, Artikel door:
Auteur(s) boek:

Ze zullen denken dat we engelen zijn

Pluk de dag – of niet

[Recensie] Twijfelachtig, dat is de indruk die achterblijft na het lezen van Ze zullen denken dat we engelen zijn. Twijfelachtig niet als in: “van een bedenkelijke kwaliteit” maar als in: “twijfel die de schrijver heeft gezaaid op allerlei niveaus”. Is dat goed? Interessante vraag.

Het boek begint explosief. Een man en een vrouw die elkaar net hebben leren kennen, zitten op een terras in de stad en willen net iets bestellen. Dan scheurt een geldwagen dwars door het winkelende publiek en boort zich in de muur van een café aan de rand van het plein. Een explosie volgt en gewapende mannen duiken op die schietend het plein rondgaan.

“Mijn ogen stijf dichtgeknepen, mijn gezicht tegen het lijf van de vrouw, in de zachte stof van haar zomerjurkje, haar hand in mijn hand, klamp ik me vast aan de gedachte dat mensen die denken te gaan sterven en dat op het laatste ogenblik niet doen, steevast verklaren een oogverblindend licht te hebben gezien, terwijl ik alleen het donkerste donker waarneem, een absorberend zwart.”

Archeologie Magazine

De man en de vrouw liggen onder hun tafeltje, elkaar omklemmend, te wachten op wat er komt. Een wisse dood, zou je denken. Toch niet.

Een pageturner is begonnen. Onmiddellijk ben je nieuwsgierig hoe de man en de vrouw elkaar hebben ontmoet, of de twee het overleven, welke acties de gewapende mannen in petto hebben, enzovoort. Op die vragen komt niet meteen antwoord. Sterker: het verhaal ontvouwt zich nagelbijtend langzaam. In korte en soms wat langere stukken tekst geeft Natter zijn informatie prijs, steeds net genoeg om de gang erin te houden en te gissen naar het vervolg.

Dat werkt prima. De lezer slaat de pagina’s om met de jachtige bewegingen van een cocaïneverslaafde op weg naar zijn nieuwe lijntje. Waar is de spiegel, waar het scheermes, en waar is de coke? Die coke laat op zich wachten. Meedogenloos lokt Natter de arme lezer door de bladzijden, tastend in een limboachtige schemer waar langzaam wat meer informatie opdoemt. We weten nu dat hoofdpersoon Alfred Ellerau een beladen verleden heeft. Hij heeft een baantje: hij rijdt een bus kinderen met een beperking van en naar hun bestemming. En hij ontmoet de vrouw van het terras opnieuw.

Nieuwe twijfels bekruipen de lezer: waar gaat dit heen? Is Alfred Ellerau nog wel in leven of bekijken we dit eigenlijk vanuit het hiernamaals? Is er een boodschap van de engelen uit de titel? Alfred wordt ondervraagd door de politie. Daar blijkt dat de gebeurtenissen zoals hij ze herinnert, in werkelijkheid anders gegaan zijn. Is er wel een werkelijkheid? Twijfels bekruipen nu ook Alfred zelf. Hij raakt ervan in de war, zo zeer dat hij met zijn (geblindeerde) bus vol kinderen te schichtig en vooral te hard gaat rijden. Daarmee trekt hij de aandacht van de politie die – erg gevoelig voor terroristische dreiging – hem op passende wijze interrumpeert. Alweer is de werkelijkheid van Alfred anders dan die van de buitenwereld.

Na wat minder prettige momenten voor Alfred (en een brokje informatie over een mogelijk traumatische gebeurtenis in het verleden), komt het boek min of meer plotloos tot een eindpunt. Bert Natter lijkt te willen zeggen dat het leven bestaat uit momenten die verglijden en die je kunt plukken. Of niet. Daar denken we nog over na. Wat bijblijft van het boek is de ingetogen taal, de subtiele grapjes, de heldere beelden. En de prachtig vallende veertjes op het omslag, dat vooral.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Titel

  • Ze zullen denken dat we engelen zijn

Auteurs

Genre

ISBN

  • 9789400407640

Uitgeverij & Jaar

  • Thomas Rap 2018

Aantal Pagina's

  • 288

Beoordeling:

  • (3)

Boek aanschaffen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Recente artikelen:

Het gym
Heel de tijd
Fair play

Bestellen

Op zoek naar een boek? Bestel het hier.
Zo steun je De Leesclub van Alles