Vrijdag, 7 augustus, 2020

Geschreven door: Brijs, Stefan
Artikel door: Waanders, Liliane

Andalusisch logboek

Betrokken inburgeren

[Recensie] Inmiddels al weer drie jaar geleden verliet Stefan Brijs Vlaanderen om zich in AndalusiĂ« te vestigen. Hij verruilde de ene landelijke omgeving voor een andere. De eerste anderhalf jaar dat hij in AndalusiĂ« woonde, wijdde hij aan het voltooien van zijn roman Maan en zon. Daarna stortte hij zich vol op het inburgeren. Wetende dat het daar wanneer hij eenmaal aan een nieuwe roman zou beginnen niet meer van zou komen.

Inburgeren, dat is voor Stefan Brijs de taal leren, kennis nemen van historie, kunst en cultuur, en de wijde omgeving verkennen, met oog voor flora en (avi)fauna. Hij nam zich voor daar een jaar lang mee bezig te zijn, waarbij het schrijven over onlosmakelijk met het ontdekken van verbonden was. Hij nam zich ook voor zichzelf tijdens dat schrijven alles te gunnen wat hij als schrijver van romans had ingeleverd. Dus geen kale taal, maar zinnen die bol staan van de beelden. Het pure creëren zou hem bespaard blijven.

Andalusisch logboek heet het resultaat van dat betrokken inburgeren. Stefan Brijs is oprecht nieuwsgierig. Hoewel hij in grote lijnen wist waar hij aan begon toen hij richting CĂştar in La AxarguĂ­a, de oostelijke regio van AndalusiĂ«, vertrok, is er nog genoeg om zich over  te kunnen verbazen. Brijs blijkt bovendien bereid om mee te gaan in wat in AndalusiĂ« gebruikelijk is. Zoals het slikken van de twaalf druiven van geluk tijdens de twaalf klokslagen die het begin van een nieuw jaar inluiden.

Terecht constateert Stefan Brijs bijna onmiddellijk na die openingsdruiven dat het Spanje het voorbije jaar aan geluk ontbroken heeft. Dat voorbije jaar is 2015, het logboek van Brijs beslaat het jaar 2016, en ook in dat jaar gaat het Spanje politiek en economisch niet voor de wind. Net als andere Europese landen heeft het te maken met de opkomst van nieuwe politieke bewegingen. Politieke bewegingen die uiting geven aan het ongenoegen over gevestigde partijen, maar die het vormen van coalities bemoeilijken. Spanje is een land in crisis en Andalusië is een van de armste regio’s van dat land.

Wordt Vervolgd

De nogal drastische wijze waarop geprobeerd wordt om het bruto regionaal product op te vijzelen, stuit Stefan Brijs tegen de borst. Hij ziet een zee van plastic ontstaan, waaronder op intensieve wijze avocado’s en ander veelgevraagde vitamines worden geteeld. Net als in het gelid geplante olijfbomen tast deze mar de plástico het rurale karakter van de regio aan.
Nee, dan zijn eigen olijfboomgaard, waar het ene jaar de oude en het andere jaar de jonge bomen vrucht dragen. Met wisselend opbrengst als resultaat. Maar ook als het een rijk olijfjaar is, kan Pedro – hij zorgt voor de bomen en oogst de olijven – er niet van rondkomen.

Stefan Brijs geeft er in zijn Andalusisch logboek blijk van dat hij zich het lot van de mensen in zijn omgeving aantrekt. Weliswaar maakt hij inmiddels deel uit van de gemeenschap, maar hij realiseert zich dat hij een keuze had om zich in AndalusiĂ« te vestigen en dat hij minder dan zijn buren afhankelijk is van het wel varen van het land.

De politiek en de economie van het land waar hij naartoe trok, omdat zijn op de Antillen opgegroeide vrouw het in het noorden te koud had, houden hem bezig. Maar dat doen de flora en de fauna ook. Stefan Brijs blijkt een vogelaar. Hij mag dan vaak een vogelgids bij de hand hebben, veel van de soorten die hij ziet, herkent hij zonder ze op te hoeven zoeken. Dat hij er steeds meer bij hun Spaanse naam kan noemen doet hem deugd. Hij is overigens niet alleen in exoten geĂŻnteresseerd: hij trekt zich ook het lot van de boerenzwaluwen op zijn domein die hun nest bijna kwijtraken aan de mussen aan en grijp als dat nodig blijkt in. Ontzag heeft hij voor de (roof)vogels die hun prooi en de weg naar huis feilloos weten te vinden.

