Vrijdag, 25 oktober, 2019

Geschreven door: Achten, Irma Maria
Artikel door: Gaal, Monique van

Augustus

Het virus van de neerslachtigheid

[Recensie] Augustus, de debuutroman van Irma Maria Achten, begint met wat lijkt op een zelfmoordpoging. Een ijzersterk begin. In de rivier de Vecht oefent de zestienjarige David met het inhouden van zijn adem, steeds een paar seconden langer. Dan komt er een auto het water in gereden en zet David de redding van de inzittenden in. De vrouw echter wil duidelijk niets van de redding weten en geeft hem een klap. Toch overleven zij en haar man het ongeval en het duurt niet lang of David is tot over zijn oren verliefd op deze bloedmooie Chileense vrouw die zijn moeder had kunnen zijn. De liefde blijkt wederzijds.

Dit wordt een geweldig boek, denk ik aanvankelijk, maar naarmate het verhaal vordert raak ik teleurgesteld. Hun liefde is immers nergens op gebaseerd. Het is duidelijk, David valt op Mercè’s mooie uiterlijk, maar Mercè…? Ik krijg het gevoel dat ik in iemands droom of fantasie beland ben; de echtheid is voor mij ver te zoeken. “Denken dat we leven is net zo’n grote illusie als denken dat de sterren die we zien bestaan”, beaamt ook David.

Eigenlijk duurt die zelfmoordpoging maar voort, het hele verhaal lang. Chilenen verzetten zich niet tegen het lijden, zegt Mercè ergens. Wel, volgens mij verzet zij zich er uit alle macht tegen. Nachtmerries heeft zij, maar niemand weet waarover. “Vaak is de pijn die ik voel groter dan de schade die ik persoonlijk heb opgelopen. Zouden drama’s waar je geen weet van hebt zich ook in je opstapelen?” Meer komen wij voorlopig niet te weten.

Heel soms zijn er vage verwijzingen naar hoe het allemaal zo mis heeft kunnen gaan in Chili, maar daar wil Mercè verder niet op in gaan. “Voor zover ik kan nagaan, heb ik je nog niet besmet met het virus van mijn neerslachtigheid.” schrijft zij aan David. Me dunkt! Ze heeft het hele boek besmet met neerslachtigheid!

C2W

Het stel gaat in Griekenland wonen, en in Rome. Helaas komt ook daar geen diepte in hun samenzijn. Nee, zelfs geen duidelijk beeld van hun leven aldaar. Slechts wat flarden verhaal, die uitsluitend uit de gedachtengang van David ontspruiten. Dan moet David halsoverkop terug naar huis, zijn vader is overleden. De relatie tussen hem en zijn ouders is daarentegen weer wel heel goed en helder beschreven. En zelfs Herman, die onechte broer, komt goed uit de verf.

Een enkele keer, alleen in het begin van het boek, komt Mercè even zelf aan het woord. Ze herhaalt echter alleen wat dingen die de lezer al van David heeft gehoord, maar dan in de tegenwoordige tijd (David vertelt alles in de verleden tijd). Waarom, wat voegt dit toe? En waarom die keuze voor de tegenwoordige tijd, terwijl het toch echt nog steeds om dezelfde tijd gaat. Waarom komt Mercè überhaupt zo weinig aan het woord? Is het omdat de schrijfster haar eigenlijk ook niet kent?

We lezen wat David en Mercè doen. En we lezen dat David zijn ogen niet van haar af kan houden. David, die overdonderd is door haar schoonheid, “haar tot in haar vezels liefhad”, “mateloos ontroerd door de kreukel in haar oorlel”, en dat tot treurens toe herhaald met andere woorden. En Mercè? Die laat zich tussen de bloemen vallen, of loopt de zee in, maar wie Ă­s zij? “Welbeschouwd ben ik niet veel meer dan de poes van David”, zegt Mercè. En zo is het.

David vermeldt dat “haar geest, vlug als een zilvervisje, zo vlug geestig en geestrijk en toch kalm is” en ik denk, waarom laat de schrijfster de lezer niet zĂ©lf ontdekken dat zij zo geestig en kalm is? Waarom niet het principe show, don’t tell toepassen? “Geestig, ja ik vond haar oergeestig”, zegt David. Maar voor de lezer is er nĂ­ets oergeestigs aan het personage Mercè. “Zoals we altijd onbekommerd over van alles en nog wat spraken.” Oh echt? Wanneer dan? Show, don’t tell.

De vele mooie zinnen kunnen het boek wat mij betreft niet redden. Op geen enkel moment was ik benieuwd naar de voortgang of afloop van hun relatie. Wanneer het stel uiteindelijk in Chili gaat wonen, komt oud zeer bovendrijven en wordt een en ander iets duidelijker, maar op dat punt aangekomen ben ik mijn interesse allang verloren. Ook het einde is storend. Waarom ineens die vluchtige stortvloed aan drama? Moesten er op de laatste paar pagina’s nog wat extra tranen worden getrokken? Een goed boek kan zonder.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles