Maandag, 12 september, 2005

Geschreven door: Parmentier, Selma
Artikel door: Stoffelsen, Bas

Alle meisjes vlinders

Zeeën van details

Om negentien totaal verschillende verhalen over verschillende mensen te schrijven is een leuk bedacht concept met heel interessante mogelijkheden, maar Parmentiers uitvoering van Alle Meisjes Vlinders laat te veel te wensen over. Haar verhalen zijn van het soort dat valt of staat met de clou, waarbij de rest van het verhaal in dienst staat van die clou: geen detail zonder betekenis en geen zijweg zonder functie. Verhalen zoals Borges ze schreef, die je tot de ontknoping in spanning houden, en je na de ontknoping verbijsterd achterlaten, terwijl de climax door je hoofd blijft spoken. Kort maar krachtig, en een droge stijl biedt daarbij alleen maar voordelen: geen overbodige decoratie die alleen maar afleidt. Parmentier echter slaagt erin om haar ontknopingen vooraf te laten gaan door dusdanig ondiepe zeeën van woorden, dat de bij tijd en wijle opvallende details en functionele omwegen keer op keer dreigen te verdrinken in de voorgaande woordenbrij.

Waar alles in dienst zou moeten staan van het plot en de ontknoping, wordt de lezer overspoeld door een zo grote hoeveelheid niet relevante details dat de clou in bijna elk verhaal te laat komt. Daar waar summiere details de karakters diepte moeten geven, zoals in ‘Het Cadeau’, waar een moeder door haar kinderen met haar ouderdom wordt geconfronteerd, wordt de frustratie van de moeder ondergesneeuwd door de uitwijdingen over het beroep van de dochter. “‘Dit,’ zegt mijn moeder met trillende stem, ‘dit hadden jullie nooit mogen doen’.” (84) Ik lees de woorden, maar ik hoor de moeder niet en ik voel haar frustratie niet, omdat het gebrek aan een eenduidige verhaallijn elke empathie met karakters in de weg staat.

In deze te trage opbouw verliest Parmentiers droge stijl functie en begint ergernis op te wekken. ‘Ik had zo lekker gewerkt. Het manuscript was af. De printer spuugde ratelend de laatste bladzijden uit. Dat is altijd een heel bijzonder moment’ (66). De eentonige zinsstructuur en de mislukte transitie van spreek- naar schrijftaal ondermijnen het sterke contrast tussen het vrolijke humeur van de hoofdpersoon en het op stapel staand ongeluk dat deze passage had moeten weergeven. Bovendien irriteert Parmentiers gebruik van voorvoegsels als ‘heel’ en ‘zo’ in bijna elk verhaal: ‘Ik deed mijn werk heel trouw’ (37) klinkt bijna kinderlijk uit de mond van een manager die in de voorgaande alinea´s zijn harde en zakelijke mentaliteit wilde bewijzen.

De te trage opbouw met veel overbodige details staat steeds een climax in de weg, en door de droge, simpele schrijfstijl krijgen de personages geen enkele diepte. Een goed idee is het halve werk, maar Selma Parmentier is er niet in geslaagd de tweede helft, de goede uitwerking, mooi af te ronden. En daar gaat deze verhalenbundel uiteindelijk aan ten onder.

Boekenkrant

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *