, Artikel door:
Auteur(s) boek:

Stieg Larssons erfenis

De moord op Olof Palme opgelost

Voor Stieg Larsson was het schrijven van zijn Millennium-trilogie maar bijzaak. Zijn roeping vond hij in het ontmaskeren van extreem rechts – en in het oplossen van de moord op Olof Palme, zo blijkt uit de documentaire roman die Jan Stocklassa over hem schreef.

[Recensie] Is het niet ironisch dat net in Zweden de meest onderzochte en nog steeds niet opgeloste moord op een premier plaatsvond? Op 28 februari 1986, toen Olof Palme in Stockholm op straat werd neergekogeld. 10.225 mensen werden inmiddels ondervraagd, 130 ‘daders’ hebben zich spontaan gemeld en het dossier beslaat maar liefst 250 strekkende meter, wat een normaal mens negen jaar zou kosten om het te lezen. In de zomer van 1988 werd de criminele drugverslaafde Christer Pettersson schuldig bevonden aan de moord, waarna hij in een beroep ging en een paar maanden later wegens gebrek aan bewijzen weer vrijkwam. En dat dus in Zweden, het land dat de reputatie heeft dat alles er op rolletjes loopt en dat misdaad er in feite niet voorkomt.  “In Sweden,” had Donald Trump ongetwijfeld opgemerkt mocht hij toen campagne hebben gevoerd, “Would you believe this? In Sweden.”

En toch gebeurde het daar, op een doordeweekse dag, nadat Palme samen met zijn vrouw en zijn zoon naar de laatavondfilm waren geweest. Ze stonden nog wat na te praten voor de filmzaal en gingen na een paar minuten uit elkaar, de zoon de ene kant op en het koppel de andere. Getuigen merkten hoe er twee mannen voor hen liepen en een achter hen. Security dachten ze, maar Palme had opzettelijk niemand op de hoogte gebracht van zijn plan om naar de film te gaan, dus beveiliging was het niet. Even later stapte een man op de Palmes af. Met zijn Smith & Wesson, een van de krachtigste vuurwapens op de markt, schoot hij een kogel dwars door Olofs ruggengraat, die daarna de longen, de slokdarm en de luchtpijp doorboorde om zijn lichaam weer te verlaten mits het achterlaten van een groot bloederig gat. Olof Palme was wellicht op slag dood. Zijn vrouw Lisbet werd alleen in de schouder getroffen. Na de aanslag wandelde de dader rustig weg en verdween.

Een van de mensen die meteen op de hoogte was van de moord was Stieg Larsson, journalist bij Tidningarnas Telegrambyrå, het belangrijkste persbureau van Zweden. Wij kennen de man als auteur van de Millennium-trilogie die inmiddels wereldwijd al meer dan 80 miljoen keer over de toonbank is gegaan, maar boeken schrijven deed Larsson alleen in zijn vrije tijd. Zijn ware roeping lag in het uitpluizen en blootleggen van extreem-rechtse netwerken, hoe die vervlochten zaten in leger en politie en soms overduidelijk door bijzonder hoge piefen bescherming kregen. Toen Larsson over de moord op Olof Palme hoorde, wist hij daarom meteen wie er achter zat: extreem-rechts, dat de socialistische premier uit de weg wou omdat deze zijn land stukje bij beetje aan het uitverkopen was aan de Sovjetunie.

Wordt Vervolgd

Op zich was dat niet eens zo’n gek idee. Tijdens de jaren 1980 leek extreem-rechts overal in Europa aanslagen en moorden te plegen. In Bologna zat Propaganda 2 achter de aanslag op het station van Bologna die aan 85 mensen het leven kostte. In Spanje wilden Antonio Tejero en zijn aanhangers het Franco-regime weer invoeren en wij kregen te maken met de Bende van Nijvel. Er bestonden Europese netwerken, schreven de kranten, die uit waren op het versterken van de macht van de politie en het leger en een autoritair staatsbestuur voorstonden, en die waren ook in Zweden actief. Larsson wierp zich op dat spoor en liet bij zijn voortijdige dood in 2004 maar liefst twintig archiefdozen materiaal achter aangaande de moord op Palme. Ze belandden in een magazijn tot onderzoeksjournalist en documentairemaker Jan Stocklassa er tien jaar later naartoe werd geleid. Stocklassa opende de dozen en was verbluft door de grondigheid waarmee Larsson te werk was gegaan, als was hij zijn literaire Millennium-held Mikael Blomkvist zelve. Stocklassa volgde de aanwijzingen die Larsson neergeschreven had, trok alle namen na en besefte dat hij op het goede spoor zat. Meer zelfs, als hij verder zou werken op Larssons materiaal kon hij de zaak Palme misschien wel oplossen. En zo niet, dan zat er alleszins een bijzonder spannend boek in, Stieg Larssons erfenis.

Nu waren er wel meer mensen die een redenen hadden om Olof Palme het hiernamaals toe te wensen. De man was niet alleen bijzonder slim, hij wist dat ook zelf en dat maakte hem er niet genietbaarder op. Op nationaal vlak ging hij over de schreef toen hij Ingmar Bergman liet arresteren tijdens een theatervoorstelling op verdenking van belastingfraude. Heel wat anderen joeg hij tegen zich in het harnas door enerzijds voor ontwapening op te komen en tegelijkertijd met de Indiërs te onderhandelen over verdere Zweedse wapenleveringen aan dat land. De weinige mensen die hem uiteindelijk toch nog steunden, keerden hem finaal de rug toe toen uitkwam dat hij de journalist die uitzocht dat Palme betrokken was bij een Zweedse versie van Watergate tien maanden in de gevangenis liet sudderen.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over zijn internationale escapades. Amerika verbrak tot twee keer toe alle diplomatieke relaties met Zweden omwille van Palmes uitspraken over Vietnam. Na Pinochets machtsgreep haalde hij zich de woede van Chili op de hals omdat Zweden al te veel opposanten opnam en hen een forum gaf. Zuid-Afrika haatte hem omdat hij bloed gaf om de strijd tegen apartheid te steunen en de Koerdische verzetsbeweging PKK achtte hem verantwoordelijk voor het gevangenzetten van een aantal van hun leden. Zelfs de Rote Armee Fraktion eiste de moord op omdat Palme al te nauw zou samenwerken met de Duitse overheid bij het bestrijden van het linkse terrorisme.

