Zondag, 15 juli, 2018

Geschreven door: Benner, Erica
Artikel door: Ruler, Han van

Als een vos: Machiavelli’s levenslange zoektocht naar vrijheid

Over het goed besturen en verdedigen van de stad

[Recensie] Niccolò Machiavelli is altijd een beetje een ongrijpbare figuur geweest. Voor sommigen is hij een moreel onverschillige duivel in de geschiedenis van het denken over politiek; voor anderen is hij de politieke denker die met zijn scherpe oog voor realisme nu eens eindelijk zei waar het in menselijke verhoudingen werkelijk op staat.

Met de onlangs in soepel Nederlands vertaalde biografie van Erica Benner is Machiavelli een stuk begrijpelijker en dus minder ongrijpbaar geworden. Benner betrekt elk bekend detail van Machiavelli’s leven in haar verhaal en bewijst daarmee opnieuw dat voor de politieke filosofie nog meer dan voor andere gebieden geldt dat alleen de historische en persoonlijke context duidelijk kan maken waar het een schrijver nu werkelijk om ging. Haar biografie biedt aan specialisten overvloedig materiaal voor nieuwe interpretaties en niemand die in Machiavelli geïnteresseerd is, kan om deze biografie heen. Toch is het vooral een geschiedenisboek geworden dat uiteindelijk niet toekomt aan waar het Benner oorspronkelijk om te doen was: Machiavelli voor eens en voor altijd te duiden als politiek filosoof.

Een sterk element in Als een vos, is dat Benner de levensbeschrijving van de denker uit Florence begint met een karakterschets van zijn vader. Hoewel gediplomeerd als advocaat, lijkt Bernardo Machiavelli zich als gezinshoofd in de tweede helft van de vijftiende eeuw vooral te hebben beziggehouden met het runnen van enkele door hemzelf verpachte boerderijen in de streek. De familie bestond al generaties lang uit landeigenaren, maar bestuurlijke macht was de Machiavelli’s in Bernardo’s tijd niet meer gegeven, omdat er langlopende belastingschulden waren opgebouwd. Bernardo vulde zijn tijd verder met het bestuderen van auteurs uit de klassieke oudheid en met wat we een kleine praktijk van sociale en financiële mediation zouden kunnen noemen.

De beperkte politieke macht, de intellectuele interesse in antieke historieschrijvers en de geschiktheid om face to face onderhandelingen tot een goed einde te brengen, zijn elementen in het leven van Niccolò’s vader die een nuttig uitgangspunt bieden voor het begrijpen van zijn zoon. Ook Niccolò zelf zocht praktische oplossingen voor puur locale aangelegenheden en deelde met zijn vader een belangstelling voor antieke geschiedenis.

Foodlog

Oudheid en lokale politiek lieten zich gemakkelijk combineren. Als centrum van de Italiaanse Renaissance had Florence in Machiavelli’s tijd in zekere zin de plaats ingenomen van het oude Rome. Benners boek neemt alle wisselvalligheden in het politieke bestuur van Florence (de opkomst en neergang van de monnik Savanorola, de terugkeer van de Medici’s, de vele samenzweringen) mee in het verhaal, net als alle wisselvalligheden in het politieke lot van de rijke stad ten tijde van de Franse inval in Italië, de strooptochten van Cesare Borgia in opdracht van de Paus en de dreiging dat de Spaanse furie op een gegeven moment ook Florence zou treffen. Het verhaal maakt nog eens duidelijk dat het een wonder mag heten dat Florence nooit geplunderd is zoals Rome uiteindelijk geplunderd zou worden door de troepen van Karel V in 1527.

De wisselvalligheden van Machiavelli’s ambtelijke en diplomatieke loopbaan (van gespreksgenoot van Cesare Borgia tot gefolterde gevangene in een Florentijnse cel) lopen als een rode draad door die geschiedenis heen. Maar wat zeggen ze over Machiavelli als politiek denker?

