, Artikel door:
Auteur(s) boek:

Spitten voor de vijand

Vele details over Drents strafkamp

Het verhaal van strafkamp Yde en de tewerkstelling in Drenthe

Wil de auteur vooral een persoonlijk verhaal vertellen of feiten benoemen? In de tweede helft komt het goed met deze terechte toevoeging aan de bezettingsliteratuur.

[Recensie] Het teken met de hand – ‘Weg!’ – van zijn helper kon Eelke Dijkstra niet meer redden. Op 14 november 1944 werd hij op zijn onderduikadres in het Friese Bergum opgepakt en meegenomen. Dijkstra was een van de honderdduizend mannen die kort daarvoor waren opgeroepen voor de Arbeitseinsatz: de Duitse bezetter had grote behoefte aan arbeidskrachten om verdedigingswerken te bouwen. Zo moest in het nog bezette Drenthe en Groningen de Assener Stellung worden aangelegd, met onder meer tankvallen, loopgraven en machinegeweerposten.

In Yde werd naast een ‘vrije’ ploeg – mannen die onder meer zelf een kosthuis mochten zoeken – een strafploeg aangesteld, met mannen zoals Eelke Dijkstra, voor het grootste deel afkomstig uit het huis van bewaring in Leeuwarden. Zij werden gehuisvest in de plaatselijke openbare lagere school. Journalist Erik Dijkstra vernam wat zijn Friese grootvader had meegemaakt via het oorlogsdagboek dat die had bijgehouden. Dit dagboek werd voor Erik de aanleiding zich in het onderwerp te verdiepen.

Archeologie Magazine

Onderduiken of melden?
Ondanks dit persoonlijke uitgangspunt zijn de eerste hoofdstukken even doorbijten. Na wat dagboekfragmenten en een schets van het gezin van ‘pake’ Eelke volgt een nogal technisch relaas over de fase van de oorlog waarin deze historie zich afspeelde en van de organisatie van de stellingbouw in Nederland. Dat is deels interessant, zoals details over de Assener Stellung en een beknopte beschrijving van de Organisation Todt, het orgaan dat de dwangarbeid aanstuurde. Maar deels is het ook algemeen bekend of al veel vaker uitgebreid besproken (feiten rond D-Day) of gewoon gortdroog (opsommingen van reorganisaties en bouwafdelingen van de OT en de Nederlandse Arbeidsdienst).

Via het thema ‘duiken of melden?’ vertelt Dijkstra vervolgens over persoonlijke lotgevallen van veelal Friezen in de oorlog, maar die lotgevallen zijn dermate fragmentarisch dat de geschiedenis niet echt tot leven wil komen. De vele kaders met een ‘herinnering’, ‘terzijde’ of ‘persoonlijk’ verluchtigen de pagina’s. Tegelijkertijd worden ze al te springerig, met veel verschillende bronnen, inclusief de auteur zelf. Ronduit storend zijn de vele herhalingen. In een kader wordt iets uitgelegd, waarna het in de lopende tekst nogmaals aan de orde komt alsof dat voor het eerst is. Sommige ‘herinneringen’ lijken bovendien een interpretatie. Bij Eelke is er diens dagboek en de auteur heeft zijn grootvader nooit persoonlijk gekend, maar de kaders staan soms in de vrije indirecte rede:

“Toen Eelke ’s middags ook nog een pakje kreeg van thuis gevuld met tabak en brood voelde hij zich hoopvol. Het kon nu toch niet lang meer duren.”

Foto van de strafploeg
Deze aanpak heeft een hybride resultaat. Wil Dijkstra nu vooral een persoonlijk verhaal vertellen of de feiten benoemen? Wat niet helpt, is zijn soms vlakke schrijfstijl:

“De dagen in strafkamp Yde waren lang en eentonig. De sfeer was vaak dreigend en onvoorspelbaar. Het was noodzakelijk om de sfeer goed te houden.”

Als je in dezelfde alinea vervolgens wordt opgeschrikt door een opvallend incident, blijft het bij een losse mededeling:

“Het liep weleens uit de hand, bijvoorbeeld de keer dat een gevangene tijdens een ruzie met een medegevangene met een spade in zijn buik werd gestoken.”

Verder geen informatie, ook niet over de afloop of gevolgen. Het wekt de indruk dat Dijkstra best wat selectiever met het vele materiaal – getuige het dankwoord en de literatuurlijst – had kunnen omgaan.

Iets soortgelijks gebeurt als Dijkstra halverwege het boek een foto van de strafploeg in Yde ten tonele voert, een indrukwekkend beeld dat ook het omslag siert. Uit het kadertje hierover blijkt dat de auteur deze foto onverwacht toegespeeld kreeg van het ‘slapie’ van zijn pake. Gedetailleerd gaat Dijkstra de gezichten af, geeft er namen aan waar mogelijk, en schrijft dan:

“Zelf ben ik ervan overtuigd het voorhoofd van mijn pake te herkennen.”

