Donderdag, 24 oktober, 2019

Geschreven door: Schipper, Mineke
Merolla, Daniela
Brinkman, Inge
Artikel door: Laurense, Marijke

Afrikaanse letterkunde. Tradities, genres, auteurs en ontwikkelingen

Van settler-verhalen tot négritude: de Afrikaanse letterkunde heeft het allemaal

De gestaag uitdijende letterkunde van het complete continent Afrika in 350 bladzijden persen, dat valt niet mee. Drie wetenschappers wagen zich er toch aan, en dat levert mooie leestips op.

[Recensie] Soms doet een mens iets spijtigs. Je begint vlijtig te ontspullen en neemt zelfs je boekenkast te grazen, waarbij je afscheid neemt van een aantal geëngageerde romans uit Afrika, uit de tijd dat Novib nog geen Oxfam heette en samen met het Wereldvenster de Derde Spreker-serie uitgaf. En vervolgens verschijnt de derde, flink herziene druk van Mineke Schippers handboek Afrikaanse letterkunde en besef je dat je Chinua Achebe, Buchi Emecheta en Ben Okri iets te voortvarend naar de kringloop hebt gebracht.

De eerste twee versies van Afrikaanse letterkunde (1983 en 1990) waren nog het solowerk van Schipper (1938), die een aantal jaren in Congo aan de universiteit doceerde en tot voor kort in Leiden hoogleraar interculturele literatuurwetenschap was. U kent haar wellicht van Trouw nooit een vrouw met grote voeten, een wereldwijde verzameling van vermakelijke en soms schokkende spreekwoorden over de vrouw. Of van de essays die ze voor Letter & Geest schrijft, zoals eind vorig jaar over Maryse Condé, toen die de alternatieve Nobelprijs voor literatuur won. Ook op deze derde versie van Afrikaanse letterkunde prijkt Schippers naam bovenaan, al wordt duidelijk dat zij haar houtje overdraagt aan medeauteurs Daniela Merolla (hoogleraar Berberliteratuur aan de Sorbonne) en Inge Brinkman (docent Afrikaanse letterkunde aan de universiteit van Gent).

De gestaag uitdijende letterkunde van een compleet continent in 350 bladzijden persen, dat valt waarachtig niet mee. Zeker als je weet hoe ongelooflijk breed, divers, grensoverschrijdend en hybride ‘de’ Afrikaanse literatuur is. Om te beginnen: de invloed van de mondelinge traditie. Hier denken we bij literatuur vooral aan lezen en stilletjes met een boekje in een hoekje, maar in het mindergeletterde Afrika gebeurt de letterkunde van oudsher liefst buiten op de markt of op straat, waar dichters en verhalenvertellers er samen met hun publiek een spektakel van maken. Daarbij wordt gezongen, gedanst en geïmproviseerd – hoogst interactief dus en nauwelijks te vangen in het in Europa gebruikelijke onderscheid tussen poëzie, proza en toneel.

Archeologie Magazine

Rondspringende lichaamsdelen

Afrikaanse letterkunde schotelt u een aantal fraaie staaltjes voor van mondelinge liefdes- en oorlogspoëzie en rouw-, jacht- en werkliederen. De poetry slam lijkt zelfs te zijn bedacht in Congo, waar jongemannen bij hun initiatie in een wedstrijd over zichzelf moeten opscheppen. Verder zult u uit dit boek al gauw begrijpen waar Schippers interesse voor spreekwoorden vandaan komt. Inderdaad. Uit Afrika.

Ook het epos komt aan bod. De voordracht daarvan kan maar zo twaalf dagen duren en anders dan in de Europese traditie sterven de helden ervan zelden jong en zijn ze niet alleen uit op eigen eer en roem, maar weten ze ook hun dorp, clan of volk tot welvaart te brengen. En raadsels, sprekende dieren, rondspringende losse lichaamsdelen als schedels, oren en vagina’s; de Afrikaanse mondelinge literatuur weet er wel weg mee.

