Zaterdag, 24 maart, 2012

Geschreven door: Lanoye, Tom
Artikel door: Winter, Karlijn de

Alles moet weg

Jong en (over)moedig

De tweeëntwintigjarige rechtenstudent Tony Hanssen besluit zijn studie te staken en zelfstandig ondernemer te worden. Het optimisme waarmee Tom Lanoye zijn eerste roman, Alles moet weg(1988) opent, roept direct associaties op de frisse moed waarmee Frans Laarmans zijn handel opzet in Willem Elsschots Kaas (1933). Het bevat hetzelfde soort humor over de startende ondernemer wiens zelfvertrouwen zijn onervarenheid moet verhullen. Al vanaf het prilste begin schept hij hoge verwachtingen over zijn zaak. Als lezer heb je ondertussen al snel door dat dit zal uitlopen op een hilarische mislukking.

Mooi verpakte lucht

Maar de toon blijft monter. Tony ziet namelijk een prachtige loopbaan als verkoper voor zich. Hij schaft een oude Ford Transit aan waarmee hij langs de deuren in Vlaanderen kan gaan, en dan zal het geld vanzelf gaan rollen:

‘Niets van wat ik verkoop, heb ik bij me. Ik werk alleen met folders, monsters, stalen en demonstratieflacons. Anders gezegd: met mooi verpakte lucht. Maar daar werk ik het liefst mee. Dan kan ik drijven op de kracht van mijn woord. Hoe meer ik praat, hoe meer de mensen achter mijn koopwaar aan zullen lopen zoals een ezel achter een wortel.’

Wordt Vervolgd

Mooi verpakte lucht, dat is wat Tony’s werkwijze inderdaad typeert. Wanneer hij een cafébaas hoort klagen over zijn defecte espressoapparaat, denkt hij slim op de situatie in te spelen door hem wijs te maken dat hij zelf toevallig verkoper van espressoapparaten is. Maar de cafébaas is achterdochtig, waardoor Tony zich in steeds lastigere bochten moet wringen: hij heeft zelfs geen flauw benul van wat zo’n apparaat ongeveer kosten moet. Het levert een geweldig steekspel op, waarbij leugenachtige praatjes het moeten opnemen tegen argwaan.

Mooi verpakte lucht zijn ook de brieven van Tony aan zijn studievriend Soo, die de belevenissen van Tony de verkoper afwisselen, en waarin hij de schone schijn ophoudt met prachtige verhalen over zijn onwaarschijnlijk grote successen. Maar net als de mensen die Tony tot zijn klanten probeert te maken, doorprikt Soo zijn mooie praatjes met gemak.

De hoofdstukken van Alles moet weg beginnen allemaal met een groot corps. Regel voor regel worden de lettertjes kleiner. Dat weerspiegelt het lot van Tony: beginnen met grootspraak, om geleidelijk aan het onderspit te delven. Tony verdient immers nagenoeg niets en werkt zich zodanig in de nesten, dat hij op een gegeven moment zelfs in de armen gedreven wordt van een gestoorde crimineel.

Gedurfd en ongeremd

Was Tom Lanoye in bij het schrijven van Alles moet weg echt op weg om een nieuwe Elsschot te worden? In het thema en het verloop van het boek, van optimisme naar ondergang, en die ironische bejegening van het ondernemerschap, zijn duidelijke parallellen met zijn grote voorganger te zien. Maar Lanoyes roman lijkt eerder een geslaagde pastiche. Hij onderscheidt zich bovendien met een eigen zwierige stijl, waarbij hij vele registers opentrekt: van juridische taal uit wetboeken tot moppentapperij in dorpscafés.

Met zijn Transit beleeft Tony het ene avontuur na het andere. Hij belandt in de gekste situaties en of hij zich nu op een bruiloftsfeest of bij een bankoverval in de nesten werkt, overal praat hij zich er weer uit. Weliswaar blijft het lang amusant en verrassend, er komt een punt waarop je het trucje wel kent. Wanneer Tony verzekeringen probeert aan te smeren aan een verward, stinkend en bedlegerig oud vrouwtje, zie je de flater alweer aankomen.

Maar tegelijk presenteert Lanoye alles met een schwung die onvergelijkbaar is. Neem nu de ‘Lof der autostrade’, ontsprongen aan Tony wanneer hij met zijn Transit over de snelweg rijdt:

‘Geen bouwwerk zo machtig als het klaverblad, die droom van ingenieurs en architecten. Uit passie van boog en passer geboren, uit een cocon van graafmachines, mortel en bekisting.
Oh gij ballet van bocht en baanvak, gij pirouette van betonnen palen, ingetogen tango van asfalt! Over u ter rijden zou een ware zonde zijn, indien niet een nog groter zonde ware niet te rijden over u.’

Met zo veel durf en overmoed als Tony zich in het zakenleven stort, zo ongeremd is Lanoye in dit verhaal. En het werkt, juist omdat de ironie er zo dik op ligt. Terwijl Tony met zijn grootspraak zichzelf uiteindelijk ruïneert, hebben de mooie woorden Lanoye – en geheel terecht – tot aan de Libris Literatuurprijs en het mogen schrijven van een Boekenweekgeschenk gebracht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *