Vrijdag, 26 maart, 2021

Geschreven door: Zhang, C. Pam
Artikel door: Verplancke, Marnix

Al wat goud op de bergen is

Eigenzinnige en persoonlijke versie van de klassieke western

[Interview] “Het begon allemaal met het idee van hitte en verschroeide heuvels waar twee kinderen doorheen trokken, op de vlucht,” zegt C Pam Zhang. “Zo begint het altijd bij mij, met een beeld. Dat ging zo met mijn verhalen en nu ook met Al wat goud op de bergen is.” Dat is de titel van Zhangs ronduit fantastische debuutroman die vorig jaar terecht op de longlist van de prestigieuze Booker Prize stond.

In die roman volgen we Lucy en Sam. Zij is 12 en hij een jaartje jonger en samen zijn ze op weg met het lijk van hun vader, Ba, een Chinees die afkwam op de glorieuze geruchten over de goldrush, maar die van armoede in een kolenmijn belandde. We zijn ergens midden negentiende eeuw, in Californië wellicht, terwijl de kist op de rug van het paard Nellie hobbelt en er af en toe iets uitvalt, een paar vingers bijvoorbeeld, of Ba’s uitgedroogde piemel die volgens Lucy veel weg heeft van een verschrompelde pruim. De kinderen zoeken een plek om hun vader te begraven en nadien een toekomst voor zichzelf, want eerder zijn ze ook al hun moeder Ma kwijtgeraakt. Voortaan moeten ze het dus alleen rooien, als broer en zus, of eerder als twee zussen, want Sam heet in feite Samantha ontdekken we na een tijdje. En dat is trouwens niet het enige verrassende aan Zhangs roman. Er komen ook tijgers in voor.

“Wanneer iemand je een verhaal vertelt moet je je altijd afvragen waarom hij dat doet,” zegt Ba tegen zijn dochter Lucy. Waarom vertel jij dit verhaal?

“In mijn jeugd las ik heel wat grote romans over de trek naar het westen, zoals John Steinbecks The Grapes of Wrath en Lonesome Dove van Larry McMurtry, maar daarvoor ook al de Little House on the Prairie-reeks van Laura Ingalls Wilder. Als dochter van Chinese migranten die op heel veel verschillende plaatsen in Amerika hadden gewoond en die dus regelmatig het hele land doorkruisten, was ik onder de indruk van de grote landschappen. De schrijvers plaatsten daar kleine mensen in, maar wel kleine mensen met een groot verhaal dat de moeite was om neer te schrijven. Pas toen ik volwassen was realiseerde ik me dat mijn ouders en ikzelf ook kleine mensen waren, maar dat wij nooit voorkwamen in de mythologie van het Amerikaanse westen. Vandaar dat ik een antwoord wou schrijven op die traditie en misschien wel in dezelfde beweging die traditie onderuit wou halen. Chinese immigranten hebben immers een enorm grote rol gespeeld in de verovering van het Amerikaanse westen. Het zijn vooral zij die de spoorwegen hebben aangelegd die oost en west met elkaar verbonden, maar als je foto’s ziet van de opening van die spoorlijnen, zijn zij steevast afwezig. Ik wou die Chinezen met mijn boek ook een groot verhaal geven.”

Technisch Weekblad

Het is inderdaad een nieuwe leeservaring, een onverwachte western, zou je kunnen zeggen. Het duurde zelfs een tijdje voor ik goed en wel besefte dat ik een western aan het lezen was.

“Dat toont nog maar eens hoezeer we nog steeds vanuit vooringenomen verwachtingen vertrekken wanneer we een boek openslaan. Ik ben nogal geïnteresseerd in hokjesdenken, hoe we alles labellen en onderbrengen in genres, en hoe dat vaak onbewust gebeurt. Ook daar wou ik een spel mee spelen om het in vraag te stellen. Ik wou niet alleen een western schrijven, ik wou ook flirten met fantasy en sf, en met een paar grootheden uit de literatuur als Tony Morrison, Annie Proulx en Michael Ondaatje. Ik wou grenzen doorbreken en mijn lezers verrassen. Het is een western, maar ook een heel hedendaags boek.”

Het is inderdaad geen historische roman zoals we die gewoon zijn. De jaartallen worden erin vermeld als XX59 of XX67, waarbij die twee XX-en door 18, 19 of zelfs 20 vervangen zouden kunnen worden, al hoop je dat de wereld er in 2059 toch wat rooskleuriger uit zal zien.

