Vrijdag, 31 juli, 2020

Geschreven door: Jong, Wilfried de
Artikel door: Lansink, Cyril

Aal

Debuut van Wilfried de Jong overtuigt niet op elke pagina

[Recensie] Een bekende Nederlander zijn wil nog wel eens helpen om een boek uitgegeven te krijgen dat anders zoals de meeste andere boeken in het stadium van het manuscript zou zijn blijven steken. Want er mag dan schrikbarend veel gepubliceerd worden, de meeste romans en verhalen komen nog steeds niet verder dan het bureau van een keurende redacteur en worden zonder veel scrupules en aarzeling terugverwezen naar de would-be schrijver.

Ook Wilfried de Jong die onlangs [boek en deze recensie zijn uit het jaar 2000/red.] is uit als schrijver debuteerde met de verhalenbundel Aal zal geprofiteerd hebben van het feit dat hij al een ‘publiek’ bestaan heeft. Als theaterman (samen met Waardenberg vormde hij een opvallend duo) en maker van het onvolprezen programma Sportpaleis de Jong had hij zijn sporen al ruimschoots verdiend alvorens hij zijn veelzijdigheid ook wilde beproeven op het terrein van de literatuur. Dat daarmee een nieuwe schrijver in het Nederlandse taalgebied is opgestaan, is echter een voorbarige conclusie.

Dat neemt niet weg dat de verhalen in Aal onmiskenbaar getuigen van een verteltalent. De Jong weet met enkele zinnen de lezer in te leiden in de levens en de situaties van zijn personages en de nieuwsgierigheid naar hun lotgevallen tot het eind vast te houden. Hoe weinig bladzijden ze ook bij je zijn, je onthoudt ze, de doorgaans vreemde figuren die de verhalen van De Jong bevolken. De vrouw met de mooie radiostem die een bewonderende luisteraar seksueel misbruikt voor een programma over genot en pijn; de jongen die de woestijn inrijdt om de plek terug te vinden waar Jane Mansfield in de jaren vijftig op een reclamefoto werd gezet; de man die een fotoverzameling aanlegt van zelf in scène gezette zinloze handelingen.

De plot kan verrassend en soms zelf vergezocht zijn, maar is in ieder geval nooit saai of afgezaagd. Verhalen waarin Broodje Aap-gebeurtenissen centraal staan wisselt De Jong af met ‘levensechtere’ verhalen waarin hij op rauw-ontroerende wijze een sfeer van vergankelijkheid en vergeefsheid oproept. Zo gaat het in het titelverhaal om een jongen die een levende aal doorslikt en deze vervolgens in leven probeert te houden door zelf wormen te gaan eten. “Hij graaide in het doosje en liet nog twee grote pieren in zijn mond zakken. Het viel nog niet mee de wormen heel te houden. Kors had de neiging ze door te bijten, maar het leek hem beter voor de paling als ze levend naar binnen konden.” Maar er is ook De molenwiek, waarin een succesvolle bokser het na een moeizaam gewonnen gevecht van het ene moment op het andere voor gezien houdt. Alsof de enige rake klap (die hem trof als een molenwiek) van zijn tegenstander hem van al zijn krachten had beroofd. In de taxi die hem naar buis brengt neemt hij afscheid van een leven dat voor kort ‘alles’ voor hem was. “Hij hoort de claxon bij wijze van groet en ziet door de ruit hoe de oude handschoenen aan de veters als uitgebluste veteranen om elkaar heen draaien.” Zo eindigen sportcarrières.

Trouw

Toch is Aal niet helemaal geslaagd te noemen. Daarvoor rammelt er nog te veel aan De Jongs taal en stijl. Soms zijn de fouten ronduit ergerlijk omdat ze een keurende redacteur zelfs bij eerste lezing al opgevallen zouden moeten zijn.  Je moet je als uitgever schamen  als je  ‘het inrichting’, ‘de middel’, ‘het sprei’, ‘Oosters’ (ipv oosters), ‘te voorschijn’ (ipv tevoorschijn) laat passeren. Zo is er meer dat de charme van dit debuut bezoedelt. “Achter de dokter springen twee broeders te voorschijn, die handig een voet tussen de deur zetten.” Met z’n tweeën handig een voet tussen de deur zetten? Dat lukken zelfs Waardenberg en De Jong niet…Verkeerde verwijswoorden: “De krant wil meer foto’s van het gebied. Ze kunnen het krijgen, de klootzakken.”  Overbodige zinnen of zinsneden: “Een koffer in het ruim had hij niet. In de weekendtas onder zijn stoel zaten al zijn benodigdheden.” Een bijvoeglijk naamwoord dat een bijwoord moet zijn: “Vanuit de woonkamer klinkt harde klassieke muziek.” Of is er een soort heavy metal met violen bedoeld?

Aal is als een sympathieke man die een voet tussen de deur heeft weten te krijgen maar uiteindelijk toch niet werkelijk kan overtuigen.

Eerder verschenen in Intermediair