Vrijdag, 27 december, 2019

Geschreven door: Gombrowicz, Witold
Artikel door: Heumakers, Arnold

Met mijn smoel in mijn handen

Deze prikkelende dagboeken zijn nog steeds relevant

[Recensie] Bestaat er een relatie tussen aantal en moraal? Je zou zeggen dat die relatie er niet zou mogen zijn: goed en kwaad gelden toch voor iedereen. In zijn Dagboek laat de Poolse schrijver Witold Gombrowicz (1904-1969) zien dat het ook heel anders kan gaan.

Op een dag loopt hij op het strand en ziet daar een kever op zijn rug liggen, de pootjes machteloos omhoog in de brandende zon. De schrijver verlost hem in een handomdraai uit zijn lijden. Maar dan ligt verderop nog een kever, in dezelfde situatie, en nog een. En nog een. Telkens draait hij ze om – totdat hij zich realiseert dat niet alleen dit strand maar de hele kust bezaaid ligt met spartelende kevers. Onmogelijk ze allemaal te redden, maar waar te stoppen? Bij welke kever? Dus blijft hij nog een tijdlang bezig. En dan ‘knapt’ er iets in hem: “plotseling, zonder moeite, riep ik mijn meegevoel een halt toe, bleef staan, dacht onverschillig ‘kom, naar huis’, en ging”. Het aantal bleek sterker dan de moraal.

Betekent dit nu dat moraal ‘onmogelijk’ is, zoals Gombrowicz verderop concludeert? “Moraal moet dezelfde zijn voor iedereen, anders wordt zij onrechtvaardig, dus immoreel”. Sinds ik deze passage voor het eerst las, in 1986, toen Gombrowicz’ Dagboek 1953-1969 compleet in het Nederlands verscheen, denk ik er af en toe over na. Voeg de ingrediënten Europa, vluchtelingen, overbevolking en klimaatcrisis toe, en de hersens blijven kraken. Postuum ontkomt Gombrowicz, die zijn dagboek provocerend begint met vier maal ‘Ik’, niet aan een iedereen rakende actualiteit.

Ik was benieuwd of dit verhaal over de kevers zou zijn opgenomen in Met mijn smoel in mijn handen, de selectie die Huub Beurskens (1950) nu heeft gemaakt uit het ongeveer negenhonderd bladzijden tellende dagboek. Jawel, het staat erin, evenals de beschouwing over Hitler als ‘held’ met ‘een onheilspellende durf in het nastreven van het extreme, het laatste, het maximum’ en de filippica ‘Tegen de dichters’ – twee andere hoogtepunten, die mij nog levendig bijstaan. Het kan dus niet anders of dit moet wel een prima selectie zijn.

Dans Magazine

Inderdaad, Beurskens heeft wat mij betreft bijna alleen maar hoogtepunten uitgekozen. Doordat ze uit hun oorspronkelijke context zijn losgemaakt, lezen ze als nieuw, als de prikkelende essays die ze in feite zijn. Want dit dagboek bestaat niet uit intimiteiten die de voyeur in ons wakker roepen. Het is geschreven voor publicatie (in het Poolse emigrantentijdschrift Kultura) en bevat de aantrekkelijkste en veelzijdigste introductie tot de denkwereld van deze op z’n zachtst gezegd eigenzinnige auteur.

Het ‘smoel’

Gombrowicz geldt als de schrijver van de ‘vorm’. Dat wil zeggen: hij gaat ervan uit dat wij – sinds de dood van God – ‘elkaar scheppen’ in wat hij noemt de sfeer van het ‘tussenmenselijke’. Wie wij zijn wordt bepaald door onze relaties met andere mensen. Aangezien die altijd imitatie met zich meebrengen, is authenticiteit onmogelijk. Het ‘smoel’ dat we dragen is nooit helemaal van onszelf. En toch, vindt Gombrowicz, is kunst enkel de moeite waard als zij ernaar streeft het ‘ik’ van de kunstenaar uit te drukken. Dat is gedoemd te mislukken, maar in het bewustzijn van de onvermijdelijkheid daarvan is toch een onmiskenbare eigenheid te bereiken. Of zoals hij het zelf uitdrukt: “in het protest tegen de misvorming ligt onze authenticiteit”. Vandaar dat hij op even speelse als serieuze wijze tekeer gaat tegen het quasi-religieuze geloof in poëzie of kunst met hoofdletter P en K. Niet uit artistiek populisme of iets dergelijks, want in Gombrowicz’ ogen kan een kunstenaar niet ‘pretentieus’ genoeg zijn, maar omdat zo’n geloof altijd neerkomt op nabootsing en dikdoenerij, zonder dat men zich daarvan bewust is.

Gombrowicz zelf is zich overbewust van zijn relatie tot de anderen en de wereld. Zelfs als hij een stel koeien passeert, die hem volgen met hun ogen, vraagt hij zich af: “Hoe moet ik me tegenover een koe gedragen?” En als hij in de jaren zestig eindelijk internationaal erkenning begint te krijgen en uit Argentinië (waar hij in 1939 bij toeval was beland) naar Frankrijk en Duitsland reist, is een van zijn preoccupaties hoe zich te verhouden tot ‘Europa’. Het maakt hem tot een bijna zestigjarig enfant terrible. In het dagboek leidt deze overbewustheid tot een aaneenschakeling van intrigerende paradoxen en tot een volstrekt originele kijk op de wereld, al is dat volgens zijn filosofie (daar hebben we zo’n paradox) eigenlijk niet goed mogelijk.

Briefwisseling

Behalve dit dagboek schreef Gombrowicz romans, verhalen en toneelstukken. Ook die mogen er zijn, maar voor zijn vaste vertaler Paul Beers komt het Dagboek toch op de eerste plaats. Tegelijk met Beurskens’ selectie is bij dezelfde uitgeverij een bundeling uitgekomen van Beers’ essays over Gombrowicz, inclusief een interview en een bescheiden briefwisseling. Vooral interessant is wat Beers schrijft over zijn werkwijze als vertaler. Met toestemming van de auteur vertaalde hij niet uit het Pools, maar uit het Duits en het Frans. In het desbetreffende essay weet hij met tal van voorbeelden aannemelijk te maken dat zijn werkwijze desondanks de kwalificatie “in hoge mate betrouwbaar” verdient. Dat slaat op de relatie tot het oorspronkelijke Pools van Gombrowicz – om de voortreffelijkheid van het Nederlands van Beers vast te stellen, is geen toelichtend essay nodig. Daarvoor is het voldoende zijn vertalingen te lezen.

Beers besluit zijn bundel in mineur, met de constatering (in 2004) dat geen van zijn vertalingen meer in de boekwinkel ligt. Vandaag kunnen we gelukkig in de verleden tijd spreken, want in 2016 werden al Gombrowicz’ romans en verhalen heruitgegeven in een handige dundrukeditie. En nu is er deze geslaagde selectie uit het Dagboek, die naar meer smaakt. Beers: “Wie hem [Gombrowicz] wil leren kennen, leze zijn Dagboek, hij zal dan, door hemzelf aangespoord, de weg naar zijn romans wel weten te vinden”. Zo is het, al kun je natuurlijk ook met een roman (Ferdydurke, Pornografie of Kosmos) beginnen of met de verhalen, om vervolgens in het Dagboek beter te begrijpen wat je precies gelezen hebt.

Eerder verschenen in NRC Handelsblad en op Arnold Heumakers