“Dat nam ik over uit Murakami’s 1Q84. Ik wou ermee aantonen dat de wereld in het boek niet onze wereld is. Het is een manier om de lezers oplettend te maken, net zoals het motto van het boek, ‘Dit land is niet jouw land’. Je kan dat op veel manieren interpreteren. Het kan over de personages gaan die constant het gevoel krijgen dat het land waar ze wonen nooit van hen zal zijn, maar het kan ook over de lezer gaan, die in het boek een ander land zal aantreffen dan dat waarin hij zelf woont. Ik hou van ambiguïteit. Vaste denkkaders en eenduidige betekenissen zijn niet alleen saai, ze werken ook als gevangenissen. Wat ik doe is wat ook de cartografen van weleer deden. Wanneer ze de grens van de bekende wereld bereikten, tekenden ze draken en fabelwezens om dat duidelijk te maken. Mijn jaartallen en motto zijn een soort van draken, die je waarschuwen dat je een wereld binnentreedt die anders is dan de gekende en dat je zaken zult aantreffen die je misschien niet zou verwachten.”

Vandaar ook die tijgers en reusachtige bizonskeletten in het boek?

“Die tijgers waren ook een manier om mijn Chinese afkomst in het traditionele westernlandschap binnen te smokkelen. Zij geven China de plaats die het nooit heeft gehad, maar die het wel verdient, net zomin als vele andere culturen natuurlijk. Het heeft misschien iets mythologisch, maar dat was de bedoeling, want ook de dominante Amerikaanse cultuur steunt op haar eigen mythologie, waarbij ik dat woord vrijer invul dan dit meestal gedaan wordt. Dit gaat dit niet over goden, maar wel over mensen en ideologieën, over de American Dream dus en het idee dat we allemaal gelijke kansen hebben en in staat zijn om onszelf bij de haren uit de modder te trekken. Dat zijn voor mij mythes.”

Maar zijn zulke mythes niet nuttig? Stimuleren ze je niet om het beste uit jezelf te halen?

“Ik vrees van niet. Zulke mythes zijn in mijn ogen vooral destructief, omdat er een grote kloof gaapt tussen wat ze beloven en wat ze in realiteit brengen. Dat zorgt voor heel wat teleurstelling, verbittering en uiteindelijk ook woede. De American Dream is gewoon een droom, een leugen dus, die de systemische ongelijkheid bestendigt. Hele bevolkingsgroepen werden zo op hun plaats onderaan de maatschappij gehouden. Dat heeft lang gewerkt, maar nu niet meer. Steeds meer mensen ondervinden aan den lijve dat ze die droom niet waar kunnen maken en dat dit echt niet aan henzelf ligt, maar wel aan de ingebakken leugens erin. Dat besef is een kanker in onze cultuur. Ik ben aan het boek begonnen in 2015, een jaar voor de verkiezing van Donald Trump en het openbarsten van het kankergezwel dat daarop volgde. Ik schreef over een periode waarin racisme tegenover Aziatische migranten veel openlijker en gewelddadiger was. Ga ik hier niet te ver met mijn geïnsinueerde parallellen met vandaag, vroeg ik we constant af. Maar tegen de tijd dat de roman in de winkel lag, bleken die parallellen gewoon realiteit geworden te zijn. Het aantal gevallen van raciaal geweld tegen Aziaten is in de VS pijlsnel gestegen, 700% op een paar jaar tijd volgens sommige statistieken, andere spreken van 1000%. Mensen worden bespuwd, aangevallen en soms gewoon vermoord omdat ze Aziatische roots hebben.”

Waarom is dat buiten Amerika niet zo goed geweten?

“Binnen Amerika is het dat ook niet. De nieuwszenders besteden er geen aandacht aan. Onlangs was het Chinees Nieuwjaar. Veel mensen durfden dit niet vieren omdat ze bang waren van het geweld dat ze daarmee zouden uitlokken. Een Chinese man van 91 werd door iemand opzettelijk omver geduwd. Hij viel slecht en overleefde het niet. Dat haalde het lokale nieuws, maar geen van de nationale netwerken nam het over. En aangezien buitenlandse media alleen aandacht hebben voor ons nationaal nieuws, werd er in het buitenland ook niet over bericht.”

Is dat geweld het gevolg van de spanningen tussen Amerika en China?

“Het heeft alles te maken met de onverdraagzaamheid wanneer het over Chinezen gaat. Er is niet alleen het economische aspect, er is ook corona. Vanaf het begin van de pandemie zag je hoe president Trump het een Chinees virus noemde en hoe dit door bepaalde media gretig werd overgenomen. Dat was echt wel een kwalijke zaak. Politici moeten geen bevolkingsgroepen tegen elkaar opzetten, maar dat is wel wat toen gebeurde.”

Niet alleen zwarte levens doen er dus toe in Amerika, maar ook Chinese?

“Natuurlijk. Ik ga het belang van Black Lives Matter niet in twijfel trekken. Het protest was gerechtvaardigd. Dat er in zwarte gemeenschappen veel meer slachtoffers vallen door corona dan gemiddeld wijst op systematische discriminatie. Maar tezelfdertijd vind ik het jammer dat het lijkt alsof alleen zwarten gediscrimineerd worden en er niet de minste aandacht gaat naar het lot van de Aziatische Amerikanen.”

