Donderdag, 28 november, 2019

Geschreven door: Rovers, Eva
Artikel door: Jager, Koen de

Het fabulerende fenoneem

Boud, het verzameld leven van Boudewijn Büch is de biografie van Eva Rovers over dichter, schrijver, televisiemaker en fenomeen Boudewijn Büch. Ik keek er al even naar uit en dat heeft te maken met die laatste kwalificatie, fenomeen. Ik kom er op terug.

[Recensie] Boudewijn en ik gaan al even terug. Ik zag zijn boekprogramma op televisie en ben met hem meegereisd naar alle uithoeken van de wereld. Al die afleveringen van De wereld van Boudewijn Büch heb ik op dvd én ik bekijk ze nog. Ja, hij heeft mij ook aan Goethe gekregen, ik heb een rijtje in de kast staan. Ik mocht hem dus graag zien en horen en was bedroefd toen hij in 2002 overleed. Nu heb ik ook een rijtje Büch in de kast staan en dat is allemaal non-fictie. Daar begint de ellende al.

Büch, zo blijkt uit dit boek, wilde gedichten schrijven en eigenlijk ook een meesterwerk. Die gedichten schreef hij en hij schreef romans, waaronder ook enkele succesvolle. Maar, hij wist dat hij geen meesterwerk à la Goethe ging schrijven. Hij bouwde een leven om zich heen, gevoed uit een tragische jeugd en waar nodig liet hij feiten en fictie in het dagelijks leven door elkaar heen lopen. Na zijn overlijden kreeg Büch bakken kritiek over zich heen voor dat laatste. Hij was een fantast, leugenaar en een egocentrisch persoon. Rovers probeert met dit boek hier nuance in te brengen en slaagt daar in. Kom ik ook op terug. Het helpt dat zij als eerste toegang kreeg tot de archieven van Büch om gedurende vijf jaar haar onderzoek te doen.

Geen meesterwerk dus, maar schrijven kon hij wel. Lezen en feiten verzamelen ook. Hij schreef talloze columns over de meest uiteenlopende onderwerpen. Hij gebruikte zijn eigen leven als dankbare bron. Hoewel hij verschillende vriendinnen had, gaf hij aan homo te zijn en koketteerde met pedofilie. Niet zozeer uit overtuiging, wel om opschudding te veroorzaken. Büch beweerde dat hij een zoon had én en dat deze was overleden en veinsde dat hij kanker had. Als iemand te dichtbij kwam en te lastige vragen stelde, verbrak hij rigoureus de vriendschap. Je was voor of tegen hem.

Wandelmagazine

Ondertussen werd hij bekender en verschoof langzaam het accent van de literatuur naar de bibliofilie. Büch kocht grote aantallen boeken, vaak op rekening, en maalde niet echt om betaling ervan. Belastingaangifte deed hij ook niet, wat uiteindelijk tot een faillissement leidde. Gelukkig stegen zijn inkomsten door het televisiewerk dat hij kreeg, zodat zijn faillissement opgeheven werd en hij uiteindelijk behoorlijk ging verdienen. Om er uiteindelijk nog meer boeken en parafernalia van te kopen.

Wat ik hierbij zo mooi vind, is dat hij hierin volkomen zijn eigen weg ging. Zijn bibliotheek was een werkbibliotheek. Hij had wel zeldzame boeken, maar het gros van zijn aankopen werd gedreven door interesse voor het onderwerp. Hij hing posters naast dure zeefdrukken. De buste van Elvis Presley stond gebroederlijk naast die van Goethe. Al dat moois leidde wel tot een chronisch ruimtegebrek. Boudewijn Büch:

“Ik word hier dus volstrekt, helemaal getikt van. En waar gaat het om? Om vijftienduizend boeken, waarvan er honderdvijftig echt bibliofiel zijn. De rest van die boeken is alleen maar om aan te tonen dat die honderdvijftig bibliofiel zijn. Dus je hebt een enorme hoop ellende aan je kop om te weten dat je honderdvijftig mooie boeken hebt.”

Gedreven in zijn werk, populair overal waar hij kwam, maar uiteindelijk werd zijn leven steeds lastiger om te leiden. Hij had zoveel verzonnen over zijn leven en afkomst dat het moeilijk werd om alles vol te houden.

“Omdat hij de büchiaanse komedie met evenveel verve voor vrienden en familie opvoerde, verdween hij ook in zijn persoonlijke leven steeds meer in de rol die hij speelde. Dat vervreemdde hem van zijn omgeving, en zorgde er tegelijkertijd voor dat zijn eenzaamheid steeds reëler en dieper werd, wat zijn treurige personage alleen maar geloofwaardiger maakte.”

Hij trok zich terug in zijn huis waar hij uiteindelijk op 53-jarige leeftijd aan een hartstilstand overleed. Er kwamen een man of twintig op zijn begrafenis.

Dus, hebben we te maken met een dichter, een schrijver, een presentator, een fantast, een leugenaar? Met allemaal natuurlijk. Büch heeft het zichzelf niet makkelijk gemaakt door alles wat hij verzonnen heeft, maar heeft het wel tot het uiterste toe doorgevoerd. Rovers laat zien waar hij uit de bocht vloog met de waarheid, maar geeft ook aan dat hijzelf de eerste was om dit toe te geven. Meerdere malen heeft Büch aangegeven dat hij zaken verzon, meerdere malen deed hij geloven dat alles autobiografisch was. De nuance is er dus en ik deel de kritiek niet van Maarten ’t Hart als zou er een boek naast geschreven dienen te worden, waaróm Büch alles verzon en zijn vrienden bedroog;

“Bij Barend & Van Dorp sprak ex-vriendin Loan Son haar verbazing uit over de nadruk die werd gelegd op de waarheid. Dat was volgens haar sowieso iets subjectiefs, maar mensen zagen bovendien over het hoofd dat Büch bewust met de waarheid speelde. ‘Bij Boudewijn liepen waarheid en niet-waarheid gewoon door elkaar heen,’ zei ze met een spottende blik die verried dat ze niet begreep waar iedereen zo moeilijk over deed. ‘Dat zei hij ook heel nadrukkelijk. Dat heeft hij ook aan mij geschreven,’ waarop zij een brief pakte en voorlas: ‘Ik heb er een hele roman over geschreven om jou te zeggen dat ik een man ben van emballage, verpakkingen en instanties & dat daarachter de literatuur – die niet anders dan werkelijk is – ligt. Zo ik iets ben, ben ik letterkunde.”

Dit is voor mij reden genoeg, hoewel ik vraagtekens zet bij de manier waarop hij met goede vrienden omging. Hij was volgens eigen zeggen letterkundige en daar ligt zijn tragiek. Ik was en ben nog steeds niet geneigd om zijn romans te lezen. Des te meer zijn non-fictie. Ik laat mij graag geselen door een spervuur aan feiten over eilanden, Goethe, dodo’s, pinguïns, de coelacanth, de Rolling Stones en Napoleon. Die tragiek, gecombineerd met een verzonnen leven en een niet-aflatend enthousiasme over zijn interesses en passies, maken de man voor mij tot een fenomeen waarover ik met veel plezier dit boek las.

Het is een vlot geschreven biografie met een uitgebreid notenapparaat. Omdat de noten vaak wat toevoegen moet je wel vaak achter in het boek bij lezen, ik heb ze liever onder de tekst staan, dat leest makkelijker door. Büch was een absolute muziekfreak, dus de auteur heeft een muzieklijst samengesteld met nummers die belangrijk voor hem waren. Een mooie meerwaarde in een heerlijk boek.

Eerder verschenen op Quis leget haec?