Stocklassa geeft een overzicht van het onderzoek, wat soms beter het gestuntel zou heten, van de Zweedse politie vanaf het begin. En van de reacties daarop van Larsson. Dit niet alleen door het parafraseren van wat hij in diens notities heeft gelezen, maar ook door brieven en artikels letterlijk weer te geven. De eerste onderzoeksleider, Hans Holmér, bleek bijvoorbeeld heel erg te vinden voor het PKK-spoor, volgens Larsson een beetje verdacht veel in feite. De man sloeg dag in dag uit op diezelfde spijker, tot hij uiteindelijk diende toe te geven dat hij geen meter vooruit kwam en het onderzoek uit zijn handen werd gehaald. Wie weet hoeveel essentiële informatie toen al verloren was gegaan. Tot overmaat van ramp versplinterde het onderzoek daarna naar drie verschillende niveaus, van lokaal tot nationaal, waarbij een primeur halen belangrijker leek dan samen de dader te vinden.

Ook Larsson zat soms op een dood spoor, maar uiteindelijk wist hij wel een aannemelijk en met argumenten gestaafd moordverhaal te brengen. Volgens hem had de moord op Olof Palme te maken met de Iran-Contra-affaire van midden jaren 1980. Daarbij werden door de Amerikanen wapens verkocht aan Iran, waarna de opbrengst doorgesluisd werd naar de contra’s in Nicaragua, die tegen de socialistische sandinista’s vochten. Officieel mocht dat niet, maar wat niet weet, niet deert, dacht Ronald Reagan. Ook Zuid-Afrika deed mee aan deze schimmige zaak en kreeg Iraanse olie in ruil voor logistieke diensten. Zelfs het Zweedse Bofors was in de illegale handel verwikkeld, en daar liep het dus mis. In plaats van een oogje dicht te knijpen steigerde de Zweedse douane toen ze zag dat Bofors wapens zou leveren aan Iran. Olof Palme sprak openlijk schande van dat gesjoemel en haalde zich zo de woede van de CIA op de hals.

In hoeverre deze CIA werkelijk betrokken was bij de uitvoering van wat daarna zou volgen is niet helemaal duidelijk, maar het was de Zuid-Afrikaanse veiligheidsdienst die ingeschakeld werd om Palme voor eens en altijd een lesje te leren. Robbertje zou hangen, werd beslist, en omdat lokale uitvoerders altijd beter zijn dan ingevlogene, zoals de Russen ook weten sinds ze in Salisbury de Skripals probeerden om te brengen met Novitsjok, gingen ze op zoek naar Zweedse partners. Die vonden ze in een paar schimmige extreem-rechtse schietclubs en neonazibewegingen die maar al te graag hun diensten wilden verlenen.

Stocklassa’s beschrijving van de voorbereidingen van de moordaanslag is fenomenaal, ook al omdat je weet dat Stieg Larssons erfenis geen misdaadroman is, maar true crime. De Zuid-Afrikanen deelden het werk op in heel veel cellen, waarbij geen enkele cel op de hoogte was van het bestaan van een andere. De cel belast met het observeren van Olof Palme bestond bijvoorbeeld uit Zweedse veiligheidsmensen. De extreem-rechtse cel die Stockholm kende wist wat er zou gebeuren, maar was ervan overtuigd voor Amerika te werken. En dan was er nog de hulpcel, die op zoek moest naar de man die de moord zou plegen, eventueel gearresteerd zou worden en voor de rest van niets mocht weten, de patsy, zoals zo iemand in vaktermen wordt genoemd.

Wie dat was heeft Stieg Larssen nooit geweten. Hij had vermoedens, maar geen bewijzen. Voortbouwend op Larssons bevindingen vindt Stocklassa die ontbrekende schakel wel, al geeft hij toe dat ook hij geen echt rotsvaste bewijzen heeft. Het ultieme bewijs, schrijft hij, zou natuurlijk de Smith & Wesson zijn waarmee Palme vermoord werd. En dan haalt hij een Marc de Belletje uit. Hij weet waar dat wapen is, schrijft hij, het ligt al sinds 1986 in een kluis. Hij heeft die informatie doorgespeeld aan de Zweedse politie en hij verwacht dat er binnenkort een grote doorbraak zal gebeuren. Laat ons hopen dat ze daar niet weer een Gentse straat voor zullen moeten openbreken.

Eerder verschenen in De Morgen

Titel

  • Stieg Larssons erfenis

Auteurs

Vertaling van

Vertaler

  • Ron Bezemer, Tineke Jorissen-Wedzinga

Genre

ISBN

  • 9789044353938

ISBN E-Book

  • 9789044353945

Uitgeverij & Jaar

  • Hollands Diep 2018

Aantal Pagina's

  • 480

Beoordeling:

  • (4)

Boek aanschaffen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Recente artikelen:

Angst. Trump in het Witte Huis
De islam begrijpen
Gasland

Bestellen

Op zoek naar een boek? Bestel het hier.
Zo steun je De Leesclub van Alles