Vrijdag, 3 juli, 2020

Geschreven door: Bijlsma, Rudolf
Artikel door: Stoel, Jan

Alleen op slechte dagen

Hoe trauma’s tot loutering kunnen leiden

[Recensie] Rudolf Bijlsma heeft met zijn vijfde roman Alleen op slechte dagen een interessant thema te pakken: in de hectiek na de Tweede Wereldoorlog was er nauwelijks aandacht en hulp voor mensen die buiten Nederland traumatische ervaringen hadden ondergaan. Het gevolg was dat die mensen zwegen en in dat zwijgen gingen volhardden. Dat had voor hen grote gevolgen, leidde tot isolement.  Over hoe een nieuwe gebeurtenis het verleden weer kan oproepen en  tot loutering leidt. Daar gaat Alleen op slechte dagen over.

“Alles uit de oorlog is aan hem blijven kleven. De herinneringen, de schuld, de gemiste kansen (…) De kille woede van vroeger bestaat nog steeds. Hij heeft het na de oorlog diep weggestopt, maar sinds zijn aankomst in Duitsland is de onrust er weer.”

Het verhaal speelt zich af in april 1945 en juli 1974. Het levert twee verhaallijnen op. De ene beschrijft wat hoofdpersonage Ori Sandberg in de laatste dagen van de oorlog heeft meegemaakt en de andere verhaalt over wat er tussen Ori en zijn dochter Liv tijdens het bezoek aan het WK’74, voetbal in Duitsland gebeurt.  Deze twee verhaallijnen vloeien ineen. Een mysterieuze tekening uit de oorlog is de rode draad in het verhaal. Hij “herinnert Ori aan wie hij is en waar hij vandaan komt, maar vooral wat hij moet goedmaken.”

Ori is in 1904 in Eijsden geboren, gevangen genomen door de Duitsers en gedwongen om te vechten in Berlijn.  Hij woont aan de rand van het dorp Eijsden, in het bos, ver weg van iedereen. Hij wil rust. Hij is gescheiden na een kort huwelijk. Volgens de rechter was hij verward en onaangepast. Zijn dochter Liv heeft hij niet meer gezien vanaf haar derde levensjaar. Ori houdt de littekens uit het verleden verborgen.

Sociologie Magazine

Dan is het 1974. Ineens staat Liv, inmiddels 28 jaar, plotseling voor de deur. “Wat kan hij anders doen dan haar binnenlaten”. Enerzijds is hij blij zijn dochter weer te zien en zich vader te kunnen tonen, maar… Liv nodigt hem uit om mee naar de laatste wedstrijden van het WK’74 voetbal in Duitsland te gaan. Ze heeft een boek bij zich dat de Tweede Wereldoorlog keurig verklaart. 

“Maar ze heeft niets tastbaars, geen modder in de groeven van haar handen, geen gefluit van de ontploffingen in haar oren, geen terugkerende gedachten die zich elke dag bij haar opdringen.”

Liv begint vragen te stellen over de oorlog. Waarom is ze zo geïnteresseerd? Waarom staat ze erop dat haar vader mee naar Duitsland gaat? Heeft ze net als hij ook geheimen?

Bij de avondmaaltijd vraagt Liv ineens naar Tony. Vreemd, want Ori heeft die naam laten vallen. In een mooie metafoor van het snijden van de rookworst wordt subtiel de loop van de ontwikkelingen in het verhaal aangeduid: “Hij is de rookworst gaan snijden tot er kleine dunne plakjes op de borden lagen. Hij schoof de plakjes op haar bord; dat was ook precies wat hij haar wilde geven, schilfertjes informatie.” Liv dringt aan, maar Ori vindt dat het verleden van hem is. Vanuit dit gegeven kan Bijlsma de intrige mooi opbouwen.

Afwisselend komt het verhaal van wat Ori in de oorlog heeft meegemaakt (de kameraadschap, het schuldgevoel, de angst, het gevangen zitten, de liefde, het nemen van verantwoordelijkheid, de honger) en de gebeurtenissen tijdens de laatste wedstrijden van het WK’74 (waarin de Nederlanders beter zijn dan de Duitsers en wereldkampioen moeten worden. De Duitsers dragen witte shirts: het symbool van de overgave) en de onverwachte confrontaties met personages uit zijn verleden, aan de orde.  

Bijlsma zet de twee periodes waarin het verhaal zich afspeelt mooi tegenover elkaar, rekening houdend met de verschillen, maar laat ze mooi in elkaar overvloeien. De grauwheid van de oorlogstijd met zijn trauma’s tegenover de veelkleurigheid en de euforie van het WK’74. In beide gevallen wordt er gestreden voor een overwinning. Bijlsma laat zien hoe enthousiasme tot begeestering tot fanatisme/nationalisme kan leiden; een waarschuwing die ook nu actueel is. Een winkelier zegt over het voetbal:

“Al die opgekropte agressie. Er is nog niets geleerd van het verleden.”

En over de fanatieke supporters:

“Onder de juiste omstandigheden en in de handen van een fanatieke volksmenner kan deze zogenaamde trots en vrolijkheid omslaan in een instrument van haat en vernietiging.”

Het zijn de details die diepte en betekenis aangeven. In de halve finale tussen Polen en West-Duitsland dragen de Polen rode shirts en verliezen. Denk aan hoe de Polen in de Tweede Wereldoorlog hebben geleden. De ontknoping van het verhaal vindt plaats in het Olympisch Stadion van München. Het woord olympisch suggereert verbroedering. Maar in deze stad bevond zich ook het hoofdkwartier van de nazi’s. De WK-finale tussen Nederland en Duitsland markeert voor Ori ook zijn eigen ‘finale’, en in het stadion ligt de oplossing van zijn zoektocht.  De ontknoping van het verhaal heeft voor Ori een louterend effect, waarin hij antwoord krijgt op de vragen die hem al die jaren bezighielden.

Het personage van Ori is psychologisch prima uitgewerkt, heeft de nodige diepte. Daartegenover staat het personage van Liv. Dat lijkt een flat character te zijn, maar gaandeweg de roman blijkt juist het tegengestelde. De meeste andere personages blijven wat oppervlakkiger. Een verdere uitdieping van de personages zou de roman sterker hebben gemaakt. Nu blijft het verhaal toch teveel aan de oppervlakte, wringt wat naar het einde toe. Rudolf Bijlsma heeft een strakke, sobere verteltrant. Zijn taal is functioneel. Het levert een roman op die qua vorm, opbouw en thematiek interessant is, maar voor wat betreft de ontwikkeling van het verhaal iets tekortschiet.

Eerder verschenen op Hebban