Vrijdag, 19 juli, 2019

Geschreven door: Miller, Kei
Artikel door: Onbekend

Augustown

Een typisch Caribische roman

[Recensie] Een geest waart boven Augustown, vroeger een dorp in de buurt van Kingston, inmiddels door de grote stad opgeslokt en een stadswijk geworden. Een plek waar in het verleden veel gebeurd is, waar, zoals overal, mensen proberen iets van het leven te maken en als het even kan er bovenuit te stijgen. De geest neemt het waar en vertelt over dingen die nu gebeuren en over dingen van toen. Ze blijkt Gina te zijn, de overleden hoofdpersoon uit het verhaal dat ze nu vertelt.

Een ongemakkelijk voorval blijkt grote gevolgen te hebben. Kaia, een rasta-jongetje van de basisschool wordt het slachtoffer van een onderwijzer die het goed bedoelt maar met zichzelf overhoop ligt en zich ineens niet kan beheersen. Kaia met zijn dreadlocks wordt op de korrel genomen als het onrustig is in de klas. De onderwijzer pakt een schaar en knipt hem stante pede kaal. Krijsend loopt Kaia weg, naar huis, naar zijn oud-tante , Ma Taffy, die voor hem zorgt. Hij voelt zich ineens vreselijk kwetsbaar, machteloos zoals Simson uit het Boek Richteren, nadat hij zijn haar was kwijtgeraakt. Zijn oudtante is blind maar haar andere zintuigen werken op volle toeren. Vanaf haar veranda, waar ze hele dagen doorbrengt, houdt ze alles wat er in Augustown gebeurt nauwlettend in de gaten en legt verbanden. Ze luistert naar de geluiden om haar heen. Als Kaia huilend van school komt, begrijpt zij meteen wat er aan de hand is en begint te vertellen over iets wat een eeuw geleden in Augustown gebeurde, in 1920,  een wonderlijke, bizarre sage over een prediker, een zekere Bedward, die over zo’n sterke geestelijke kracht beschikte dat hij kon zweven.

In letterlijke zin wist Bedward uit te stijgen boven de aardse grond, het tranendal der mensen. Van alle kanten kwamen de mensen toestromen om er getuige van te zijn, maar de autoriteiten, door de geest met de term “Babylon” aangeduid, vreesden opstand en deden alles eraan om dat te voorkomen. Om de goede orde te handhaven is het beter dat mensen klein worden gehouden en geen stijg- en opstandillusies koesteren. Babylon staat natuurlijk voor menselijke ballingschap en onderdrukking. Daartegenover staat het verlangen naar Zion, naar vrijheid, ons ware thuis. In de roman duiken deze symbolen voortdurend op. Bedward blijkt een van de geestelijke vaders van de Rastafari-beweging te zijn.

Ma Taffy voelt aan dat het voorval met haar rasta-jongetje een explosieve lading bevat. De rastafari’s zullen het als een zware belediging aan hun adres opvatten. Daar loopt het verhaal tenslotte ook op uit. Aangemoedigd, zoniet opgehitst door de rasta-menigte loopt Kaia’s moeder, Gina, op hoge poten de school binnen om die leraar de waarheid te zeggen. Dat loopt uiteraard niet goed af, met als gevolg dat ze nu als geest rondwaart boven het geplaagde Augustown en haar verhaal aan de lezer vertelt. Dat verhaal over de loop de gebeurtenissen, gaat veel dieper. Het is ook het verhaal van de gevolgen van slavernij, de tegenstellingen, de achterstellingen en vooral de vele op ras en vooroordeel gebaseerde foutieve voorstellingen van medemensen, die zich zodoende op verkeerde sporen plaatsen en daar niet vanaf komen. Omdat ze de situaties overziet, “ziet” de oude blinde Ma Taffy het scherpst. Ze duikt op onverwachte momenten in de roman op als het “ge-weten”, in alle lagen van betekenissen die dat begrip heeft.  Haar persoon en optreden  contrasteert met dat van anderen om haar heen, geeft het reliëf, maar spoort ook aan tot nadenken.

Hereditas Nexus

Al die “anderen”  in de roman vormen een bontgekleurde mengeling van personen die we in uiteenlopende situaties ontmoeten, tijdens twee verschillende perioden in de geschiedenis. We maken kennis met de leider van een gang, met de intrigerende bijnaam Soft-Paw,  die het in wezen gemunt heeft op “Babylon”. En met de vertegenwoordiger van Babylon, de gouverneur uit de tijd dat Bedward zijn zwevend bestaan beleefde. We maken kennis met gelovige zielen, toen en nu, en met bijgelovige magische figuren die met onduidelijke bedoelingen rondlopen. We leren het bijna witte schoolhoofd kennen, met haar man die een fabrieksdirecteur is en die ook met hun geschiedenis opgescheept zitten. Onze geschiedenis werkt als een zware steen op het hoofd van mensen, een steen die het opstijgen en zweven onmogelijk maakt: “a stone that sit right on top of our heads. The one that always stop we from rising.  Tussen haakjes, het verhaal dat in het Engels wordt verteld, maakt een verrukkelijk gebruik van Jamaicaans patois, soms licht (we rising) soms zwaar, ongegeneerd en vooral ook ongeforceerd. Dat geeft een aparte en, zo zou ik denken, onnavolgbare charme aan de tekst.

