Zondag, 13 juli, 2014

Geschreven door: Wolkers, Jan
Artikel door: Dobbelaer, Roeland

Alle Verhalen

Jan Wolkers herontdekken

Als middelbare scholier vond ik de boeken van Jan Wolkers helemaal niks. In de brugklas zal ik wel eens een boek van hem hebben geprobeerd. ‘Alleen maar over seks en andere vieze dingen’, vond ik toen, natuurlijk opgehitst door alles en iedereen wat katholiek om mij heen was. Een paar jaar later bij een nieuwe poging vond ik dat Wolkers’ boeken veel te veel over het kleine, persoonlijke gingen, te veel autobiografie. Ik las liever de grote Russen met breed uitgesponnen verhalen en dito wereldbeschouwingen. Dostojewski werd mijn held en in de Nederlandstalige literatuur Louis Paul Boon, mannen met een missie. Wolkers had die missie niet.

Pas na mijn veertigste heb ik af en toe weer een Wolkers gepakt. Afgelopen week Alle verhalen her/gelezen, waarin de drie eerste verhalenboeken van Wolkers zijn gebundeld: Serpetina’s Petticoat,Gesponnen suiker en De hond met de blauwe tong.

Fijne verhalen vind ik nu. In de jaren vijftig en zestig toen ze werden gepubliceerd waren ze vast en zeker aanstootgevend, maar nu we eenmaal al decennia alles mogen en alles allemaal al eens hebben gezien en gehad, valt vooral op hoeveel liefde er in Wolkers’ boeken zit. Liefde voor mensen, voor de leden van het gezin waarin hij opgroeide, voor dieren, voor de natuur, voor kleine gebeurtenissen in het leven van een kind, want de meeste verhalen gaan over Wolkers als kind. De boeken zullen destijds vast en zeker geĂŻnterpreteerd zijn als een afrekening van Wolkers met het reactionair christelijk milieu waarin hij opgroeide. En natuurlijk had hij een hekel aan het christendom waar zijn ouders felle aanhangers van waren en waar hij als kind onder leed. En natuurlijk vond hij het afschuwelijk dat zijn ouders hem niet snapten en zich van hem afkeerden. Wolkers was zo’n kind dat voor galg en rad opgroeide. Maar zijn boeken zijn toch geen afrekening met dat milieu. Het milieu vormt alleen het decor om te kunnen beschrijven hoe diep de emotionele banden tussen leden van een gezin – gemeenschap als je wilt – zijn, waarin alle denkbare emoties hun werk doen. Zowel afschuw als vertedering, zowel haat als liefde. En dat levert prachtige verhalen op, miniatuurtjes over een dagje uit naar het strand met het hele gezin, het verdriet over het favoriete konijn van de ik-persoon dat uiteindelijk in de pan beland, een dagje vissen met vader.

En al lezend en mijmerend denk je dan aan je eigen vader, je eigen moeder, het gezin waar je uit komt en zie je je zelf zitten op die fiets bij je vader in het verhaal Wespen. “Hij reed zijn fiets naar de stoeprand en sloeg zijn been over het zadel. Ik liep naar hem toe, dook onder zijn arm door en ging op de stang zitten. Schommelend reden we de straat uit. ‘Je moet het stuur niet zo stevig vasthouden,’ zei hij. ‘Anders liggen we direct op de grond.’ Ik ging zo ver mogelijk van hem af zitten en stak mijn benen schuin naar voren langs het wiel. Maar toch voelde ik steeds de binnenkant van zijn dijen langs mijn lichaam schuren. Zijn warme adem kwam tegen mijn nek. ‘Het wordt een stralende dag,’ zei hij.”

Sociologie Magazine