Zie je hier niet dat het ene alternatieve verhaal het andere verdrukt? Is dit niet net zo nefast voor de veelstemmigheid van de waarheid?

“Dé waarheid is een moeilijk begrip. Waarheid is altijd tot op zekere hoogte subjectief, maar dat neemt niet weg dat we iets moeten inbrengen tegen flagrante leugens. Wat ik belangrijk vind is dat we de geschiedenis van de VS niet herleiden tot het clichébeeld van de klassieke western en dat dat beeld gecanoniseerd wordt. Want dat beeld is heel mannelijk en blank. Tegenover deze geschiedenis, die ik vroeger aangeleerd kreeg op school, staat een verzwegen schaduwgeschiedenis. Begin ermee ook die op school te vertellen. Geef die ook een plaats in de canon. Het zijn verhalen van gemarginaliseerden, indianen, migranten, mensen met een niet-blanke huidskleur, homoseksuelen, transgenders, gehandicapten en ga zo maar door. Hun verhaal is al dan niet moedwillig uit de geschiedenis geschrapt. Het moet ons doel zijn dit verhaal in al zijn schakeringen en nuances te vertellen en zo de waarheid aan het licht te brengen.”

Sam lijkt daar helemaal voor te gaan in je boek, maar Lucy, die les krijgt van Meester Leigh is veel meer geneigd mee te gaan in het klassieke verhaal van “namen en data, geordend als bakstenen en gestapeld om een beschaving te bouwen,” zoals je schrijft. Is dit een tegenstelling die ook in jou zat als opgroeiend kind?

“Ik zie dat niet als een tegenstelling, eerder als twee elkaar aanvullende standpunten. Soms was ik meer Lucy en bewonderde ik de verwezenlijkingen van onze beschaving. Andere keren was ik meer Sam en betreurde is de vernietiging van de wereld die samen leek te gaan met deze verwezenlijkingen. Het zit allebei in mij. De reden waarom ik Lucy deze drang om te assimileren heb gegeven en dat ik haar bewondering laat hebben voor de blanke, mannelijke beschaving is om de toxische gevolgen van die assimilatie te kunnen tonen. De Aziatische gemeenschap krijgt in de VS constant te horen dat wanneer ze maar goed genoeg haar best doet, ze de toelating zal krijgen om bijna-blank te zijn. En daar mag die gemeenschap dan blij om zijn, want meer zit er niet in. In ruil moet ze dan natuurlijk wel zichzelf uitwissen en wit worden. Je kunt blijkbaar geen Chinees blijven en het toch ergens schoppen. Deze druk om jezelf te vernietigen is ronduit toxisch.”

Heb je dat ook zo ervaren in je eigen leven?

“Constant. Als meisje leerde ik op school dat ik vooral niet trots mocht zijn op mijn afkomst. Als Chinees hoorde je niet boven het maaiveld uit te willen komen, maar goed te luisteren en te doen wat anderen zeiden. Het was de schoolversie van de American Dream: als je hard werkt en altijd gehoorzaamt, zul je uiteindelijk beloond worden met opwaartse mobiliteit en rijkdom. Maar dat is een leugen.”

Maar uiteindelijk heeft het je wel een fraaie baan in de techwereld opgeleverd, en een debuutroman die op de longlist van de Booker Prize heeft gestaan en nu wereldwijd wordt vertaald.

“Dat ga ik niet ontkennen, maar ik wil niet louter voor mezelf spreken natuurlijk, maar wel voor al die anderen. En misschien treur ik soms wel een beetje om al die mogelijke andere versies van mezelf die ik heb moeten achterlaten om hier nu te zitten. Vergeet niet dat er een verschil is tussen materiële rijkdom en psychisch welzijn. Je kan goed bij kas zitten en je toch van je ziel ontdaan voelen omdat je niet meer weet wie je bent, zoals Lucy op het einde van het boek overkomt.”

Zoals Ma zegt tegen Lucy: het is belangrijker om je eigen leven te kunnen leiden dan om rijk te zijn?

“Ongetwijfeld. Het klassieke immigratieverhaal luidt dat mensen emigreren omdat ze hun kinderen een betere toekomst willen geven. Dat was voor mijn ouders zo, maar ook voor de ouders van veel van mijn vrienden. Mijn boek is mijn manier om hen te eren, want ze krijgen veel te weinig erkenning daarvoor. Het lijkt soms dat ze de makkelijke optie kiezen: een land verlaten waar ze geen kans maken op een goede toekomst en ergens anders meesurfen op de bestaande welvaart, maar zo simpel is het niet. Eens in dat nieuwe land merken ze immers dat hun opties heel beperkt zijn.”

