, Artikel door:
Auteur(s) boek:

Tenenkrommende verhalen

Doet de naam eer aan!

[Recensie] Ik ben hartstikke blij dat we in Nederland de St. Fantastische Vertellingen kennen. In het uitgeeflandschap voor fantastische verhalen voegt zij een nodige dosis durf en excentriciteit toe, zodat naast boeken die geschreven zijn om een groot publiek te trekken of hoge verkoopcijfers te behalen ook de rafelige randen van het genre aan bod kunnen komen, de verhalen die bij meer commerciële uitgevers waarschijnlijk geen plek zouden vinden, vanwege vorm of inhoud. Dit maakt dat ook in Nederland, in de beperkte afzetmarkt die er nu eenmaal is voor genreliteratuur, een grote diversiteit van verhalen kan verschijnen. Verhalen die de lezer uitdagen, die inspireren tot experimenten, die de lezer een ongemakkelijk gevoel geven.

Dat laatste is blijkens de ‘voorgeleiding’ van samensteller Remco Meisner het doel van onderhavige bundel: “Wij doen dit keer niet aan ‘eervol’. We koesteren het beschamende, het gênante, onttrekken dat aan het duister. Plaatsen het in het volle licht.” De verhalen mochten nu eens een keer werkelijk tenenkrommend zijn. Niet doordat ze slecht geschreven zijn (dat is geen enkel verhaal hier) maar omdat ze zo ver gaan in hun plot en karakters dat ze een hoekje omslaan. En de auteurs hebben zich ook laten gaan. Met gruwelijke scenes, karakters die de greep op de realiteit kwijtraken, of die in het open daglicht dingen doen die op zijn zachtst gezegd moreel twijfelachtig zijn. De grenzen van geweld, kannibalisme en seksualiteit (en combinaties daarvan) worden hier geregeld opgezocht en overschreden. Maar dat was de bedoeling en bij mij riepen veel van de verhalen de beoogde gevoelens van walging, verontwaardiging en plaatsvervangende schaamte op. Als je weet dat het de bedoeling is, is dat niet eens zo vreemd (ik denk dat ik eindelijk snap waarom sommige extreme horrorfilms populair zijn). Dit is een boekje dat je afwisselend laat huiveren en onzeker doet lachen. Volgens mij uniek, dus hou je hier wel van of ben je horrorliefhebber, schaf deze bundel dan aan. Voor de prijs hoef je het niet te laten. Ook dat is een sympathiek kenmerk van de producten van St. Fantastische Vertellingen.

Het begint allemaal met Plaaghotel van Eowen Valk, die opent met een wel heel gruwelijke vuilstort en zich vervolgens heerlijk uitleeft op ‘body horror’. Kronkelende wormen haken in op een heel primaire walgingssensatie en die kwam hier mooi naar voren. Ik vond een paar rare zinnen (“Ik nam een flinke slok van het bierflesje” of “mijn weekendtas, die ik ter ere van mijn verjaardag had meegebracht”), maar het gruwelgevoel overheerste. Mijn eigen verhaal viel in gruwelijkheid behoorlijk mee, vergeleken bij de andere, maar had hopelijk voor de lezer wel een naar einde. Frank Rogers verhalen zijn vervreemdend en spelen met de onbetrouwbare waarneming van de hoofdpersonen. Zien ze het goed, of zijn ze niet goed bij het hoofd? Vooral het gevoel zelf als lezer niet te weten wat echt is en wat niet, is tenenkrommend. Zijn tweede verhaal Het wormgat voert dat heel erg door, en als lezer had ik de neiging om uit frustratie tegen de hoofdpersoon te gaan schreeuwen… Dus goed geslaagd. Stille waters was kort en deed me zelf niet veel, om eerlijk te zijn. Mike Jansens bijdragen vond ik wel weer geslaagd, vooral in de mate waarin hij de grenzen van het betamelijke enthousiast overschreed. Ik kan me zo voorstellen dat hij deze verhalen schreef met een brede grijns op het gezicht, omdat hij zich eindelijk eens helemaal kon laten gaan. Beide hebben ze necrofilie als thema, en beide keren wordt de hoofdpersoon op een nare wijze geconfronteerd met de gevolgen van zijn daden. Het idee van het Zompistool wordt ook goed uitgewerkt, vond ik. Reinold Wideman laat een onderzoeker met bijna klinische distantie een gruweldaad beschrijven – hier was de gruwel zelf niet heel origineel, maar werkte het contrast tussen de horror en de toon van de verteller wel heel goed. Resmie Goerdin staat met twee verhalen in de bundel. Het eerste is een interessante ‘slasher’ met een fascinerende rol voor een mobiele telefoon en een gruwelijk misdrijf, het tweede verhaalt over een wel heel bijzonder cateringbedrijf en voldeed volgens mij goed aan het tenenkrommende principe, ook al had ik als lezer nog wel veel distantie en was mijn reactie niet zo primair als bij sommige andere verhalen. Het verhaal van Rik Raven vond ik eigenlijk wat te lang en soms wat warrig geschreven, hoewel ik het wel beeldend vond en ik de psychologische neergang van de hoofdpersoon goed vond weergegeven. En wat is tenenkrommender dan de psyche van een schrijver en de frustratie van het (niet kunnen) creëren? Ik denk echter dat dit verhaal mogelijk ook wel in een ‘normale’ bundel had kunnen staan. Dat geldt niet voor het verhaal van Tom Schoonbaert. Goed geschreven, sterk en met een ijzingwekkende conclusie. Tom Thys doet waar hij goed in is, maar het verhaal lijkt in de toon op de andere verhalen die ik van hem heb gelezen. Hij schrijft uit zichzelf al ‘tenenkrommende’ verhalen en doet hier waar hij goed in is. Een naar karakter krijgt zijn verdiende loon, dat aspect vond ik niet heel tenenkrommend, al vond ik het geweld van ‘normale Antwerpenaren’ wel op een goede, tenenkrommende manier overdreven. Kortom, dertien met zorg geselecteerde verhalen, die als je ze uit hebt op de beste manier een nare nasmaak achterlaten en je ondanks alles laten verlangen naar meer. Van mij mag de Stichting een Tenenkrommende verhalen II uitbrengen!

Geschiedenis Magazine

Eerder verschenen op Hebban

Titel

  • Tenenkrommende verhalen

Auteurs

Vertaling van

Vertaler

Genre

ISBN

  • 9789078499428

Uitgeverij & Jaar

  • Stichting Fantastische Vertellingen 2017

Aantal Pagina's

  • 185

Beoordeling:

  • (3,5)

Boek aanschaffen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Recente artikelen:

Kinderen van de ijstijd

Bestellen

Op zoek naar een boek? Bestel het hier.
Zo steun je De Leesclub van Alles