Vrijdag, 17 februari, 2017

Geschreven door: Lobo Antunes, Antonio
Artikel door: Leppers, Ger

Als een brandend huis

Plotseling opwellend, intens medeleven

[Recensie] Antonio Lobo Antunes (Lissabon, 1 september 1942) is niet alleen de grand old man van de Portugese literatuur, hij is er ook de ouwe taaie van. Bejaard en door ziekte gesloopt, liet de schrijver in 2013 weten definitief met schrijven gestopt te zijn. Maar nu, een jaar later, ligt er toch weer een nieuwe roman in de Portugese boekwinkels – en ook al in de Nederlandse, zoals gebruikelijk vertaald door Harrie Lemmens en in de prachtige vormgeving die Ambo/Anthos al vele jaren gebruikt voor de boeken van Lobo Antunes.

Vernieuwd heeft de oude meester zich niet, maar wel past hij zijn vertrouwde formules opnieuw met veel flair en succes toe. Net als eerdere romans van de schrijver bestaat Als een brandend huis uit een reeks met elkaar vervlochten innerlijke monologen van een groep onderling verbonden personages.

Ditmaal zijn dat de bewoners van een appartementsgebouw in Lissabon. We maken onder meer kennis met een gepensioneerd militair die in de Portugese koloniën heeft gevochten en terugdenkt aan de mulattin bij wie hij daar een kind verwekte. Twijfel is van lieverlede begonnen aan hem te knagen: deed hij er wel goed aan haar als een soort halfaap te behandelen? Verder wordt het gebouw bewoond door een ooit beroemde actrice die zich er niet mee kan verzoenen dat haar loopbaan ten einde is. Ze gedraagt zich alsof ze nog steeds optreedt voor een wild enthousiast publiek. Andere personages die de lezer bijblijven zijn een zwaarlijvige vrouwelijke rechter die in het geheim een op haar duiten beluste jonge minnaar ontvangt, een alcoholist die met zijn gegil het trappenhuis onveilig maakt, en een gezin van uit Oost-Europa voor de nazi-gruwelen gevluchte, getraumatiseerde Joden.

De meesten zijn op leeftijd en kwetsbaar, verward, hun lichaamsfuncties niet altijd meer meester. Keer op keer worden zij in hun gedachten terug gezogen naar hun jonge jaren. Paradijselijke en gruwelijke herinneringen komen gedurig naar boven, waaronder die aan de fascistische dictatuur van Salazar, die Portugal gedurende een groot deel van de vorige eeuw in een kleinburgerlijk benepen, wurgende greep hield. Verschillend als de personages zijn, allen herinneren zij zich uit hun jonge jaren de vraag die als een soort refrein door het hele boek loopt: “Hoera voor wie?” en het verplichte antwoord: “Portugal! Portugal! Portugal!” – of de onvermijdelijke andere vraag: “Wie is de baas?”, met als enig mogelijk antwoord: “Salazar! Salazar! Salazar!”

Bazarow

Het wereldbeeld van Lobo Antunes heeft in al de jaren van zijn schrijverschap niets aan zwartgalligheid ingeboet, maar net als in zijn eerdere boeken – waarvan, enig minpunt, Als een brandend huis de spankracht een beetje ontbeert – tempert de schrijver zijn hardvochtig wereldbeeld met humor, en meer nog met prachtige, poëtische evocaties van decors, stemmingen en gebeurtenissen uit het verleden. Die helpen de personages de kracht op te brengen die nodig is voor de bescheiden vorm van heldhaftigheid waarmee zij uit de kliekjes van hun leven nog een draaglijk heden weten te fabriceren.

Als altijd weet Lobo Antunes regelmatig in één verrassend beeld een situatie te schetsen, zoals bij het ongelukkige afscheid van twee geliefden: “We namen afscheid met een handdruk van mislukte politieke onderhandelingen.”

Antunes’ grootste kracht is dat hij de lezer weet te overrompelen met een plotseling opwellend, intens medeleven met de personages van zijn boek. Zo cru als sommige beschrijvingen kunnen zijn, zo discreet wordt de schrijver wanneer hij vertelt hoe één van de bewoonsters, wier net overleden zuster in haar appartement ligt opgebaard, het huis voorgoed verlaat: “Na het kammen van haar haar heb ik me met mijn handen op mijn knieën opgedrukt van de rand van het bed, op mijn tweeëntachtigste moet ik mij opdrukken, ik heb het raam dichtgedaan, het rolluik omlaag gelaten, de sleutel gezocht, ik heb de voordeur opengetrokken zonder iemand gedag te zeggen, wie is daar trouwens nog voor over, nog even rondkijken en alles in orde, op de overloop draai ik de sleutel om om inbrekers of soldaten buiten te houden, om te verhinderen dat de honden op mijn zus afkomen, en eenmaal op straat gooi ik de sleutel in de goot en begin weg te lopen in de richting van de zee.” Wie zo, als het ware op kousenvoeten, een zelfmoord beschrijft, behoort tot de groten.

Lezers die niet eerder een boek van Lobo Antunes hebben gelezen, kunnen het best beginnen met zijn grote roman Fado Alexandrino, die geldt als zijn meesterwerk. Maar wie het jammer vindt dat hij dat boek uit heeft, kan voortaan onmiddellijk doorgaan met Als een brandend huis.

Eerder (2014) verschenen in Trouw