Vrijdag, 20 oktober, 2017

Geschreven door: Hertmans, Stefan
Artikel door: Dobbelaer, Roeland

Antigone in Molenbeek

Dubbel verlies

[Signalering] Voor de tweede keer dit jaar verschijnt bij De Bezige Bij een klein, prachtig boekje. Beide spelen ze in het kloppend hart van Europa, Brussel, beide gaan ze over het Moslimvraagstuk, beide over mensen uit Molenbeek. Het eerste was het verdrietige maar hoopvolle Een Jihad van Liefde van Mohamed El Bachiri en David van Reybrouck, over de bij de bomaanslagen omgekomen vrouw van El Bachiri, Loubna, de moeder van zijn kinderen. Het nieuwste boekje is van Stefan Hertmans, Antigone in Molenbeek en gaat ook over een jonge moslima, Nouria, rechtenstudente in Brussel, net als Loubna in Brussel geboren. Nouria is weliswaar een romanpersonage, maar is levensecht beschreven door Hertmans en had in dezelfde straat in Molenbeek kunnen wonen als Loubna, ze hadden zussen kunnen zijn, ze zijn allebei slachtoffer.

Nouria is de zus van een moslimterrorist die zich opblies bij een aanslag. Zijn resten zijn nog niet vrijgegeven door de overheid. Nouria wil haar broer begraven, maar vangt overal bot bij de verschillende instanties, ze raakt steeds meer ontgoocheld. Net als Antigone in het beroemde toneelstuk van Sophocles vijfentwintighonderd jaar geleden luistert niemand naar haar en is haar lot tragisch.

Naast dat Antigone in Molenbeek in een mooie verhalende dichtvorm is geschreven is de keuze van Hertmans om de familie van terroristen neer te zetten een goede. Het leed van de familieleden van terroristen blijft vaak onderbelicht en het moet inmens zijn. Je geeft je liefde aan je zonen en dochters, je broers en zussen, en dan besluiten ze zich aan te sluiten bij het kwaad. Als ze dan omkomen raak je ze dubbel kwijt.

C2W

“Waarom zijn jonge venten tegenwoordig zo opgefokt?
Alleen in onze straat al: elke week wel een gebroken neus, een aframmeling, gescheld en getier,
in uw kloten hier of ginder, hoerenjong nique ta mère
voor en tegen dit, haat tegen dit, hysterie voor dat…
En altijd is het de schuld van een ander.
Moeders, vrouwen liefjes en minnaressen
die het mannenleed dan telkens weer
moeten verzachten, jankende mannen
altijd weer die hysterie
wanneer het te laat is om
wat dan ook nog te genezen…

Broertje.
Broertje toch.
Broertje van mij.
Stomme kloot.
…
Ik weet niet meer waar ik nog vrede zoeken moet.”


Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles