Woensdag, 16 september, 2015

Geschreven door: Mast, Jan van der
Artikel door: Cuijpers, Anke

Agneta

Het dubbelleven van een idealist

Agneta, de derde roman van Jan van der Mast, beschrijft de waargebeurde levensgeschiedenis van Agneta van Marken-Matthes, die in 1869 trouwt met de fabrikant Jacques van Marken. In het verhaal blikt deze vrouw terug op het dubbelleven van haar man. Jan van der Mast heeft uit bijzondere bronnen kunnen putten om de roman over Agneta te schrijven. In zijn eerder werk, De kleine Keizer, nam de auteur de vrijheid tot een verzonnen personage om het verhaal te stuwen. Het is jammer dat hij zich niet een dergelijke ruimte heeft gegund om het verhaal over Agneta te vertellen.

Een leven vol idealen

Het echtpaar is één van de pioniers op het gebied van de ‘Sociale Qaestie’, dat we nu ‘sociaal verantwoord ondernemerschap’ zouden noemen. Agneta speelt hierin een belangrijke, initiërende rol. Ze laat bijvoorbeeld een deur in de stenen schutting van hun huis in Delft maken, zodat de oudjes van het belendende Oude Mannen- en Vrouwenhuis op zomeravonden een wandelingetje kunnen maken in haar tuin. Haar eerste poging om een bres te slaan in de starre standenmaatschappij. Het echtpaar is zo bevlogen dat het later tussen hun arbeiders gaat wonen, het nog altijd bestaande Agnetapark in Delft. Daar wordt Agneta al snel ‘de parkmoeder’ genoemd. En wanneer het echtpaar kinderloos lijkt te blijven stort Agneta zich met succes op het maken van parfums. In het tijdschrift De huisvrouw wordt ze het levende bewijs genoemd van de manier waarop vrouwen in staat zijn  tot evenwaardige prestaties als mannen.

Dubbelleven

Heel subtiel laat van der Mast zien hoe broos deze idealen in de praktijk kunnen zijn als Agneta achter het dubbelleven van haar man komt. Ze maakt een afspraak met de minnares van haar man, een arbeidersvrouw, en gaat het gesprek aan:

Ze probeert de woedegolf die in haar opkomt te verbloemen door het schoteltje met thee in het kopje terug te gieten. Haar handen trillen vreselijk. Ze besluit geen thee te drinken nu, straks morst ze ook zichzelf nog onder, en legt haar handen in haar schoot. Mejuffrouw Eringaard heeft ondertussen al haar handelingen nauwgezet gevolgd. Een dame zou beleefd wegkijken bij het zien van een andere vrouw met zo’n geagiteerd gemoed.

Wordt Vervolgd

De parkmoeder

Agneta neemt het besluit het dubbelleven van haar man geheim te houden, er zelfs met haar man niet over te praten. Maria Eringaard, de minnares, gaat hiermee akkoord. Als deze een paar jaar later sterft besluit Agneta om zelf voor de buitenechtelijke kinderen uit deze affaire te zorgen. Een mooi staaltje van show don’t tell is de aankomst van de pleegkinderen in hun nieuwe villa:

‘Ach, we doen niet meer dan onze plicht. Ik hoop dat ze snel hun draai zullen vinden in ons huis. En dat ze goed worden opgenomen in onze gemeenschap.’ Agneta legt kort haar hand op de onderarm van de melkboer en zegt zachtjes: ’Het is belangrijk dat ze zich welkom voelen, Jansma.’ Ada komt aanlopen met het hondje in haar armen. ‘Papa zei dat er een speeltuin is, maar ik zie hem niet.’ Die is een stuk verderop, Ada. Achter de muziektent.’Ze ziet de verwondering op het gezicht van de melkboer. ‘Ja, we zeggen gewoon papa en mama. Dan voelen ze zich het snelste thuis.’

Agneta blijft te allen tijde de deugdzame ‘parkmoeder’ die de kinderen zonder pardon als pleegkinderen voorstelt aan iedereen. Dat papa al jaren papa is en zij nog lang geen moeder genoemd wordt gaat niemand iets aan.

Keuvelen over gisteren

Het grootste deel van het verhaal speelt zich rondom het laatste publieke optreden van de inmiddels bijna kindse Jacques op de Gemeenschapsdag, het feest voor hun arbeiders dat ze jaarlijks organiseren. Deze Jacques is geen intellectuele gesprekspartner meer, integendeel:

Opeens gaat hij overeind zitten. ‘Zeg, luister je eigenlijk wel?’

‘Jawel. Ik ben een en al oor.’ Verstrooid krabt hij aan zijn achterhoofd. ‘Ja, nou weet ik niet meer wat ik aan het vertellen was.’Ze zwijgt. Daar gaat hij weer.

Deze laatste fase uit Jacques’ leven loopt als een rode draad door de roman. Het heeft tot gevolg dat Agneta voor een groot gedeelte gaat over de periode waarin de echtgenote voor haar raaskallende man zorgt. Dat haalt helaas vaart en diepgang uit het boek. Er zijn momenten tijdens het lezen geweest dat ik met Agneta verzuchtte:

‘Dat gezever over zijn memoires komt haar de neus uit. Al weken praat hij over niets anders.’

Biografie of roman

Het blijkt niet gemakkelijk de innerlijke motieven van een historisch personage te beschrijven, overal loeren feiten die de fantasie van de schrijver begrenzen. In Agneta lukt het de auteur niet altijd om de roman te laten prevaleren. Als het ontzielde lichaam van haar zwager wordt gevonden, komt dit hard aan bij Agneta:

‘Dit was niet de afloop die ze had verwacht. Ze was ervan uitgegaan dat Arnold gewoon weer zou opduiken in Laren, Delft of waar dan ook. Het was een tragisch einde van een innemende, zachtaardige man die zich – samen met haar zus – zo had ingespannen om het welzijn van de werkman – en kansarme kinderen – te verbeteren.’

Het is één van die momenten in de roman waarin het personage het aflegt tegen de biograaf in zijn drang om ons allerlei feitelijkheden mee te delen. Spijtig, want Jan van der Mast laat wel soms heel subtiel zien hoe hun privéleven ver af kwam te staan van de idealen die ze voor hun arbeiders probeerden te realiseren.