Wat Stefan Brijs over flora en fauna schrijft, mag luchtig ogen – en dat is het vergeleken met de politieke en economische misère ook – toch hebben ook die aantekeningen een diepere laag. Met hun seizoensgebonden komen en gaan fungeren plant en dier als barometer van het milieu en verwijzen zij het zelfvoorzienende verleden van Andalusië.

Waar de natuur Stefan Brijs onderwijst, neemt de schrijver bij het verkennen van de (kunst)historie de rol van leermeester op zich. Hij blijkt zich uitvoerig ingelezen te hebben in de geschiedenis van Spanje in het algemeen en AndalusiĂ« in het bijzonder, en heeft de vindplaatsen van wat kunsthistorisch van belang is nauwkeurig in kaart gebracht. Dankzij dat zorgvuldig traceren weet hij bijvoorbeeld dat kerken die op geen enkele route liggen werken van grote meesters – ZurbarĂ n, Cano, El Greco – herbergen. Die wil hij zien, om er vervolgens over te kunnen oordelen. Want Stefan Brijs toont zich ook in Andalusisch logboek iemand met een kijk op de dingen en een mening over kwesties. Ook als het om zaken gaat die vanuit economisch oogpunt van ondergeschikt belang lijken, zoals kunst en cultuur.

Eer betonen doet Stefan Brijs in Andalusisch logboek ook. Aan markante collega-schrijvers die voor hem uitweken naar de regio. Maar ook aan degenen die in de voorbije eeuw streden en stierven voor de vrijheid. Het regime van Franco en de Spaanse Burgeroorlog eisten hun tol. Een van hen is Federico GarcĂ­a Lorca. Naar de plaats waar hij gefusilleerd werd, gaat Brijs op zoek. Ter plekke wordt hij overmand door zijn emoties. Maar ook aan anonieme slachtoffers besteedt hij aandacht, als hij schijnbaar en passant tussen klaverzuring en de status quo van de minderheidsregering van de PP van Rajoy opmerkt dat op 1 januari het auteursrecht vervalt op het werk van meer dan vierhonderd Spaanse kunstenaars die omkwamen in het jaar dat de burgeroorlog uitbrak:

“Vierhonderd kunstenaars die nooit meer werk zouden voltooien. Vierhonderd stemmen die voorgoed zouden zwijgen. De verbeelding werd dat jaar op wel heel dramatische wijze een halt toegeroepen.”

Anders dan zijn Engelse evenknieĂ«n – niets is erger dan een kolonie Engelsen in den vreemde – maakt Stefan Brijs zich AndalusiĂ« eigen. In Andalusisch logboek doet hij daar met veel oog voor detail verslag van. Maar Andalusisch logboek is niet alleen het portret van iemand die inburgert. Het kunnen aarden en wortel willen schieten is maar een aspect van wie Stefan Brijs is, daar laat hij in zijn logboek geen twijfel over bestaan.

Met Andalusisch logboek voegt Stefan Brijs bovendien weer een genre aan zijn toch al diverse oeuvre toe. Hij waagde zich al eerder aan non-fictie, maar nooit eerder zo literair en zo persoonlijk (in Kruistochten en De vergeethoek ging hij op zoek naar vergeten voorgangers, en in Villa Keetje Tippel beschrijft hij aan de hand van het zomerverblijf van Neel Doff in Genk niet alleen een deel van haar levensverhaal, maar ook de geschiedenis van Genk, lang de gemeente waar Stefan Brijs woonde).

Zijn Andalusisch logboek is absoluut geen reisgids, al kan wie dat wil aan de hand van dit boek in het spoor van Brijs door AndalusiĂ« trekken.
Het is een kruising tussen De weg naar Santiago â€“ waarin Cees Nooteboom zijn jarenlange relatie met Spanje boekstaaft op basis van omzwervingen, waarin geschiedenis, kunst en literatuur centraal staan – en het veel persoonlijker 533: een dagenboek â€“ waarin Nooteboom zijn dagelijkse bezigheden als uitgangspunt neemt.
Maar bovenal is Andalusisch logboek een zelfportret in twaalf maanden en de nodige relevante thema’s. Rijk van taal. Rijp, maar soms ook groen, vanwege de nog korte geschiedenis van Stefan Brijs met het land. Prikkelend. Noodzakelijk. Met gevoel voor humor en zelfspot.

Eerder verschenen op Hanta