Meestal wordt Machiavelli gezien als een ‘realist’, die een scherp contrast vormt met de ‘idealist’ Erasmus, een tijdgenoot die zijn hoofd eerder in de wolken had in plaats van op de grond. Toch is die tegenstelling misleidend. Aangezien wij vandaag de dag de idealen van Erasmus (eerlijk bestuur, goede voorzieningen etc., meer algemeen gezegd: the rule of law) prefereren boven de schijnbare idealen van Machiavelli (overleven in de context van de successie-oorlogen tussen adellijke families), zegt zo’n tegenstelling tussen idealisme en realisme uiteindelijk niet zo veel. Het idealisme van Erasmus is historisch realistischer gebleken dan wat er tegenover stond. Bovendien zag Machiavelli zichzelf (zoals Benner terecht aangeeft; pp. 341-342) op een gegeven moment eerder als opvolger van idealistische filosofen als Plato en Aristoteles, dan als opvolger van realistische historici als Livius en Tacitus.

De kracht van Machiavelli zit hem niet in een filosofie van realisme, maar in zijn oog voor de psychologische motivering van mensen en de relevantie daarvan voor de politiek. Machiavelli’s zogenaamde realisme is vaak niets anders dan een cynische reactie op de neiging van zowel bevolking als bestuurders om politieke situaties totaal verkeerd in te schatten en geen rekening te houden met kinkklare voorbeelden uit de oude of eigentijdse geschiedenis. Machiavelli’s standpunten vormen altijd een mengeling van herinneringen uit de verre of de lokale geschiedenis. Piero Soderini, de leider van de Florentijnse republiek onder wiens bewind Machiavelli van 1502 tot 1512 carrière maakte, had zichzelf niet genoeg wettelijke middelen gegeven om streng te kunnen optreden tegen staatsondermijnende activiteiten. In de oudheid had Brutus niet voor niets zijn eigen zoons laten doden omwille van de staat, terwijl ad hoc beslissingen in Florence al vaker tot een situatie van politieke chaos en blijvende dreiging hadden geleid.

Typisch voor Machiavelli is het dat het hem niet zozeer ging om strenge straffen als wel om wettelijke middelen. Uiteindelijk ging het hem om de politieke stabiliteit en de vrijheid van zijn stad, en in het kader daarvan om de vrijheid van haar burgers – en dus om een ideaal van fatsoenlijk bestuur. De ondertitel van de Nederlandse uitgave van Benners boek verwijst daar terecht naar. Machiavelli wilde zijn medeburgers en bestuurders van niets zozeer overtuigen als van het idee van een gezamenlijke missie: het goed runnen en verdedigen van de stad.

Benners boek geeft een gedetailleerd beeld van de persoon Machiavelli, die naast schrijver van politieke geschriften ook toneelschrijver was, en wiens levensopdracht het eerder is geweest een goede burgermilitie voor zijn stad op te zetten (en daarmee het idee van de dienstplicht ingang te doen vinden) dan een plaats te verwerven in de geschiedenis van de politieke theorie.

Toch raakt de vraag die Benner zich aan het begin stelt, namelijk hoe we het werk van Machiavelli moeten begrijpen wanneer er zo verschillend op hem wordt gereageerd, uiteindelijk op de achtergrond. Benner weet op een ingenieuze manier citaten uit Machiavelli’s werk in haar beschrijving van zijn persoonlijk geschiedenis te verweven. We begrijpen individuele passages uit boeken als De vorst en de Discorsi beter als ze worden gekoppeld aan Machiavelli’s eerdere ervaringen in de bewogen geschiedenis van Florence. Maar als intellectuele biografie was het naar mijn smaak beter andersom geweest: dat we Machiavelli’s uitspraken niet als verfraaiing van zijn leven kregen opgediend, maar zijn leven ons een beeld zou geven van wat hij met die uitspraken bedoelde. Machiavelli’s ideeën passeren tegen het einde van het boek nog even de revue bij de beschrijving van zijn intellectuele gesprekken in de Orti Oricellari. Maar op die manier lijken het slechts vrijblijvende hypothesen te zijn geworden; meningen die iedereen wel had kunnen verzinnen – alsof niet juist bij Machiavelli elk standpunt een heel duidelijke en concrete achtergrond had in wat hij over politieke geschiedenis had gelezen en in wat hij zelf had meegemaakt. De verweving van leven en denken heeft bij Benner met andere woorden eerder een spannend boek over Florence opgeleverd, dan een spannend boek over de oorspronkelijke betekenis van ‘machiavellisme’.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Prof.dr. J.A. (Han) van Ruler is Honorary Professor of Intellectual History of the Renaissance and the Baroque at the Faculty of Philosophy of Erasmus University Rotterdam.