Dinsdag, 23 april, 2019

Geschreven door: Grunberg, Arnon
Artikel door: Voskamp, Nico

Alle voetnoten

Klein maar venijn

[Recensie] Korte metten, als we met een melige woordspeling mogen beginnen, maakte Arnon Grunberg met de actualiteit in de rubriek die hij meer dan acht jaar lang op de voorpagina van de Volkskrant verzorgde: de Voetnoot. In maximaal 160 woorden haakte hij aan bij de waan van de dag en zette die in de bundel van zijn hoogstpersoonlijke schijnwerper.

Dat viel niet bij iedereen goed. Er zijn mensen die zijn directheid, zijn merkwaardige gedachtesprongen, zijn navrante of zelfs stuitende dwarsverbindingen absoluut niet trokken, die de eerste pagina van de Volkskrant met hun hand op de Voetnoot doornamen zodat ze de dag niet begonnen met meteen al ergernis. Maar dat is een minderheid. Van de Volkskrantlezers was het merendeel gecharmeerd van Grunbergs puntige stukjes, en terecht.

Hij kan schrijven. Dat is de conclusie bij het grasduinen in de 2500 (!) stuks. Over elk onderwerp wel, van cinema tot politiek en van literatuur tot populisme. Tweede conclusie: zijn stukken zijn verbazend actueel. Je slaat het boek ter dikte van een volkorenbrood open in het jaar 2010 of in 2016 – de teksten lijken gisteren geschreven. Dat kan betekenen dat er niets verandert in de wereld, wat niet waarschijnlijk is. Of dat de schrijver opvallend vaak universele thema’s uit de actualiteit pikt en bewerkt.

Citeren dan maar? Volgaarne.

Hereditas Nexus

Fatsoen 3-4-2010
Een tijd geleden schreef een sportverslaggever van deze krant dat de heer Afellay (een voetballer) zich aan zijn verantwoordelijkheden had onttrokken door na afloop van de wedstrijd niet met de pers te praten…
In diezelfde tijd gaf de heer Afellay een tegenstander een elleboogstoot. Ik vond dat prachtig. Zoals de cultuurpessimist naar de samenleving kijkt, zo kijk ik naar sport: alleen de misstanden interesseren me.
Wat een dwaze gedachte dat voetballers, schrijvers en politici iets over hun werk te melden zouden hebben. Een beetje voetballer zou moeten fluisteren: ‘Kijk naar mijn benen, ik heb niets te zeggen.’
De wereld gaat aan commentaar ten onder.”

Bijna acht jaar later:

Liegen 10-1-2018
Alex Stone schreef in The New York Times over liegen en kinderen. Liegen blijkt, volgens onderzoek … bij peuters te wijzen op hoge verbale begaafdheid. Andere onderzoeken wijzen uit dat liegende kinderen beter in staat zijn om zich in anderen te verplaatsen.
Liegen is doorgaans een middel om conflicten te vermijden, oftewel liegen is anticiperen op andermans verwachtingen, en daar zijn sociale vaardigheden voor nodig. Kinderen blijken verbazingwekkend goed in liegen.
Uit een onderzoek van psycholoog Kang Lee blijkt dat kinderen bereid zijn de waarheid te vertellen als ze ervoor betaald krijgen…
Kant was stellig in zijn afweging van het liegen. Samenleven vereist echter vrees ik diverse beleefdheidsleugens. We moeten leren met meer overtuiging te liegen, alsof ons leven ervan afhangt zeg maar.”

Tweemaal vintage Grunberg. In de eerste legt hij de banaliteit van de sport (en in één moeite door van het leven zelf) vast. In de tweede draagt hij licht sarcastisch resultaten aan uit onderzoek, die aantonen dat “het liegen van de mens” hoewel verfoeilijk, toch nuttig en zelfs onontkoombaar is. De dysforische conclusie dat we “moeten leren met meer overtuiging te liegen” spuit de slagroom op de verbale taart.

Beide stukken laten zien hoe de schrijver zijn momentopnames samenstelt. Hij neemt een ogenschijnlijk banaal feit (een krantenbericht, een onderzoek, een conclusie, een bewering), schakelt dan door naar eerst de essentie van die bewering, en laat daarna de naakte absurditeit ervan zien. Als afmaker brengt hij zijn eigen misantropische blik daarop te berde. Die blik is over het algemeen amusant/wringend/opgewekt of venijnig. Maar – en dat maakt deze stukken ook bij teruglezing interessant – altijd een vraagteken in het hoofd van de lezer plaatsend.

Het zal duidelijk zijn dat de verleiding tot overvloedig citeren hier ernstig op de loer ligt. Zo is het stukje over de Lokjood (19-06-20100) die in Amsterdam ingezet zou moeten worden om geweld tegen joden te bestrijden, alleen al door dat ridicule idee zo absurd dat de werkelijkheid hier de fictie ruimschoots overtreft. Maar ook de recensent huldigt het standpunt dat in de beperking zich de meester toont. Daarom laten we het hierbij, met afneming van ons petje, met complimenten voor deze prachtbundel.

Eerder verschenen op Hebban.nl