Vrijdag, 30 maart, 2018

Geschreven door: Rogiers, Filip
Recensie door: Verplancke, Marnix

Angel

Nogmaals de twintigste eeuw

De eerste zin:

“Ik hoorde Daniel Hilfiger in de stem aan de andere kant van de lijn.”

Recensie

Tijdens de Koude Oorlog lag een van de grootste Canadese militaire bases in Frankrijk, in Marville om precies te zijn, vlakbij de Belgische grens. Alles bijeen woonden er 3500 mensen op de militaire terreinen, wat zeven keer zoveel was als in het dorp. Toen Filip Rogiers, journalist bij De Standaard en auteur van twee eerdere boeken, vernam dat er tussen 1957 en 1961 maar liefst 37 baby’s gestorven waren op de basis ging zijn fantasie werken. Hier zat een roman in.

Awater

Het resultaat is Angel, waarin op een dag in 1957 een vliegtuig landt op de basis in Marville. Aan boord zijn de veelal zwangere vrouwen van daar gestationeerde militairen. Doodzieke vrouwen, zo blijkt, die misvormde kinderen op de wereld zetten en soms ook zelf sterven. Waarom kregen zij pas decennia later een kruisje op het kerkhof van Marville?

Angel speelt op twee niveaus. Het is het verhaal van Alain, de zoon van een van de militairen. Hij is geboren uit het tweede huwelijk van vader Nathan. Het eerste was spaak gelopen nadat zijn vrouw doodziek uit het vliegtuigruim was gekomen en een doodgeboren baby had gebaard. Nadien trouwde Nathan met een meisje uit Marville, de moeder van Alain. Waarom is mijn vader niet geïnteresseerd in de stervende kinderen van toen, vraagt deze zich af, en wel in de stervende bijen van vandaag?

Het is een vraag die ons bij het tweede niveau van Angel brengt, een boek dat inderdaad een steekwapen wil zijn en geen Engelse engel. Op dat niveau heeft Rogiers een expliciet politiek boek geschreven dat op zoek gaat naar de zaadjes van de hedendaagse populistische malaise en de lezer oproept verder te kijken dan zijn neus lang is. Niet voor niets maakt hij van Alain een persfotograaf die bewonderend opkijkt naar ene Patrick Claus, wat natuurlijk een samentrekking is van Patrick De Spiegelaere en Filip Claus.

Zowat de hele na-oorlogse Westerse geschiedenis komt aan bod, van Boedapest 1956, over Praag 1986 en Berlijn 1989 tot Parijs 2002, toen Jean-Marie Le Pen bijna president leek te kunnen worden. Angel gaat over landbouwgif, Amerikaans white trash, asbest, softenon, en nog veel meer. Te veel voor een evenwichtige roman in feite, zeker als de personages over dat alles ook nog eens omstandig hun zegje willen doen.

3 vragen aan Filip Rogiers

In het Noord-Franse Marville stierven tussen 1957 en 1961 37 baby’s van Canadese militairen op verdachte wijze. Fantastisch voor een groot stuk in de krant, denk je dan. Waarom werd het voor jou het uitgangspunt voor een roman?

Rogiers: “Ik reken mezelf tot de school van Jeroen Brouwers, die meent dat je in de literatuur de werkelijkheid soms beter kunt vatten dan in feitelijke verslaggeving. Angel stelde me in staat om ruimere verbanden te leggen. De val van de muur was bijvoorbeeld niet alleen het einde van de bipolaire wereld van de Koude Oorlog, maar ook van het liberale centrum-politieke model. Mijn roman stopt niet toevallig in 2002, toen Jacques Chirac het in de tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen opnam tegen Jean-Marie Le Pen. Dit kondigde Trump, Brexit en de recente Italiaanse verkiezingen aan. Waar begon Le Pen zijn politieke carrière? Bij Pierre Poujade, die een combinatie van extreem rechts en extreem links populisme bracht.”

Maar het huidig populisme is toch ook een reactie tegen de arrogantie van die centrum-politiek?

Rogiers: “Natuurlijk. Wij zijn er, dachten ze, en ze legden daarbij een ontzettend gebrek aan empathie aan de dag. Denk maar aan Hilary Clintons uitspraak over de “basket of deplorables” die voor Trump zouden stemmen. Of over het affairisme in Europa. Jean-Claude Juncker parachuteert zijn kabinetchef naar de positie van secretaris-generaal van de Europese Commissie. Dat getuigt toch van een ongelooflijke arrogantie?”

Je boek gaat toch ook over het geheugen en hoe onze kijk op het heden het verleden vormt?

Rogiers: “Wat herinneren we ons en wat willen we ons herinneren? In het gedicht The road not taken heeft Robert Frost het over de tweesprong waarop we tijdens ons leven allemaal terechtkomen. We weten niet wat de hoofdweg is en maken een keuze naar best vermogen. Jaren later kan het dan beginnen knagen. Zijn we niet op een zijweg gesukkeld en hadden we op die tweesprong een andere richting moeten kiezen? Een mogelijkheid wordt nooit absoluter dan wanneer het een onmogelijkheid is geworden. Door die weg te kiezen, herschrijf je ook je verleden, alsof het naar die keuze diende te leiden. Dat geldt voor individuen, maar ook voor maatschappijen. Het verleden lijkt rimpelloos naar het heden te leiden, maar misschien is dat alleen maar zo omdat ons geheugen een spelletje met ons speelt.”

Eerder gepubliceerd in Focus Knack

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.