Vrijdag, 8 mei, 2020

Geschreven door: Beijnum, Kees van
Artikel door: Stoel, Jan

23 seconden

Wie ben ik eigenlijk?

[Recensie] “Doet je naar adem happen” staat te lezen op de cover van 23 seconden van Kees van Beijnum (1954). De rode cover en neonverlichte letters verwijzen naar de plaats van handeling: de Amsterdamse Wallen. Daar schreef Van Beijnum al eerder over in zijn verfilmde roman Dichter op de Zeedijk. Die roman speelde eind jaren vijftig-halverwege de jaren zestig. Van Beijnum groeide zelf op in de Warmoesstraat, waar zijn moeder een hotel had. 23 seconden speelt zich af in het Amsterdam van 1998 en 2018. In 1998 was De Wallen een verloederde, verkrotte buurt waar de mensen wegtrokken en je je niet veilig waande. Nu heeft het een andere identiteit waarin hordes toeristen rondstappen en commercie gemeengoed is. Die twee werelden belicht Van Beijnum in deze roman waarin twee personages de hoofdrol voor zich opeisen. Zij vertellen hun verhaal beiden vanuit het ik-perspectief. Dat wat in 2018 speelt is in de onvoltooid tegenwoordige tijd geschreven. De rest van het verhaal staat in de onvoltooid verleden tijd. Dat betrekt de lezer nog meer bij de handeling.

In onze oude buurt werd de hele dag de waarheid niet gesproken zonder dat je dat liegen noemde.”

Anne Lieftinck is een achtendertig jarige schrijfster en heeft twee opdrachten. De eerste is het schrijven van een tekst voor een tentoonstellingscatalogus over haar jeugdliefde Hayo met wie ze de Wereld van de Wallen wilde ontvluchten. Hayo is een beroemd fotograaf is geworden en gestorven is in het harnas bij een raketaanval in het Midden-Oosten. Anne heeft net een voorschot van twintigduizend euro gekregen om een nieuwe roman over haar moeder te schrijven, een raamprostituee die in 1998 vermoord is. Een moord die bekend staat als de hamermoord, omdat haar gezicht verminkt is door hamerslagen.

Anne zit in café Dwazen Zaken (dat café bestaat echt, maar kan ook zo maar een verwijzing zijn naar wat er zich in het verhaal afspeelt) en heeft schrik om haar oude, veranderde woonwijk in te gaan en op onderzoek uit te gaan. Ze is er twintig jaar niet geweest. Annes vader was een uitsmijter bij een pand waar seksshows opgevoerd werden, maar ze heeft er geen band mee. Tot haar tiende is ze in Putten op de Veluwe in een beschermde omgeving opgegroeid bij haar opa en oma. Toen oma stierf keerde ze terug naar haar moeder en kwam in een andere wereld terecht.

Technisch Weekblad

“Ik was een klein meisje. Probeerde mijn fragiele dromen overeind te houden. In het rode licht.”  

Na een knallende ruzie met haar moeder loopt ze weg. Dan wordt haar moeder vermoord. Haar buurjongen Johan de Haan, Haantje genoemd, wordt veroordeeld voor die moord. Anne heeft lang aan zijn schuld getwijfeld. Ze krijgt van een ex-politieman een kopie van het dossier van haar moeder en gaat op onderzoek uit. “Mijn haat voor mijn moeder is afgebladderd als de verflaag van de balken in mijn kamertje,” zegt ze als ze haar oude kamertje op De Wallen bezoekt. Ze komt mensen van vroeger tegen, mensen uit het criminele circuit, maar ook Mathilde, de moeder van Hayo en diens broer Lucas. Mathilde was een surrogaatmoeder voor haar. De avond van de moord op haar moeder is in nevelen gehuld. Wie was waar en wat is waar? In Putten waar haar moeder vandaan kwam komt ze erachter dat haar moeder, Saskia, kort gehouden werd, buiten gezet werd en uiteindelijk in Amsterdam kwam samen met een vriendje. Die zorgde dat ze achter het raam terecht kwam. Iedereen heeft zijn eigen verhaal over Saskia, maar wie was ze nu echt?

Johan de Haan is het tweede hoofdpersonage. Zijn moeder was een luitenant van het Leger des Heils. Hij heeft zijn straf uitgezeten en woont in een beschermde omgeving van het Leger, waar ook zijn moeder woont. Anne kan hem aanvankelijk niet benaderen, maar hij stuurt haar ‘dagboekfragmenten’ over de jaren 1992-1998 naar haar op en vertelt zo zijn eigen verhaal. Die fragmenten staat tussen de hoofdstukken in en zijn gedateerd. Haantje geeft in die fragmenten een verborgen boodschap aan Anne.

Beide verhaallijnen ontmoeten elkaar en worden in elkaar vervlochten. Het leidt tot een verbluffende ontknoping, die je inderdaad naar adem doet happen. Pas dan wordt de titel duidelijk.

23 seconden is een spannend verhaal, vol plotwendingen, nieuwe mogelijke daders, cliffhangers. Allemaal thrillerelementen. Maar het is veel meer een psychologische roman met als hoofdthema ‘zoeken naar wie je bent’ en ‘waar je vandaan komt’ ‘en welke weg je moet kiezen.’ Hoe je omgeving je leven kan beïnvloeden en wat er op je af komt als je alles zelf maar uit moet zoeken. Anne heeft een traumatische jeugd gehad, leefde in twee werelden. Ze is als het ware getekend door het verleden. Niet voor niets heette haar eerste roman ‘Het lichamelijk kapitaal’ en gaat over een losgeslagen leven. Subthema’s zijn de moeder-dochterrelatie, verraad, onthechting, eenzaamheid het zoeken naar echte liefde en geborgenheid.

Van Beijnum bouwt de personages mooi op door steeds wat aan hen toe te voegen en het suggestief op te schrijven. Bijvoorbeeld als Anne zes jaar is en hoopt dat haar moeder haar komt feliciteren en voor het raam op de uitkijk staat. Saskia komt pas een dag later en wordt door haar moeder uitgefoeterd en weggestuurd. “Later als alles weer stil is, en de gordijnen opengaan, staat het pakket in de voortuin, Het gekleurde papier en de strik. Ik kan er bijna niet naar kijken”.

Het is niet alleen maar somberheid. Aan het eind van de roman is er hoop als Anne denkt: “Voor het eerst vertrouwde ik erop dat al het duistere tot iets lichts kon leiden, dat er voor ons beiden een manier was om te ontsnappen naar een zinvoller leven dan dat van onze moeder.”

23 seconden is een wervelende roman die ontroert en je verbluft achterlaat.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub Van Alles