Vrijdag, 31 mei, 2019

Geschreven door: Onbekend
Artikel door: Geemert, Ko van

Alsof men alles loslaat

Boeiende en authentieke poëzie

[Recensie] Deze bloemlezing, getiteld Alsof men alles loslaat, uit het werk van de Surinaamse schrijver Michaël Slory (1935) – de derde die bij uitgeverij In de Knipscheer verschijnt – bestaat uit 45 gedichten en zeven prozastukjes die Slory in de krant de Ware Tijd publiceerde.

Onderwerpen die hierin de revue passeren zijn onder meer kokosolie en Hindoestanen, vuilverbranding, motorsport, McDonald’s. Van de gedichten, geschreven tussen 1986 en 2016, zijn er vijf eerder gepubliceerd. Er is een elftal gedichten in het Sranantongo opgenomen, vertaald door Michiel van Kempen in samenwerking met dichter en schilder Ed Hart. Daarnaast is er in de bundel een Engelstalig gedicht te vinden (zonder vertaling) en een (door Van Kempen vertaald) Spaans gedicht.

Slory kan zich, zoveel is duidelijk, door alles laten inspireren, door een vogel, een vlieger, kokospalmen, het leven van Anton de Kom, het kappen van bossen. Daarnaast valt zijn poëzie op door eenvoud; het lijkt erop dat hij, net als bijvoorbeeld de Nederlandse dichter Adriaan Morriën (1912-2002) wil ‘onderzoeken’ hoe eenvoudig je kunt schrijven zonder dat het simpel wordt.

De waarheid gebiedt te zeggen dat Slory daarin (net als Morriën overigens) niet altijd slaagt. Maar vaak wel, zoals in Het gordijn van de regen op de rivier:

Archeologie Magazine

Verdwenen de vogel!
Verdwenen de rivier!

De nevel verovert het water!
De regen verovert het water!

zoals de laatste regels luiden – of ‘Verstrooide gedachten’:

Het is alsof ze
verspreid neervielen
langs een rotswand
en niet meer opgeraakt kunnen worden.

En geslaagd is, in al zijn eenvoud, ook ‘Hou mijn hand vast’:

Hou mijn hand vast
in de jouwe.

Alsof de eeuwigheid
dit niet kan verbreken.

Een stroom van jaren
die ons verbindt.

Hou mijn hand vast
in de jouwe.

De schaduwen
van de bomen
komen nu tot rust.

Straks zal ik
om ons afscheid rouwen.

Hou mijn hand vast
in de jouwe.

De titel van de bloemlezing is ontleend aan het openingsgedicht Kokospalmen bij een school:

En daar is het
alsof men alles loslaat,
alles loslaat
en toch alles weer bindt.

Van Kempen, natuurlijk dé kenner van de Surinaamse literatuur, tekent voor de samenstelling van de bundel, het Nawoord en de Verantwoording. Slory, de ‘grand old man’ van de Surinaamse literatuur (samen met de 91-jarige Shrinivási), verdient deze nieuwe bloemlezing ten volle. Boeiende en authentieke poëzie.

Eerder verschenen in Parbode