Terug naar de stenen op ons hoofd. Voor sommige mensen maakt het schijnbaar niet veel uit. Hun omstandigheden zijn aangenaam, en als ze willen kunnen ze in dat systeem een beetje stijgen, althans voor de vorm, voor het gevoel. Dat er ook in hun leven momenten komen waarin alles vastloopt, maakt dit verhaal wel duidelijk. Anderen proberen het met magische foefjes. Het verhaal is er vol van. Maar, zo waarschuwt de vertellende geest,

“this isn’t magic realism. This is not another story about superstitious island people…..No. You don’t get off that easy. This is as story about people as real as you are, and as real as I once was before I became a bodiless thing floating up here in the sky.”

En al staat Augustown voor August Town in werkelijkheid, voor Jamaica in werkelijkheid, het staat ook voor de wereld in werkelijkheid.

Een kleine gebeurtenis dus, bijna onbetekenend, een jongetje dat zijn dreadlocks kwijtraakt, wordt een verhaal dat gaat rondzingen en een eigen leven gaat leiden, met tal van onbedoelde en onvoorstelbare gevolgen. Alles en iedereen komt op scherp te staan. Wederom broeit er van alles en nog wat in Augustown. Toentertijd het zweven, nu het knippen, maar de beide voorvallen staan met elkaar in verband, zo begrijpt Ma Taffy en begrijpt de geest nu ook. Toentertijd nog niet, toen ze als meisje opgroeide in het arme Augustown, de plaats die zijn naam ontleent aan de 1e augustus 1838 toen de slavernij in het Engelse imperium officieel werd afgeschaft. Ze besefte niet goed wat haar bij het opgroeien allemaal overkwam en welke betekenis haar vriendschap had met die witte jongen. In ieder geval wordt duidelijk dat niemand kan doen of er geen anderen op deze wereld bestaan. Iedereen staat in verbinding met iedereen. Vaak zijn de lijnen vaag, maar dat maakt ze niet betekenisloos.

Het verhaal wordt verteld op weinig meer dan 200 pagina’s. We maken kennis met veel verschillende personen, die op de een of andere manier bij het gebeuren betrokken zijn. We horen dus verschillende verhalen vanuit verschillend perspectief. Bij sommige romans is het voor de lezer een hele puzzel om het verband tussen die verhalen in de gaten te houden. Hier niet, zou ik denken. Het gemak en de vanzelfsprekendheid waarmee de personen ten tonele worden gevoerd om hun verhaal te vertellen is en de wijze waarop ze dat doen, is zo levendig en echt dat de lezer alles glashelder voor ogen staat.  Alsof hij zijn hand er niet voor omdraait, weet Miller met enkele woorden een personage tot leven te roepen. Alsof de lezer een wandeling door de wijk maakt en allerlei mensen ontmoet, die allemaal iets te vertellen hebben. De lezer luistert en wordt aan het denken gezet. Hij neemt die verhalen serieus omdat ze menselijk zijn. Aan het eind van de wandeling valt op dat al die vertellingen in wezen bij elkaar horen. Auteurs die op ingenieuze wijze met allerlei verschillende puzzelstukjes een roman in elkaar zetten, slagen er niet altijd in hun personages geloofwaardig tot leven te wekken. Individuele verhalen staan teveel in dienst van het grote verhaal, waardoor hun personages poppetjes worden. Kei Miller heeft daarvan geen last.  Hij doet beide. En hij doet het ook nog eens superefficiënt. Geen langdradigheid, geen overbodige uitwijdingen. Zijn personages zijn bijna allemaal springlevend.

De compositie is ingenieus en coherent. De auteur is zeker van zijn zaak. Slechts in een enkel geval breekt een lijntje vroegtijdig af. Dat overkomt Soft-Paw met zijn gang. Dat lijntje bungelt een beetje. Terwijl de lezer verwacht dat die in het laatste hoofdstuk, getiteld “The autoclaps”  een voorname rol zou spelen, maar dat blijkt niet het geval. Niet ‘ babylon’ maar zijn eigen mensen hebben hem omgebracht en zijn lichaam ergens bij een dam met een betonblok tot zinken gebracht. Zinken. Die dingen gebeuren wel vaker. Trouwens, wat is de betekenis van het woord “autoclaps?” Daarover is aardig wat gespeculeerd. In het Jamicaanse Engels betekent het: impending disaster, een after-clap. Letterlijk in het Nederlands naklap. Zeker niet achterklap zoals de auteur suggereert, waarbij hij, door een web-woordenboek foutief geïnformeerd, die term voor een Duitse term houdt. Het hele verhaal gaat richting “afterclap”. Het knippen van de schitterende rasta-haren heeft een verschrikkelijke naklap tot gevolg. Echter, Gina’s lichaam wordt evenmin gevonden. “You will not find the body, which you may find incredible….,” vertelt ons de geest, waarna ze de lezer voorhoudt:

perhaps it is time at last to make space in yourself to believe such stories….Go now then, back down to earth and then to Augustown; sit on the verandah and just be still. Just listen.”

Kortom, een indrukwekkende roman die vraagt om aandachtige lezing en wijd geopende oren.

Eerder verschenen in de Napa van de Amigoe