, Artikel door:
Auteur(s) boek:

Troost in filosofie

Verplichting tot voortreffelijkheid

[Recensie] Eerste Paasdag 2019. We worden opgeschrikt door de aanslagen van moslimextremisten op kerken en hotels in Sri Lanka. De zorgen zijn meteen groot, mijn zwager en schoonzus en hun kinderen zijn op vakantie in het land en logeren die nacht in Negombo, een van de steden waar aanslagen zijn gepleegd. Na een half uur contact zoeken halen we opgelucht adem, ze blijken vroeg in de ochtend al uit hun hotel vertrokken te zijn naar een andere locatie, een natuurgebied in het noorden. Gelukkig, ons blijft verdriet bespaard. Voor vele andere families, in Sri Lanka en daarbuiten, geldt dat helaas niet.

We zouden op weg gaan naar Venray, om er de mis bij te wonen ter nagedachtenis van mijn vader. Deze week is het alweer negen jaar geleden dat hij overleed. Door de zorgen om de gebeurtenissen in Sri Lanka vertrekken we later en missen we helaas de dienst. Vond ik het voorheen vervelend om een katholieke dienst te bezoeken, tegenwoordig staat het me niet meer tegen. Ook de brand in de Notre-Dame eerder die week greep me meer aan dan ik had kunnen bedenken. Naarmate de leeftijd vordert grijpt het gemoed steeds meer terug op mijn katholieke ‘roots’. Op weg naar Noord-Limburg (mijn geliefde rijdt altijd als we op weg zijn; ik lees dan) begin ik in Troost in filosofie van de zesde-eeuwse staatsman en filosoof Boëthius. “Ben wel toe aan een beetje troost…”, denk ik.

Plato

Boëthius was een Neo-Platonistische denker van aanzien. Hij schreef commentaren op het werk van veel Griekse filosofen, voornamelijk Aristoteles en Plato en vertaalde werken van hen uit het Grieks naar het Latijn. Naast zijn filosofisch werk was hij Romeins staatsman. We schrijven het jaar 523 n. Chr., het zijn de nadagen van het West Romeinse Rijk, waarvan de resten onder gezag staan van de Ostrogoot Theodorik, koning van Italië. De koning kan niet zonder het netwerk van de Romeinse magistraten en veel bestuurlijke structuren van eeuwen terug zijn dan nog in tact. Boëthius heeft verschillende bestuurlijke rollen. Hij is eerst consul en later ‘magister officiorum’, chef van de staf van de koning. Dan wordt hij in 523 plotseling gearresteerd op beschuldiging van hoogverraad. De filosoof-staatsman wordt ter dood veroordeeld. In afwachting van de voltrekking van het vonnis schrijft hij in de gevangenis Troost. In de uitgebreide en uitstekende inleiding bij Troost geeft classicus en vertaler Piet Gerbrandy een mogelijke verklaring voor de arrestatie van Boëthius. Als filosoof van naam en faam stond Boëthius in nauw contact met denkers in het Oost-Romeinse rijk. In die tijd ontstond er een steeds groter verschil van mening over theologische kwesties. Als staten waren de rijken al eerder gescheiden. “Theoderik, die niet katholiek was, maar zoals de meeste Germanen, een aanhanger van het arianisme [een vorm van christelijke ketterij/rd], had het conflict tussen Constantinopel en Rome als gunstig beschouwd voor zijn eigen positie, want hoe verder beide centra ideologisch van elkaar af stonden, des te meer bewegingsruimte had hijzelf,” aldus Piet Gerbrandy. Theodorik moest dus niets hebben van intellectuelen in zijn rijk, en zeker niet in zijn hofhouding, die nauwe banden hadden met denkers in het oosten. En deze contacten maakte Boëthius tot een potentiële spion.

Scènes

Wanhoop

Het is nooit helemaal duidelijk geworden waarom Boëthius gearresteerd werd. In zijn cel probeert de wijsgeer zich te verzoenen met zijn lot. Hij schrijft Troost dat start met een verslag van zijn wanhoop:

“Een zanger was ik ooit van bloeiende gedichten,
nu is het nog slechts droefenis wat ik speel.
De Muzen die mijn pen besturen zijn gehavend,
de tranen van mijn verzen zijn oprecht.
Geen schrikbewind verjoeg die dappere godinnen:
zij bleven ondanks alles aan mijn kant.
Zij brachten mij succes en roem toen ik nog jong was,
nu troosten zij mijn droeve ouderdom –
ja, tegenslag heeft mij ineens zo oud doen worden
en mij de pijn gebracht die daarbij past…”

Dan komt er een edele vrouw in zijn cel, “ze had een buitengewoon eerbiedwaardig gezicht, vurige ogen die scherper leken te zien dan voor mensen gewoonlijk is weggelegd”. De vrouw is de personificatie van de wijsbegeerte. In het verdere boek noemt Boëthius haar ‘Filosofie’: “Nadat ik mijn ogen op haar had gevestigd en mijn blik aan haar had vastgehecht, herkende ik ineens mijn voedster, in wier huis ik van jongs af aan had gewoond.”

Filosofie neemt het woord en gaat in gesprek met Boëthius. Deze dialoog waarbij Filosofie voornamelijk het woord voert is een prachtige inkijk in het denken aan het einde van de oudheid en van het begin van de middeleeuwen. We kunnen natuurlijk voortdurend ons oor te luister leggen voor spirituele inspiratie in de tradities uit het verre oosten, maar ook de westerse cultuur heeft veel te bieden op dit gebied. De dialogen in Troost worden afgewisseld met gedichten, die of door Filosofie of door de ik-persoon in het boek worden voorgedragen. Boëthius deelt zo op zowel verhalende als poëtische wijze zijn inzichten. Het maakt Troost – en zeker de eerste hoofdstukken – tot een indrukwekkend en troostrijk boek.

