aantal stromingen, substromingen, scholen, samenwerkingsverbanden, uitgaven , gebouwen en ontwerpen en wat dies meer zij. Alles gecentreerd rond een in omvang betrekkelijk kleine kunstschool in Duitsland die tussen 1919 en 1932 maar dertien jaar bestond en in die tijd maar een paar honderd leerlingen had. Maar wel met wereldomspannende invloed op de ‘moderne beweging in de architectuur.

Wat was nu dat Bauhaus en wat de relatie met Nederland? Je kan het laten beginnen bij de Deutsche Werkbund in 1907, bij de ‘geometrische methode’ van HP Berlage, bij de Turbinehal van Behrends, beroemd icoon van de moderne beweging in Berlijn of bij de zoon van een Berlijnse ambtenaar ergens aan het eind van de 19e eeuw. Het gebeurt allemaal in de catalogus en nog veel meer, maar het lijkt logisch om bij een van de grootste van de ‘modernen te beginnen: Walter Gropius.

In de loopgraven van het keizerrijk

Technisch Weekblad

De in 1883 geboren Walter Gropius is zoon van een architect bij bouwtoezicht van de gemeente Berlijn. was van kinds af aan voorbestemd architect te worden. Hij komt na zijn studie bij de architect Behrens terecht, vestigt zich in 1910 als zelfstandig architect en bouwt een fabriek voor Fagus in Alfeld even ten zuiden van Hannover. Die fabriek uit 1911 wordt wereldberoemd als een van de eerste voorbeelden van moderne architectuur en is sinds 1946 Werelderfgoed. In 1910 ook krijgt Walter Gropius een verhouding met Alma Mahler, waardoor haar huwelijk met Gustav in een crisis raakt. Walter en Alma wisselen ruim 900 brieven uit. Gustav overlijdt in 1911 en Alma en Walter Gropius treden in 1915 in het huwelijk en scheiden in 1920.

Daartussen liggen de frontdienst in de loopgraven van Walter Gropius, de nederlaag van Duitsland, het Bauhausmanifest van Gropius uit 1919 en het Verdrag (de vrede) van Versailles. Voor Gropius is, als voor velen van zijn tijdgenoten, de dood op industriële schaal van de oorlog, een diep ingrijpende ervaring. Het Bauhaus zo kan je zeggen is daar ergens geboren in de loopgraven van het Duitse keizerrijk. Op voordracht van zijn voorganger, de Belgische Art Nouveau architect Henri Van Der Velde, neemt Gropius in 1919 het directeurschap van hem over van de Kunstvakschool in Weimar. Hij is dan 36 jaar oud.

Gropius herdoopt de school tot ‘Bauhaus’. Hij publiceert het bovengenoemde stichtingsmanifest en trekt avant garde kunstenaars zoals Paul Klee en Wassily Kandinsky aan als docenten. Gropius wil met zijn Bauhaus alles anders doen dan tot dan gebruikelijk. Hij wil zowel het handwerk in ere herstellen, als ambitieuzer nog,  werken aan de vormgeving van een nieuwe wereld. In de vormgeving van die nieuwe wereld, spelen de beeldende kunsten, met voorop de bouwkunst – voor Gropius de hoogste vorm van beeldende kunsten, een hoofdrol. Mede dankzij hem, als gedreven en hoog getalenteerd architect, werd het Bauhaus tussen 1919 en 1933 een vernieuwend soort school voor en door vormgevers, kunstenaars, architecten, fotografen.  Zeker in het begin was de school, met mensen als Klee, Kandinsky, Itten, Gropius en dwarsverbindingen naar toenmalige sociale en geestelijke stromingen, in het register van de catalogus komen ook namen als Blavatski en Steiner voor, ook een soort spirituele utopische beweging.

Van Doesburg: eigenzinnig maar onontkoombaar

Het lesprogramma bestond uit een half jaar introductie in vormleer en materiaalkennis en daarna drie jaar uitgebreider verdieping in de kennisvakken daaromheen en de scheppende mogelijkheden van die materialen. Gropius‘ Bauhausmanifest uit 1919 begint met de zin: ‘het doel van alle beeldende kunsten is bouwwerk’. Alles staat – uiteindelijk – in dienst van bouwwerk.

