Vrijdag, 16 oktober, 2015

Geschreven door: Reeuwijk, Alexander
Artikel door: Lendering, Jona

Achter de sluier het land. Reizen door Iran

[Bespreking] Er zijn veel Irans. U kent het land uit de media, die het vaak presenteren als een onbetrouwbare theocratie op zoek naar atoomwapens. Kijkt u op het internet, dan is de kans groot dat u belandt op de websites van nationalistische ballingen: zij presenteren een land dat lijdt onder de terreur van de religieuze leiders en terugverlangt naar de legitieme sjah. Er is het Iran van mijn avondwinkelier, die ooit voor de sjah is gevlucht en voor wie zijn vaderland is veranderd in een vakantiebestemming. Er is het Iran van de geestelijkheid die, ondanks een traditie van blaffen naar de Verenigde Staten, opvallend pragmatisch is.

Over het Iran van de IraniĆ«rs zĆ©lf hoort u (goede correspondenten als Thomas Erdbrink en Carolien Omidi niet te na gesproken) weinig en alleen al om die reden was ik blij met Alexander Reeuwijks Achter de sluier het land. Reizen door Iran. In zijn eigen woorden is het geen boek over de huidige politieke situatie, maar een boek over de geschiedenis en kunst, en over mensen. ā€œDe warmte en zachtheid van de Perzen heeft me vanaf mijn eerste bezoek diep geraakt. Dit boek gaat dan ook vooral over hen.ā€

Warmte en zachtheid: dat is inderdaad het beeld dat je van de Iraniƫrs krijgt als je Reeuwijks boek leest. Hij beschrijft een reis die van Teheran tegen de wijzers van de klok in om de grote woestijn heen voert, via Isfahan, Shiraz, Persepolis en Bam naar Yazd. Onderweg ontmoet hij mensen, noteert hij gesprekken, rookt hij de ene waterpijp na de andere, bekijkt hij de architectuur. Vaak citeert hij uit poƫzie en eerdere reisliteratuur, waardoor de lezer van Achter de sluier het land wordt verleid zich verder in de materie te verdiepen. Lichtvoetig toont Reeuwijk hoe open en onbevangen Iraniƫrs zijn.

Ik denk dat u het lezen moet, maar ik ben niet objectief in mijn aanbeveling. Ik herkende namelijk allerlei situaties, zodat het boek voor mij geen kennismaking was maar een feest der herkenning: Reeuwijk heeft ervaringen die ook ik heb, spreekt met de hoogopgeleide stedelijke middenklasse die ook ik spreek, heeft belangstellingen die ook ik heb ā€“ kortom, hij schrijft het boek dat ook ik wel eens heb overwogen te schrijven. Gelukkig heb ik dat niet gedaan, want mijn boek zou nooit zo mooi hebben kunnen eindigen als de climax waar Reeuwijk naartoe werkt: hij benut Nietzsches Zarathustra om de echte Zarathustra te introduceren, en zo iets te vertellen over de betekenis van deze Iraanse profeet. Huzarenstukje.

ScĆØnes

Van alles passeert de revue. Het alcoholverbod. De onhandige beleggingen die menig IraniĆ«r hun spaargeld kostten. Een geestelijke die je in Qom bijstaat met ā€œguidanceā€. De hedendaagse politiek, want hoe wil je ā€“ zelfs als Reeuwijk er niet al te veel over wil zeggen ā€“ de omstreden verkiezingen van 2009 negeren? Het drugsprobleem. IraniĆ«rs die jouw aanwezigheid aangrijpen om hun Engels te oefenen.

Het prachtige plein in Isfahan (ā€œmet afstand het mooiste dat ik ooit heb gezienā€) komt aan bod, samen met de Lotfollah-moskee, ā€œelegant, ingetogen en met delicate verhoudingen van kleur, patroon en maatā€. Even verderop: Isfahans fascinerende Vrijdagsmoskee. Hij bezoekt de theehuizen op de bruggen van Isfahan en belandt in een discussie over het verbod waterpijp te roken, een verbod waarmee de Iraanse minister van Volksgezondheid enkele jaren eerder was dan onze Ab Klink.

Reeuwijks opzet Iran te presenteren als een land dat normaler is dan de media suggereren, brengt met zich mee dat hij sommige opvallende dingen slechts terloops aanstipt, zoals de taroef, de gekmakende beleefdheidscode. Iraniƫrs gaan heel ver om het je naar de zin te maken (zoals), maar verwachten omgekeerd soms meer dan jij kunt waarmaken. Reeuwijk zal, neem ik aan, weten dat het niet voldoen aan deze verwachtingen soms leidt tot ergernissen, maar dat past niet bij het beeld dat hij wil schetsen van een warm en zachtmoedig volk.

Een ander aspect dat Reeuwijk slechts in het voorbijgaan aanstipt is de sociale controle. Verschillende met IraniĆ«rs getrouwde Nederlanders vertelden me dat ze er vĆ³Ć³r de verloving voortdurend op bedacht waren dat geen bekende hen samen zag. IraniĆ«rs vinden het namelijk vrij normaal elkaar te behoeden voor een faux pas, en dat is mooi, maar het kan ook verstikkend zijn. Het maakt het bovendien moeilijk maatschappelijke weerstand te organiseren tegen een overheid die toezicht houdt op de moraal. Reeuwijk moet verhalen kennen over het storende optreden van de zedenpolitie, maar besteedt er weinig aandacht aan. Hij stelt de mensen centraal: ā€œzachtaardig, goed opgeleid, welbespraakt, erudietā€.

Kortom, Reeuwijk selecteert, maar dat doet niet af aan het simpele feit dat dit een fijn boek is, dat ik in Ć©Ć©n ruk heb uitgelezen. Hij slaagt erin stem te geven aan mensen die normaal gesproken in onze media niet aan het woord komen. De stedelijke middenklasse weet dat het buitenland neerkijkt op Iran en weet dat de eigen politieke leiders neerkijken op de bevolking. Des te meer waarderen ze elke westerse bezoeker die naar hen komt luisteren. Het zijn warme en zachtmoedige mensen, die een tolk verdienen en gelukkig vonden in Van Reeuwijk.