Dinsdag, 17 april, 2018

Geschreven door: Benacchio, Alessandro
Artikel door: Onbekend

Absolute Leisure

De absoluutheid van vrije tijd

The Why Factory (T?F), een wereldwijde denktank en onderzoeksinstituut, gerund door het Nederlandse Architectenbureau MVRDV en de TU Delft en geleid door professor Winy Maas, berekende vrije tijd in ‘big facts’: visueel-aantrekkelijk gemaakte statistieken. Het onderzoek verscheen als Absolute Leisure in boekvorm.

Toevallig las ik Absolute Leisure samen met de autobiografie MĂ©moires Sans MĂ©moire die de pionier-fotograaf Jaques-Henri Lartigue schreef over de eerste 21 jaar van zijn leven, gekenmerkt door een bijna absolute vrijetijdsbesteding. Daardoor kon hij leren fotograferen, naast andere sociale activiteiten die we nu zouden omschrijven als hobby: toen een onbekend fenomeen.

In de openingsspreads van Absolute Leisure citeert Maas de 19de eeuwse dichter Charles Baudelaire en zijn levenskunst om je “onder te dompelen in de verbeelding van het genot”: in niets-doen al je energie steken. De onvermelde Walter Benjamin filterde half 20e eeuw hieruit zijn theorie over het flaneren (op de Parijse boulevard) als sociaal tijdverdrijf in de metropool. Maar op zo’n manier tijd besteden aan andere activiteiten dan lichamelijk werk konden toen maar weinigen.

Big Data maken nu duidelijk dat vrije tijd een vast gegeven is geworden. Vrije tijd valt te indexeren in categorieĂ«n: grootste, duurste, meest tijdrovende. Een vakantie is per defintie ‘wel verdiend’. In een vrije tijds ABC zien we dat vrije tijd zowel een dienst als een ding kan zijn.

Geschiedenis Magazine

Ook stelde Maas zijn persoonlijke selectie op, die uiteenloopt van luchthavens, vogels kijken, zonnebaden, teenslippers dragen, parachute springen, smart phones, huisdieren houden. (Een fietsenmaker zal weer andere hobbies leuker vinden.) Culturele vrije tijdsbesteding ontbreekt wonderwel.

Omdat activiteiten weer gespecialiseerde producten vereisen lezen we ook de prijzen van zulke basis behoeften. De vrijetijdsbesteder blijkt een extreme consument. Wie wielrent er immers nog zonder volledige Tour de France outfit? We lezen dat alleen de Inuits geen designspullen nodig hebben. Hoe weten we dat? Waarschijnlijk door een van de 33.378 reizigers die in Nunavut de 150.000 levende Inuits als attractie kwam bekijken.

De AutoCADer – een soort robot-tekenprogramma – illustreert objectief en onpersoonlijk statistieken en zeer lange links naar websites om beweringen te controleren. Dat levert vermakelijk wikipediatrivia op. Wie wist dat we de vrijetijdsgymnastiek Pilates danken aan een Duitse boxer met deze naam? Toen Pilates tijdens de oorlog in het ziekenhuis belandde, bracht hij zijn conditie weer op peil met de nu bekende sportschooloefeningen. Leuk weetje. Veel informatie is nogal Amerikaans getint en klopt soms niet helemaal. Het racen met vrachtwagens – nu we het er toch over hebben – wordt bijvoorbeeld wel degelijk ook nog in Europa beoefend.

Op den duur wordt de lawine met Big Data even absurd als ouderwetse vergelijkingen waarin men met hoeveelheden dropstaafjes – virtueel –  de afstand meet tussen Euromast en Eiffeltoren. Onbedoeld cynisch is de omschrijving van Braziliaanse favela en sloppenwijken als “hippe bestemmingen voor sociaal bewuste vrijetijdsverdrijf.” Vaak blijven feiten in de lucht hangen zoals bij de observaties van trendwatchers.

Je verwacht nog een verwijzing naar de fascinerende theorieĂ«n van Paul Virillio over onze snelheidsmanie: om zoveel mogelijk tijd over te hebben maar deze dan toch weer altijd gevuld te hebben. Of Slavoj ĆœiĆŸek met zijn prikkelende stellingen over de 21e behoefte overal een spannende gebeurtenis van te willen maken – ‘eventisme’. Virillio en ĆœiĆŸek hadden van dit onderzoek ook nog een fijn, intellectueel tijdverdrijf kunnen maken.

Eerder in andere vorm verschenen op Facebook cultuurblog Alleroogen