Zoals ook Samantha ervaart, die beseft dat ze als Sam meer kans maakt om een eigen leven te kunnen leiden?

“Wat mij interesseerde bij het schrijven van mijn roman was gender als een middel en een masker, en dat in een harde, patriarchale omgeving waarin vrouwen bijzonder weinig macht hadden. Hoe vind je in zo’n omgeving een manier om toch enige macht uit te oefenen? Hoe heb je dan nog de macht over je eigen lichaam en welke schaarse middelen heb je om die macht uit te oefenen. Sam is daar radicaal in. Hij wil een plaats zoeken voor zichzelf in deze wereld en beseft dat een vrouw die er als een man uitziet meer kansen krijgt. Lucy kiest een andere weg en wordt uiteindelijk de slaaf van haar genderidentiteit.”

Je bent geboren in Peking, verhuisde als kind met je ouders naar de VS, hebt inmiddels in dertien steden in vier verschillende staten gewoond en je bent nog steeds op zoek naar een thuis, staat er op de achterkant van je boek. Is dat het gevolg van de maatschappelijk druk om je eigen identiteit op te geven?

“Mijn ouders verhuisden regelmatig voor hun job. Het idee van een thuis is me daardoor vreemd, en tezelfdertijd laat het me ook niet los. Ik zou willen voelen wat het echt betekent, je ergens thuis voelen. Ik heb wel een idee, denk ik, maar of ik ooit in een bepaalde stad of staat gewoon mezelf zal kunnen zijn betwijfel ik. Vandaar dat thuis voor mij veel kleinschaliger is. Het is het gezelschap van bepaalde mensen, een buurt misschien, of de keuken van een vriendin.”

Dat zal wellicht je antwoord zijn op de vraag die regelmatig opduikt in je boek: ‘Wat maakt een thuis een thuis?’ Maar wat antwoord je op die andere vraag die zo nu en dan de kop opsteekt: ‘Waar kom je vandaan?’

“Die vraag krijg ik al heel mijn leven, en sedert een paar jaar steeds vaker. Alsof ik hier steeds minder gedoogd word en me steeds vaker moet verantwoorden voor mijn aanwezigheid. Maar anderzijds is dat ook het lot van alle minderheden in Amerika. Die vraag, en de veronderstelling die ermee gepaard gaat dat je daar in feite niet thuishoort, is er altijd geweest, als een onderstroom van xenofobie. Dat we er vandaag openlijk over kunnen praten is anderzijds wel hoopvol.”

Hebzucht en de georganiseerde vorm ervan, kapitalisme, maken zowat alles kapot in je boek, van identiteit over menswaardige relaties tot de aarde. Wat is je alternatief?

“Ongetwijfeld een of ander socialisme dat mensen zekerheid en bestaansrecht biedt. Ik ben onder de indruk van de solidariteit die het voorbije jaar ontstaan is in de Amerikaanse maatschappij. Mensen hebben verenigingen opgericht met als doel elkaar te helpen. Zij die het een beetje ruimer hebben ondersteunen opeens anderen die minder goed af zijn. Dat is mooi natuurlijk, maar is dat hun taak? Is het niet de taak van de overheid om te maken dat burgers geen honger lijden? In Amerika bestaan er gewoon niet genoeg vangnetten om mensen op te vangen wanneer het even niet goed gaat. Je slaat er gewoon te pletter en als je pech hebt zeggen ze nog dat het je eigen schuld is ook. Armoede wordt al te vaak gezien als het gevolg van een persoonlijk falen. Ik pleit daarom voor een radicaal herdenken van de taken van de overheid.”

Je bent dus een communiste die de Amerikaanse way of living wil vernietigen, om het in Republikeinse termen uit te drukken?

(lacht) “Het is inderdaad frustrerend, maar wat kunnen we anders doen dan hopen en het verhaal over die Amerikaanse way of living proberen veranderen? Vandaar dat ik schrijf natuurlijk, om dat verhaal te veranderen. Wat vandaag radicaal is, kan over tien jaar centrum zijn. Dat is de macht die boeken, tv en films hebben. Maar het gaat natuurlijk niet snel. Meestal verloopt het zo. Het duurt tien jaar voor radicale voorstellen doordringen tot de partijleiding. Daarna duurt het tien jaar voor die ideeën doorgestroomd zijn naar de brede cultuur. Nog eens tien jaar en je ziet hoe het beleid oog krijgt voor die ideeën. Dan ben je dertig jaar bezig. Traag, maar ik zie echt wel vooruitgang. De moord op George Floyd en al die anderen zou het ons doen vergeten, maar vandaag is het als zwarte veel beter leven in Amerika dan vijftig jaar geleden.”

Eerder verschenen in De Morgen