Zaterdag, 6 juni, 2020

Geschreven door: King, Stephen
Artikel door: Voskamp, Nico

Als het bloedt

Meer is niet altijd beter

[Recensie] Vier verhalen die samen een boek vullen van ruim 400 pagina’s. Er zijn schrijvers die verhalen van deze omvang gewoon uitbrengen als boeken. Echter, dit is Stephen King, de man die op een achternamiddag meer woorden poept dan een gebarentolk kan uitbeelden, zodat er voor je het weet weer een nieuw deel is toegevoegd aan zijn al waanzinnig uitgebreide oeuvre.

De achterflap toetert: “Vier briljante nieuwe verhalen van de meester van de suspense.” Briljant, alle vier? Dat maken we zelf wel uit, beginnend met de eerste: De telefoon van meneer Harrigan. Verteld vanuit het perspectief van de jongen Craig, opgroeiend in een landelijke omgeving waar weinig spectaculairs gebeurt. Voor Craig is het helpen in de huishouding bij de rijke, wat prodigieuze meneer Harrigan dan ook een welkome afwisseling van het dorpse leven.

Die twee liggen elkaar wel, ondanks de soms botte en hardvochtige houding van de oude man. King beschrijft hun relatie met een vrij sentimentele ondertoon, een beetje zoals een opa met zijn kleinkind zou omgaan. Eigen ervaring wellicht? Die jongen/man verhouding is de sterke kant van het verhaal. Als de pointe wordt toegevoegd in de vorm van een iPhone 1.0 die een belangrijke rol gaat spelen als doorgeefluik vanuit het hiernamaals, komt helaas de plausibiliteit in het geding.

Het leven van Chuck doet al meteen een fors beroep op het inlevingsvermogen van de lezer door het verhaal te situeren op het moment dat het einde van de wereld begint. Zakenman Chuck Kranz is een rolmodel zakenman die centjes verdienen tot zijn levensdoel heeft gemaakt. Met een lange intro gaan we met Chuck mee, tot hij langs een spontane straatartiest-drumsessie loopt. De muziek grijpt hem bij zijn kladden, laat zijn innerlijk spreken en het duurt niet lang voor hij op de stoep danst zoals hij dat vroeger in zijn tienerjaren deed. Dansen op de vulkaan nog net voordat de rest van Californië en vervolgens de hele VS in zee stort, dat idee.

Boekenkrant

In het titelverhaal Als het bloedt komt oudgediende in het King-universum Holly Gibney in beeld. Trouwe lezers zullen haar herkennen uit Mr. Mercedes als eigenares van het detectivebureau Finders Keepers: een wat tobberige vrouw die desondanks als een bloedhond zelfs het flauwste spoor kan traceren tot ze de dader vindt. Dat gebeurt ook hier: ze bijt zich vast in een vermoeden, dat pas heel veel later bewaarheid wordt en haar meteen in een levensgevaarlijke situatie brengt. Kings handelsmerk komt hier weer bovendrijven: het bovennatuurlijke. Grappig verhaal, niet overtuigend geloofwaardig maar dat gaat op voor veel van Kings verhalen. Als je niet bereid bent samen met hem af te dalen in een subwereld van demonen en aliens, ben je ook geen fan van zijn werk.

[Let op: spoileralert van het titelverhaal]

Dit zegt de schrijver zelve over het ontstaan van het verhaal Als het bloedt:

“Het begon me op te vallen dat bepaalde televisieverslaggevers altijd overal opduiken waar zich verschrikkelijke tragedies hebben afgespeeld: neergestorte vliegtuigen, massale schietpartijen, terroristische aanslagen, overleden beroemdheden. Gebeurtenissen die zowel in het lokale als in het nationale nieuws een prominente plaats innemen; iedereen in het wereldje kent het gezegde: ‘Als het bloedt, verkoopt ’t goed.’ (When it bleeds, it leads – NV) Het verhaal bleef ongeschreven omdat iemand op het spoor moest komen van het bovennatuurlijke wezen dat zich voordeed als televisieverslaggever en leefde van het bloed van onschuldigen. Ik kwam er maar niet uit wie dat moest zijn. Toen, in november 2018, realiseerde ik me dat het antwoord op die vraag me al die tijd recht in het gezicht had gestaard: Holly Gibney natuurlijk.”

Gelukkig is het laatste verhaal het beste. Hier treffen we bekende elementen aan. Een schrijver die het boek van zijn leven wil schrijven maar het niet op papier krijgt. Om dat toch te doen slagen, sluit hij zich op in een afgelegen huis in een nog afgelegener bos. Er is een merkwaardige ontmoeting met een rat die hem wil helpen, in ruil voor… Vul de rest maar in.

King gaat hier heerlijk los op zijn eigen metier en laat de arme schrijver tobben met weerbarstige blanco pagina’s, de hemeltergende keus die een schrijver altijd moet maken tussen woorden die ongeveer (maar niet exact, ha!) hetzelfde uitdrukken, de discipline die nodig is om elke dag weer die laptop open te klappen en tien pagina’s vol te schrijven, de verleiding van verdovende middelen (in dit geval hoestdrankjes en pillen), en de stem in zijn hoofd die zegt: “het gaat je dit keer ook niet lukken, hou er maar mee op.” Ook spot King met het cliché dat hij hier oppoetst: de deal met de duivel. Want nee, de rat heeft inderdaad weinig goeds in de zin.

De wisselende kwaliteit van de verhalen hoeft de fans er niet van te weerhouden deze tuinplavuis aan te schaffen. Alleen al voor het plezier dat van het laatste verhaal afspat, kun je het boek gerust lezen. Maar klaag niet als er door de ongebreidelde woordenbrij een flink aantal leesuren in gaat zitten. Ook die exuberantie is het handelsmerk van de meester.

Ook verschenen op Nico’s recensies