Medeoprichter van ‘De Stijl’ Theo van Doesburg streek tussen 1921 en ’22 in Weimar neer. Hij vond het Bauhaus maar een duffe bedoening en zou er het liefst een bom onder willen leggen. De antipathie was wederzijds want Gropius wilde hem niet als leraar hebben. Desondanks had Van Doesburg , hij gaf elders in de stad zijn eigen cursus, grote invloed. Veel beter was de verhouding tussen Gropius en Nederlandse architecten als J.J.P. Oud en de inmiddels oudere meester H.P. Berlage. Ook de invloed van Rietveld doet zich gelden in een fraaie maar merkwaardige houten stoel uit 1923 van Marcel Breuer – de latere architect van Rotterdamse Bijenkorf. (Foto: Boijmans van Beuningen)

Door verkiezingen in 1924 werd de geldkraan voor het ‘links’ geachte Bauhaus gedeeltelijk dichtgedraaid in Weimar en verhuisde de school in 1925 naar Dessau.

Waar in de eerste – Weimar- periode in onderwijs en ook in producten het ambacht en de ontwikkeling van een nieuwe vormentaal centraal stonden , verschoof dat in de tweede periode in Dessau van 1925 tot 1932 naar meer naar experimenten met industriële productie. Tot 1928 bleef Gropius directeur. Gropius was volgens leidster van het Bauhaus archief in Berlijn Annemarie Jaeggi en volgens curator Simon Thomas, ook een schier geniale marketeer en publiciteitsman voor ‘het product Bauhaus’.

Dat blijkt uit de rij beroemde namen die hij in en rond het Bauhaus samen wist te brengen, Klee, Kandinsky, Schlemmer, Feininger, Moholy Nagy, Johannes Itten, Josef Albers, dat blijkt uit de voortdurende roem van het instituut, dat blijkt uit de aantrekkingskracht op tegendraadse talenten als Van Doesburg. Het blijkt ook uit de voortgaande roem van een instituut dat maar een kleine veertien jaar heeft bestaan en in zijn totaliteit maar een paar honderd studenten telde.

Gropius, Meyer, Van der Rohe

Gropius droeg in 1928 het roer van het Bauhaus aan de Zwitserse, politiek veel linksere, architect Hannes Meyer over als directeur. Meyer wilde produceren voor ‘het volk’ en had weinig op met ‘luxe design’. Van daar ook de nadruk op industrieproductie. Hij legde tevens meer de nadruk op de architectuur als vak en de verbanden met wetenschap. Weer greep de politiek in Meyer werd in 1930 door de burgemeester van Dessau ontslagen.

Meyer werd opgevolgd Ludwig Mies van der Rohe, die maar kort directeur maar die opnieuw een eigen stempel drukte op de school. Lang duurde dat niet. De in 1931 in Dessau gekozen Nationaal Socialisten sloten in 1932 het Bauhaus in Dessau. Het verhuisde als privé-instituut nog naar Berlijn maar moest in 1933 ook daar door chicanes van Hitler’s NDSAP de deuren sluiten. Nu voorgoed.

De deuren gesloten maar daarmee niet de werkzaamheid afgesloten.

Het product ‘Bauhaus’ is binnen het ‘moderne’, de modernistische vormgeving, een aanduiding voor kwaliteit geworden. Dat geldt voor de Nederlanders die er studeerden zoals Paul Citroen, Lotte Stam Beese of Kitty van der Mijll Dekker. Dat geldt ook voor  het niet onaanzienlijk aantal Nederlanders dat er direct of indirect bij betrokken was zoals Van Doesburg en J.J.P. Oud, voor de Nederlanders die er invloed op uitoefenden zoals H.P. Berlage en Gerrit Rietveld of de voormalige leerlingen die kortere of langere tijd in Nederland werkten. (Foto: Boijmans van Beuningen)

Handwerk en systematiek

De hierboven al genoemde Mienke Simon Thomas is hoofdcurator voor Boijmans van de tentoonstelling Nederland-Bauhaus. In die hoedanigheid is ze tevens, samen met designhistoricus Yvonne Brentjens, verantwoordelijk voor de gelijknamige catalogus. Daarin schrijven een twintigtal auteurs ter zake kundige auteurs evenveel boeiende essays over bepaalde aspecten van het Bauhaus en zijn omgeving en de wisselwerking met het Nederlandse.