En daar stopt de kennisgeving. Terwijl de lezer natuurlijk wil weten aan welk voorhoofd Dijkstra precies denkt: dat ene linksachter? Of toch meer in het midden?

Angst voor het onbekende
Wegleggen dus maar, dit boek? Dat nu ook weer niet. Tussen de vele details slaagt Dijkstra er bijvoorbeeld in de angst voor het onbekende bij de dwangarbeiders invoelbaar te maken. Hoe rijdt de trein na de stad Groningen verder: richting Nieuweschans (de grens over; nog meer angst) of naar het zuiden (Drenthe dus; betrekkelijke opluchting)?

Beter wordt het ook zodra Dijkstra wat langer de draad vasthoudt, zoals over novice Pierre de Grauw, die met andere fraters vanuit Venlo naar het Friese Witmarsum wordt gezonden. De oorlog dwingt hen langer in het noorden te blijven dan gepland en ook zij worden uiteindelijk door de Duitsers opgehaald om een aantal weken te werken. Ze worden ondergebracht in psychiatrische inrichting Port Natal in Assen:

“Het is twee uur ’s nachts, maar er heerst een koortsachtige, surrealistische activiteit. Langs nauwe wenteltrappen worden ze naar zolder gebracht. Er wordt hun een hoek gewezen waar ze hun spullen neer kunnen leggen in het stro. De lucht op zolder is verstikkend. Druppels condens vallen van het plafond. Pierre gaat in de rij staan voor de toiletten. Er zijn er maar twee beschikbaar voor de vierhonderd gevangenen. Twee mannen ondersteunen een derde, als een lijk. Men fluistert: ‘Difterie…’ en laat hem voorgaan.”

En verderop, over de arbeid:

“Buiten moeten ze zich opstellen in rijen van vier, met een spade op hun schouders. (…) Het valt voor de geestelijken niet mee om in hun zware habijten te werken. Ze vallen in het oog en worden continu in de gaten gehouden. (…) Doodmoe, verkleumd, bemodderd en met natte voeten keren ze aan het einde van de middag terug naar Port Natal. Op deze manier gaan ze het geen drie weken volhouden.”

Uitgesmeerd over een paar bladzijden komen zulke individuele ervaringen ineens veel meer tot hun recht. Een ander indrukwekkend verhaal is dat van vijf mannen die wegliepen van hun tewerkstelling bij Norg. Een groot deel van de weg naar huis – in Leeuwarden – leggen ze te voet af en ze kunnen een stuk met een schipper meevaren. In de laatste nacht besluiten ze het schip te verlaten en gauw door te lopen. Maar in de weilanden bij Wijlaarderburen komen ze terecht in een mijnenveld, en daar gaat het mis. De latere woorden van de enige overlevende zijn in hun eenvoud aangrijpend: “Waren we die nacht toch mar in dat skipke bleven.” De impulsieve beslissing viel anders uit, met tragische gevolgen.

Duitse commandanten
Zo komt het in de tweede helft toch nog goed met dit boek. Dijkstra beschrijft een aantal gebeurtenissen die ingesloten waren in het (zeer) regionale geheugen en daarbuiten amper bekendheid hebben gekregen, en weekt ze los uit hun lokale bedding. De verhalen ontstijgen hier bovendien het private, bijvoorbeeld waar Dijkstra een hoofdstuk wijdt aan het Blomquist-bevel. Dwangarbeiders die het werk ontvluchtten, moesten worden gevangengenomen en ter plekke doodgeschoten, waarbij op hun lijk een afschrikwekkende verklaring zou worden geplaatst. Rijkscommissaris Seyss-Inquart trok dit bevel al gauw weer in, maar het was lang genoeg van kracht om enkele malen ten uitvoer te worden gebracht. Dijkstra behandelt deze schokkende gevallen in Noord-Nederland en doet fijntjes de verdere levensloop van twee betrokken Duitse commandanten uit de doeken – de een werd vervroegd vrijgelaten, de ander bleef onbestraft.

Dijkstra’s boek is hiermee alsnog een terechte toevoeging aan de bezettings- en kampliteratuur en is boeiend voor lezers die zijn geïnteresseerd in de Drentse en Friese (oorlogs)geschiedenis. Het maakt ook nieuwsgierig naar Dijkstra’s eventuele volgende onderwerpen, want spitten in de historie, dat kan hij.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Complete dagboek van Eelke Dijkstra en andere herinneringen: www.spittenvoordevijand.nl

Titel

  • Spitten voor de vijand

Auteurs

Genre

ISBN

  • 9789023255802

Uitgeverij & Jaar

  • Van Gorcum 2018

Aantal Pagina's

  • 212

Beoordeling:

  • (3)

Boek aanschaffen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Recente artikelen:

Streeksieraden uit de collectie van het Nederlands Openluchtmuseum
De eeuw van J.L. Heldring (1917-2013)
Op klompen door de dessa

Bestellen

Op zoek naar een boek? Bestel het hier.
Zo steun je De Leesclub van Alles