Theatraal staat Afrika natuurlijk al eeuwen zijn mannetje met maskers die de mens verbinden met de wereld van de goden en geesten, al heeft de religieuze betekenis van dit erfgoed zich hier en daar inmiddels geschikt naar politieke of toeristische belangen. De invloed van missionarissen en zendelingen op het Afrikaanse theater valt evenmin te onderschatten: het enthousiasme voor hun toneelbewerkingen van bekende bijbelverhalen en Bunyans ‘Pilgrim’s Progress’ was opvallend groot. En even een sprong in de tijd naar de laatste decennia van de 20ste eeuw: ook de bewerkingen van Afrikaanse schrijvers van Sophokles, Euripides en Brecht bleken enorm aan te slaan, net als stukken over Shaka Zulu en de spin Anansi. Een verhaal apart is de geschiedenis van het maatschappijkritische toneel dat kolonialisme en corruptie aan de kaak stelde – wat voorwaar een riskante onderneming was, zeker als het in de volkstaal geschreven was en dus ook begrijpelijk was voor de mindergeletterde bevolking.

Toch gaat Afrikaanse letterkunde uiteindelijk grotendeels over geschreven literatuur; en dan vooral over poëzie en proza, geschreven of vertaald in een Europese taal; dit ter wille van de Nederlandse doelgroep van het boek. Wat trouwens niet wil zeggen dat, zoals vaak gedacht, Afrika tot de komst van de Europeanen niet kon schrijven: de Egyptische hiëroglyfen, het Koptische schrift, het Tifinagh van de Toearegs en het in Arabisch schrift geschreven Swahili stammen toch heus van ver voor die tijd en uit Ethiopië zijn 13de-eeuwse manuscripten met het verhaal van Salomo en de koningin van Seba bewaard gebleven.

Echte Afrikaanse literatuur

Met die talige insteek werpt dit boek ook de fascinerende vraag op wat nu ‘echte’ Afrikaanse literatuur is. Moet die niet eigenlijk in een van oorsprong Afrikaanse taal geschreven zijn? En begint die pas beneden de Sahara of hoort Noord-Afrika er tegenwoordig ook bij? De Antillen? Gaat het nog altijd vooral om négritude? Om strijdbaar antikolonialisme? Om een thematiek, zoals de trek naar gigasteden als Lagos, Cairo of Johannesburg? Om de geboortegrond, woonplaats of nationaliteit(en) van de schrijver en diens (voor)ouders? Maken exotische reisverhalen, settler-literatuur en het Boerse Afrikaans ook deel uit van de letterkundige geschiedenis van dit continent? En hoe komt het dat er zo’n verschil is tussen auteurs die in het Frans en in het Engels schrijven? Schipper en haar medeauteurs zijn ruimhartig zolang het binnen de geografische perken blijft, maar signaleren ook dat dat criterium in tijden van globalisering, migratie, diaspora, ‘Afropolitanisme’ en internet met de dag vloeibaarder wordt.

Als naslagwerk en handboek is deze derde en naar ik vermoed laatste druk een mooi monument voor de Afrikaanse letterkunde: het valt moeilijk voor te stellen dat we over weer dertig jaar nog steeds op deze manier in literaire continenten kunnen denken. Wel jammer is dat de auteurs niet de moeite hebben genomen om ook al die lappen Engelse tekst te vertalen, zeker omdat ze toch een breed Nederlands publiek warm willen maken voor hun grote liefde. Hoe dan ook: voor nu heeft u met dit boek een overvloed aan kennis en heerlijke leestips in handen. Hafid Bouazza. Moses Isegawa. Chimamanda Ngozi Adichie. Nadine Gordimer. Mike Maphoto. Doris Lessing. En ja, ook Chinua Achebe. Ik ben gisteren nog even wezen kijken of hij nog op de plank bij de kringloop stond. Maar helaas. Nu ja, hopelijk ligt hij nu dan op het nachtkastje van een nieuwe liefhebber.

Eerder verschenen in Trouw en op Marijke Laurense