Voor de liefhebber van architectuur en design zijn de teksten eerder te kort dan te lang  Waren ze langer geweest, was er ook meer plek voor kritische reflectie op de sociaal culturele context  van veel van het werk van ex-Bauhauser geweest. Zo verdient het werk van Mart Stam en Lotte Stam-Beese – latere stadsarchitect van Rotterdam – in de Oekraïne ten tijde van de Stalin’s zuiveringen aldaar, wel iets meer kritische aandacht, zo verdient ook het grote verschil in verdiensten tussen moderne architectuur die vaak prachtige en zeer leefbare gebouwen opleverde en  de modernistische stedenbouw die veelal tot rampen leidde, meer kritische aandacht. Dat neemt niet weg dat zowel catalogus als tentoonstelling pareltjes bevatten.

Mienke Simon Thomas vertelt hoe ze ook nog een keer bij Kunst&Kitsch een theepot voorbij zag komen en toen gelijk de programmamakers appte om contact met de eigenaar te leggen. De theepot staat nu op de tentoonstelling en als de prijs meezit zal Boijmans hem aanschaffen. Vraagprijs €2500. Ze deed nog andere ontdekkingen gedaan in particuliere collecties zoals een mooie tekening van Jan Willem Eduard Buijs die leefde van 1889 tot en die in 1917 een kleine tekening maakt die de tekst ‘’nacht… als ik bouw’ in zich draagt. Maar het merendeel van de collectie van ruim 880 objecten die de materiële substantie van de tentoonstelling vormen zijn systematischer samengebracht. Daar ligt een analogie met het Bauhaus waar ook geprobeerd van vanuit achtereenvolgens verschillende optieken om visie over het hele veld van vormgeving en samenleving te ontwikkelen. Afhankelijk van het schaalniveau lukte dat in meer (bij gebruiksvoorwerpen en architectuur) of mindere mate (bij stedenbouw en planologie).

Intussen is ‘Bauhaus’, bijna een luxe ‘merk’ of ‘brand’  geworden. Maar ‘t heeft historisch de blijvende verdienste dat het de vormgeving van zowel modern hand- en industrieproduct naar een hoger plan heeft getild. Het Bauhaus werkt: in Boijmans en 100 jaar na 1919 nog steeds in de 21e eeuw en de catalogus doet in een aantal boeiende essays verslag van de vele Nederlands – Duitse relaties voor, tijdens en na het Bauhaus. (Foto: Boijmans van Beuningen)

De catalogus eindigt met een terugblik op een andere Bauhaus tentoonstelling ‘50 jaar Bauhaus’ in het Stedelijk museum in Amsterdam in 1968-1969, vijftig jaar geleden dus. Nu anno 2019 is het honderd jaar geleden dat het  Bauhaus in 1919 door Walter Gropius werd opgericht. Bauhaus en de kunstenaars en ontwerpers eromheen zijn een kwaliteitsmerk. In de architectuur en zeker bij de stedenbouw is die reputatie minder onbetwist.  Kritiek was er al eerder, maar die kreeg pas tanden toen critici als Charles Jencks en architecten als Venturi & Scott Brown of Rem Koolhaas in 1977 met boeken als de The Language of Post Modern Architecture, Learning from Las Vegas en Delirious New York zich beraadden over de betekenis van al die ‘oude modernismen’ voor de rumoerige wereld van na mei ’68 waarin het geloof in de superieure modernistische vooruitgang stevig begon te wankelen. Stof genoeg voor een volgende essaybundel, maar eerst even deze lezen.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Mienke Simon Thomas Yvonne Brentjens Nederland-Bauhaus Pioniers van een nieuwe wereld. Met bijdragen van: Mienke Simon Thomas, Christiane Heiser, Sjarel Ex, Herman van Bergeijk, Yvonne Brentjens, Magdalena Droste, Simone Divendal, Hanneke Oosterhof, Petra Timmer, Suzy Leemans en Jan Molema, Flip Bool en Frans Peterse, Dörte Nicolaisen, Frank van Lamoen, Marthe Kes, Caroline Boot, Jeroen van den Eijnde, Marcel Hummelink, Wijnand Galema, Esther Cleven.

De tentoonstelling Nederland ⇄ Bauhaus – pioniers van een nieuwe wereld is tot en met te zien 26 mei 2019

Titel

  • Nederland-Bauhaus: Pioniers van een nieuwe wereld

Auteurs

Vertaling van

Vertaler

Genre

ISBN

  • 9789069183091

Uitgeverij & Jaar

  • Museum Boijmans van Beuningen 2019

Aantal Pagina's

  • 308

Boek aanschaffen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Recente artikelen:

De strijd om de toekomst
De hemelschijf van Nebra
De Republiek der Letteren

Bestellen

Op zoek naar een boek? Bestel het hier.
Zo steun je De Leesclub van Alles