Vrijdag, 16 april, 2021

Geschreven door: Ponthus, Joseph
Artikel door: Nooij, Marjon

Aan de lopende band

De wereld van prikklokken en stinkende, fokking eindeloze dagen

[Recensie] De liefde trok Joseph Ponthus (1978) naar Bretagne, nadat hij in het noorden van Frankrijk een literatuurstudie had doorlopen en als sociaal werker in Parijse achterstandswijken verstandelijk beperkten begeleidde. In zijn arbeidsveld lag het werk niet voor het oprapen aan de Franse Noord-Westkust en via het uitzendbureau ging aan het werk in de vis- en vleesverwerkingsindustrie. Zijn dagelijkse ervaringen documenteerde hij in een dagboek, dat hij bewerkte tot deze debuutroman.

Het werk aan de lopende band is voor hem zuiver een middel om zijn brood te verdienen, hij wist waar hij aan begon, maar het lijkt verdacht veel op een vorm van ‘moderne slavernij’. Zijn volharding haalt Ponthus uit de terugkerende gedachte aan de klassieke parabel Kathedraal van de vrome Paul Claudel (1868-1955), waarin duidelijk wordt gemaakt dat het glas ook halfvol kan zijn.

Eentonigheid, afstomping, het ritme van de werkdag en -nacht, de voortdurend repetitieve handelingen in een stinkende fabriek vol slachtafval en altijd werken zonder dat hij daglicht ziet, worden met grote urgentie beschreven. De korte zinnen, verstoken van elke interpunctie, volgen elkaar snel en doorlopend op als Ć©Ć©n lange stream of conciousness. Ponthus laat zijn tekst als het ware afrollen, waarmee hij de lopende band symboliseert. Het gaat maar door, omdat de band blijft doorlopen. Het repetitieve komt tevens tot uiting in het ritme van de tekst. Zelfs het omkleden aan het begin van de dienst is elke keer hetzelfde ritueel.

Buiten de zich voortdurend herhalende handelingen gedurende de negen uur die hij op zijn werk is, raakt ook zijn privƩleven noodgedwongen in de bepaalde cadans van werken, eten, slapen, werken. Door de nachtdiensten zit hij voor zijn gevoel geheel en al gevangen in zijn werk.

Bazarow

Ponthus observeert, geeft een zeer realistische, zintuiglijke beschrijving van het geestdodende bestaan in de fabriek ā€“ het perspectief deels van binnenuit (ik-perspectief), deels van buitenaf, afstandelijk en minder betrokken (jij-perspectief) ā€“ en het werk dat hij aan den lijve meemaakt. Je voelt de kou, het zware werk. Je ruikt de geur van stront en bloed dat tot in zijn poriĆ«n dringt. Zowel fysiek als mentaal valt het slecht betaalde werk hem zwaar, vooral wanneer het werk handmatig moet worden gedaan als de machines de geest geven.

Toch is zijn boek geen aanklacht, hij zet juist verschillende werelden tegenover elkaar: beroepsdeformatie (het zijn geen dode dieren, maar zware, onhandige dingen) en oorlogsgeweld (aan de lopende band moorden zonder erbij na te denken); het bewustzijn uitschakelen uit zelfbehoud. Doordat hij het werk gaat begrijpen, wordt zijn boek juist een eerbetoon aan de arbeiders.

Hij raakt niet afgestompt. Het is zijn redding dat hij zijn klassiekers kent en daaraan kan denken. Hij maakt gebruik van name dropping, citeert onder andere Zola (De mijn, de eerste vakbond) en Apollinaire (die ook gebruik maakte van de perspectiefverschuivingen tussen ‘ik’ en ‘jij’, en met zijn gedicht Zone een half-surrealistisch beeld schetst van de rafelranden van een gemeenschap.) Hij zingt luidkeels overstemd door het lawaai van de machines de liedjes van Charles Trenet en in gedachten converseert hij met Proust, Baudelaire, Hugo, Beckett, Marx. Tijdens het werk heeft hij alle tijd om over de literatuur na te denken en ontstaat het plan om alles op te schrijven, waarbij het tempo van het werk het ritme maakt van zijn tekst. Ondanks de ferme taal die hij gebruikt, leest het boek als poĆ«zie in proza, lieflijke taal, en krijgt de fabriek zo nu en dan zelfs iets poĆ«tisch.

Door humor, bijtend sarcasme en zelfspot is dit erudiete, uiterst originele debuut geen sombere leesbeleving. De volharding en de eerlijkheid geven het zelfs een ontroerende toets. De ritmische, hallucinante, puntige en poƫtische teksten heeft Floor Borsboom fantastisch omgezet in het Nederlands. Van Ponthus zal geen tweede roman meer verschijnen, daar hij op 23 februari 2021overleed.

Eerder verschenen op Sanis Libris, Vita Lacuna