Vrijdag, 24 juli, 2020

Geschreven door: Hertmans, Stefan
Artikel door: Waanders, Liliane

Antigone in Molenbeek

Het lot herhaalt zich

[Recensie] “Ik schrijf zelf aan een monoloog van Antigone. Ze snoert me steeds meer de mond.  Er hoeft niets te worden toegevoegd aan de Griekse tragedies. Er moet worden afgepeld tot op het bot”,

Schreef Stefan Hertmans in het essay Ongeschreven wetten, waarin hij verslag doet van het optrekken met Antigone. Antigone speelt in rol in zijn toneelstuk Mind the GapOngeschreven wetten is het verslag van een fascinerende zoektocht die doorgaat, ook als Mind the Gap in première is gegaan. De periode waarin Hertmans aan zijn essay werkte, beslaat ruim zeven jaar: van januari 1999 tot juli 2006.

Tien jaar later – en zeventien jaar na Mind the Gap â€“ komt Stefan Hertmans terug op en met Antigone. In Antigone in Molenbeek pelt hij de Griekse tragedie meer nog dan in Mind the Gap af tot op het bot. In Antigone in Molenbeek is het grondpatroon van de Griekse tragedie duidelijk herkenbaar: een zus wil het lichaam van haar broer begraven, maar krijgt daarvoor geen toestemming. Zij negeert de voorschriften en doet wat zij vindt dat ze moet doen. Zij is bereid het risico te nemen dat hoort bij het overtreden van de wet.

Waar Mind the Gap een bewerking van Antigone is waar de titelheldin in eigen persoon optreedt (net als Klytaemnestra en Medea in dat stuk ook hun opwachting maken) heet Antigone in Antigone in Molenbeek Nouria. Nouria heeft een extremistische broer die tijdens een terroristische daad om het leven gekomen is. De autoriteiten weigeren zijn lichaam of wat daarvan over is vrij te geven, waardoor Nouria hem niet conform de tradities waaraan zij zich gehouden voelt, kan begraven. Zij gaat verhaal halen, en neemt het heft in eigen handen als haar min of meer te verstaan wordt gegeven dat haar broer vanwege zijn daden geen deugdelijke begrafenis verdient . Ze gaat op zoek en vindt de stoffelijke resten van haar broer. Begraven kan ze hem niet – ze krijgt zelfs niet de kans hem met een handvol zand te bedekken, want ze wordt gearresteerd en er wordt haar van alles ten laste gelegd.

TijdvoorTijdschriften

Stefan Hertmans concentreert zich op Nouria. Er zijn bijfiguren. Minder dan in Antigone, maar degenen die Hertmans opvoert, hebben een evenknie in dat drama, zonder dat sprake is van het geforceerd bevolken van het verhaal met personages om aan het grondplan van een origineel te voldoen. Maar  Hertmans’ Nouria is onmiskenbaar een Antigone, die doet wat ze moet doen:

“Antigone is auto-nomos; ze heeft haar eigen wet en is niet van die van anderen afhankelijk. Haar wet is die van oude natuurvolkeren: men moet de doden begraven of de doem zal over ons komen. Oud taboe, geen overtreding mogelijk zonder dat de wereld aan zijn einde komt”,

vatte Stefan Hertmans de drijfveren van degene die model stond voor Nouria samen in Ongeschreven wetten.
Nouria handelt naar eer en geweten, terwijl ze rechten studeert. Natuurlijk wordt die discrepantie haar voor de voeten geworpen. Zoals ook de daden van haar broer haar indirect verweten worden.
Nouria heeft veel te verliezen: haar broer, zijn stoffelijk overschot, is het enige dat ze nog heeft, maar ze houdt haar woede in, spreekt geen gezwollen taal, en kan anders dan de Antigone in Mind the Gap nog iets anders dan raaskallen:

“Er is voor ‘mijn’ Antigone niets meer te redden; het is voor alles te laat. Ze kan dan ook niet veel meer dan helder raaskallen. Ze kan alleen de rede – het verstand, maar ook het “vertoog” – tonen in een catastrofale toestand, waar het inzicht alomvattend is, maar voor alles te laat (…).”

Hardop en in haar hoofd klinkt haar stem. Ogenschijnlijk kalm doet Nouria haar relaas:

“Ik omhelsde hem
Hij ontweek mijn armen
alsof ik hem wou slaan
Broer zei ik
Broertje van me
En hij: ga niet uit de weg
wat jou heeft gekozen
maar ga weg van alles
wat je hier nog bindt
En plots die kleine
hele kleine
koolzwarte plek in
zijn zachte ogen
En ik zei:
kom toch broertje
vader wordt blind
moeder is er niet meer
Laat niets tussen ons…

En hij die wegwandelde
met die smalle schouders opgetrokken
Ik moet hem vinden
Bij elkaar puzzelen
De stukken in elkaar passen
Kun je zo’n bodybag openen?
Kan ik dat doen?
Kun je daar tegen?
Moet je kotsen of huilen?
Krijg ik een handvol zand
om te begraven wat niet
te vergeten valt?…”

maar het groeien van haar boosheid en haar verzet gaan gelijk op.

“Het was alsof ik bloed voor de ogen kreeg.
Een waas van woede en verdriet.
Ik wil maar Ă©Ă©n ding, zei ik,
en ik beet het, ik blafte het de
mooie blonde vrouw toe
Het was alsof ik steeds radicaler werd,
alsof ik gek aan het worden was:
Ik! Wil! Gewoon! Mijn! Broer! Begraven!
Dat! Is! Beschaving!
Punt!!”

Dat zij radicaliseert (zo noemt zij het zelf), is gegeven de omstandigheden – voortdurende tegenwerking en het neerkijken op haar waarden – volkomen verklaarbaar. Zoals ook op het gedrag en de keuzes van Antigone weinig af te dingen is. Misschien herhaalt de geschiedenis zich niet, maar aan de interactie tussen mensen  liggen universele en terugkerende patronen ten grondslag. Vandaar dat Sophocles c.s. hun zeggingskracht niet verliezen, en hun werk zich voor hergebruik blijft lenen.

Stefan Hertmans houdt het in Antigone in Molenbeek mooi klein. Hij beperkt zich tot dat ene meisje dat ten einde raad is. Maar wat hij te zeggen heeft, overstijgt haar lot. Met Antigone in Molenbeek toont Hertmans zich een verwante van Tom Lanoye, die in Gaz dezelfde kwestie vanuit een ander perspectief aansneed – hij liet een gedoemde moeder aan het woord die op clementie zou moeten kunnen rekenen ondanks de daden van haar aan het doden geslagen zoon – en David Van Reybrouck die in Jihad van liefde het verzoenende verhaal optekende van de uit Molenbeek afkomstige Mohamed El Bachiri die zijn vrouw verloor bij een aanslag in Brussel. Hertmans doet wat onder de gegeven omstandigheden tot de mogelijkheden van een schrijver behoort: de kijk op de actualiteit keren.

Antigone in Molenbeek is als monoloog geschreven – Stefan Hertmans schreef het eerste deel in het kader van Re:creating Europe – en werd als zodanig vanaf juni 2018 ook gespeeld door het Kaaitheater.

Eerder verschenen op Hanta