Vrijdag, 1 mei, 2020

Geschreven door: Shaogong, Han
Artikel door: Reinewald, Chris

A Dictionary of Maqiao

Verhalen uit Communistisch China

Het fascinerende Woordenboek van Maqiao van de Chinese schrijver Han Shaogong (1953), direct uit het Chinees vertaald door Mark Leenhouts is nogal onplaatsbaar. Niet alleen is het geen echt woordenboek – meer een bundel anekdotes – ook het Zuid-Chinese dorpje Maqiao bestaat niet echt. Shaogong, essayist, vertaler bestaat overigens wel.

Met Nobelprijswinnaar Mo Yan en Yu Hua hoort Shaogong tot de eerste generatie schrijvers van na de Culturele Revolutie. Zij pikten de draad op van de ene toegestane Modern-Chinese pracht-auteur Lu Xun, waar Mao Zedong nog enig respect voor kon opbrengen.

Aangezien de vertaalde Nobelprijswinnaars en andere wereldliteratuur heel lang het enige hedendaagse proza was dat de hedendaagse Chinezen na Mao bereikte, leken hun eigen boeken eerst nogal op Kafka, Milan Kundera en vooral op Garcia Márquez. Bij Maqiao moet je aan diens fictieve Macondo denken.
Maar verder gaat de overeenkomst niet. Shaogong schrijft babbelend over het grote verschil tussen stad en land, tussen verstand en bijgeloof, in de nadagen van Mao.

Mooi is het verhaal Stadsvrees over een jonge dorpeling die in de stad voor onderwijzer gaat studeren en daar zienderogen afvalt. Hij keert terug naar het dorp maar vertrekt dan toch weer naar Changle, de districtshoofdstad. Hij stelt vast dat “de stad niet voor mensen is.” Alleen door louter ingemaakte groeten te eten en op blote voeten te lopen kan hij zijn verblijf daar tien jaar uitzingen.

Foodlog

Shaogong voorziet zijn korte, boertige verhalen met twee tekens om het verschil te markeren of een woord/begrip zich breder dan alleen in Maqiao manifesteert of juist alleen daar voortkomt en zich beperkt tot lokale gezegdes of notoire personen. (Vanwege de revolutionaire standaardnamen is het in China gewoonte om iemand een passende bijnaam te geven als Beentjes, Dikkop, Regenpijpklimmer, Vieroog, het Volwassen Meisje, Asymmetrisch Kapsel of Miauw-miauw (kattenliefhebber). Met de Culturele Revolutie in het achterhoofd weet je dat de schrijver speelt met het verschil tussen de staatstaal (“Renmin: Wij, Het Volk!”) en wat er onder elkaar in een dubbelzinnige taal gekonkelfoesd wordt. Door oppermachtige keizers in een verre hoek van het Rijk van het Midden of hedendaagse alleenheersers zijn Chinezen per definitie meesters in het weggetjes-weten.

En dit brengt mij op een waar verhaal dat ook in dit caleidoscopische boek had kunnen staan. Ik sprak op reis, in zuid-China ooit een leeftijdsgenoot van mij en Shaogong. Hij vertelde hoe hij als grote stads-student als corvee op het platteland werkte. De boeren lachten de verwaande studenten hard uit vanwege hun onhandigheid. Op zekere dag ontdekte deze jongen in het dorp een afgesloten schuurtje. Bij navraag bleek dat hier de vertaalde en verboden wereldliteratuur was opgeslagen. De student knoopte dat in zijn oren. ’s Avonds keerde hij terug, brak het bovenlicht en kroop naar binnen.
“Binnen een paar maanden had ik als enige in het dorp de hele wereldliteratuur gelezen.”

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Woordenboek van Maqiao is in het Nederlands alleen nog tweedehands verkrijgbaar