Eigenlijk is heel het boek een pleidooi om het goede te doen, afstand te nemen van rijkdom, macht, aanzien, zintuiglijk genot en te kiezen voor zuiverheid en eenvoud. De rijken en machtigen krijgen er flink van langs. Filosofie heeft er niets mee op. De rijken misbruiken hun kennis en privileges voor het eigen gewin en hun verrichtingen staan haaks op wat het goede een mens zou zijn ingegeven. Boëthius, is de conclusie van Filosofie, is maar beter af in zijn huidige situatie, want die geeft hem de kans om terug te keren naar het ware leven.

“Toen ik je verdrietig had zien huilen, begreep ik direct hoe ongelukkig en ontheemd je was, maar zonder dit onthullende verhaal had ik me niet gerealiseerd hoe ver je van huis bent geraakt. Dat je vaderland zo ver is komt echter niet doordat je eruit verdreven bent, maar doordat je op drift bent geraakt. Je zou misschien liever de indruk wekken dat je verdreven bent, maar in feite heb je jezelf verdreven: niemand anders had dat ooit met jou kunnen doen.”

Filosofie verwijt Boëthius ook het verkeerde leven geleid te hebben. Nu hem alles is afgenomen, kan hij terugkeren naar zijn vaderland. “Je bent in de war doordat je vergeten bent wie je zelf bent, en daarom doet het je verdriet dat je verbannen bent en beroofd van al het goede dat je eigendom was.”

Ideeënleer 

Het boek zit vol met verwijzingen naar de ideeënleer van Plato. In ons ondermaanse rijk is niets perfect en is alles slechts een imperfecte afspiegeling van de ideale, eeuwig en onveranderlijke wereld. Later is dit idee omgevormd door het christelijke Neo-Platonisme tot het goddelijke van het christendom. Wij stervelingen kunnen slechts streven naar het ideaal, bereiken zullen we het nooit, maar wie streeft is goed bezig en wacht de hemel en wie zich laat afleiden door geld, rijkdom, macht en uiterlijkheden wacht de hel. Filosofie merkt op: “Maar kijk eens wat de eeuwige wet verordent. Breng je geest in overeenstemming met het goede: dan heb je geen rechter nodig die je beloont, want je hebt jezelf al in aanraking gebracht met wat uitmuntend is; of richt je geheel op het slechte: dan hoef je niet meer op zoek te gaan naar vergelding, want je hebt jezelf al tot verschoppeling gemaakt.”

Boëhius’ Troost in filosofie werd vanaf de achtste eeuw in de middeleeuwen een veelgelezen en populair boek. Je kunt Troost zien als een opmaat voor het middeleeuwse kloosterleven van contemplatie en ascese. Toch had Boëthius niet veel op met bidden, je kunt God niet beïnvloeden, alles is al voorbestemd, zo was hij van mening. Ook zie je in Troost al het hele idee van de ridderlijkheid voor je; van rijken (lees ridders) die de opdracht hebben het goede te doen. Noblesse oblige. We zetten Troost ook op de verplichte leeslijst voor de superrijken.

Troost eindigt misschien wat minder troostrijk dan Boëthius gewild moet hebben. Hij toont er zich een ware filosoof door de vraag over de vrije wil versus de voorzienigheid aan te stippen: “Volgens mij,” zegt de ik-persoon in Troost, “staat de gedachte dat God alles in één oogopslag van tevoren overziet lijnrecht tegenover de mogelijkheid dat er ook maar enige vrijheid tot zelfbeschikking is.” Het antwoord van Filosofie is niet helemaal bevredigend. Piet Gerbrandy zegt hierover: “Men moet zich de voorzienigheid niet voorstellen als een vaderlijke instantie die zich overal mee bemoeit. Het Ene is en blijft een abstractie, puur logische constructie, die buiten de tijd staat.” Eerder een metafoor, zegt Gerbrandy. Het vraagstuk over de vrije wil zou in de middeleeuwse scholastiek nog vele studies vergen. Vrij wil of niet, voor Filosofie moet je altijd het goede proberen te doen. Ze eindigt haar betoog:

“Keer je dus af van ondeugden, beoefen deugdzaamheid, verhef je geest tot juiste hoop en richt je nederig gebed tot de hemel. Jullie is, doe niet alsof dat niet zo is, onontkoombaar de verplichting tot voortreffelijkheid opgelegd, daar jullie handelen voor de ogen van een rechter die alles ziet.”

‘Verplichting tot voortreffelijkheid’, wat een prachtige term, mooi vertaald door Gerbrandy. En terwijl ik vandaag een week na Sri Lanka en een paar dagen na de sterfdag van mijn vader dit stukje type, met in mijn oren de heilige muziek van Arvo Pärt, voelt het allemaal weer wat meer in balans. Het goede proberen te doen, beste mensen, ondanks alle narigheid is een mooie opdracht, of die nu van god komt of van wie dan ook.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Titel

  • Troost in filosofie

Auteurs

Vertaling van

  • De consolatione Philosophiae

Vertaler

  • Piet Gerbrandy

Genre

ISBN

  • 9789463401661

Uitgeverij & Jaar

  • Damon 2016

Aantal Pagina's

  • 216

Beoordeling:

  • (5)

Boek aanschaffen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Recente artikelen:

Uit de diepten van de hel
Witte Schuld: Over Identiteitspolitiek
Hoe universeel is de westerse idee van modernisme?

Bestellen

Op zoek naar een boek? Bestel het hier.
Zo steun je De Leesclub van Alles