Zaterdag, 28 maart, 2020

Geschreven door: Elzenga, Nils
Artikel door: Tromp, Jorien

Balkan Blues - Interview

“Het is heel bijzonder om iets te maken over je eigen familie.”

[Interview] Een lange tijd had Nils Elzenga een moeilijke band met zijn vader. Ze werden uit elkaar gedreven door de dood van Nils’ moeder Joke, die overleed aan kanker toen hij zeventien was. Twintig jaar later besluiten Nils en zijn vader het avontuur aan te gaan. Een maand lang op reis, met z’n tweeën, door de Balkan. 

“Het overlijden van mijn moeder was als het ontploffen van een atoombom in ons gezin,” vertelt Nils. “Een jaar nadat ze overleed, toen ik klaar was met het vwo, ben ik uit huis gegaan. Ik ben de wijde wereld ingetrokken, omdat ik het lastig vond om te dealen met mijn thuissituatie. Ik ging reizen en studeren, maar toen ik 25 was, raakte ik in een depressie. Achteraf bleek dat een signaal van onverwerkte trauma’s. 
Door mijn depressie moest ik met mijzelf aan de slag. Ik wilde de relatie met mijn vader beter maken, maar dat ging moeizaam. We kregen vaak ruzie. Er zat oud zeer bij mij, dingen die ik nooit had uitgesproken. Er was ruis op de lijn.” 

Daarom stelde Nils aan zijn vader voor om samen een reis te maken. “Ik dacht: misschien is het goed om onszelf te dwingen om tot elkaar te komen. Een maand is te lang om zwijgend met elkaar door te brengen. Je wordt gedwongen om met elkaar in gesprek te gaan.” Zijn vader stemde in, dus reisden hij en Nils een maand lang door voormalig Joegoslavië. In zijn boek Balkan Blues vertelt Nils over de bijzondere reis. Een reis door verschillende plekken in Joegoslavië, maar ook door herinneringen en ervaringen uit het verleden. 

Wanneer bedacht je dat je een boek wilde schrijven over deze reis?

Wordt Vervolgd

“Ik ben journalist, maar in eerste instantie was ik niet eens van plan om een artikel te schrijven over de reis. Pas toen ik er met mijn omgeving over sprak, kreeg ik steeds weer verbaasde reacties. Veel leeftijdsgenoten vonden het bijzonder en zeiden: ‘Wauw, dat je dat durft! Ik zou gék worden!’ Door die reacties besefte ik dat hier een verhaal in zat. Veel mensen hebben strubbelingen in de relatie met hun ouders. Het is een herkenbaar, universeel verhaal. 
Ik schreef een artikel voor Trouw toen ik terug was in Nederland. Twee of drie weken na publicatie kreeg ik een telefoontje van een uitgeverij. Ze hadden mijn verhaal gelezen en zeiden: ‘Wij zien hier wel boekmateriaal in.’”

Balkan Blues is een heel persoonlijk verhaal. Was het lastig om te schrijven, in de wetenschap dat mensen het gaan lezen?

“Dat was soms lastig, maar ik schrijf als journalist al langer over persoonlijke onderwerpen. Bijvoorbeeld over depressies, of over het overlijden van mijn moeder. Dat is vaak eng, maar uiteindelijk dient het een doel. Artikelen zwengelen een discussie aan. Uit de vele reacties die ik op mijn stukken krijg, merk ik dat het zin heeft. Dat vertrouwen had ik ook toen ik met mijn boek begon. Het beschrijven van ons pad naar heling is ook zinvol voor anderen.” 

Wat vond je vader ervan dat je een boek ging schrijven over jullie reis?

“Ik heb tegen mijn vader gezegd: ‘Jij bent de eerste tegenlezer. Als je het ergens niet mee eens bent, zal ik het aanpassen.’ Het zou de ironie ten top zijn als we ruzie zouden krijgen over het boek, terwijl we op reis juist verzoening wilden vinden. Ik heb hem nauw bij het schrijven betrokken. 
Het verhaal heeft de structuur van de reis. Aan het begin van de reis moesten we erg aan elkaar wennen. Dat komt veel terug in de eerste hoofdstukken. Pas in latere hoofdstukken beschrijf ik hoe we gedurende de reis steeds meer konden ontspannen in elkaars aanwezigheid. Dus toen ik mijn vader het eerste hoofdstuk liet lezen, vertelde hij me dat hij er een nacht niet van geslapen had. Dat was natuurlijk niet de bedoeling. Daarom stelde ik voor om eerst het hele boek af te schrijven. Nadat het klaar was, heeft hij het gelezen. Toen kon hij er beter mee uit de voeten.”

Hoe reageerde je vader nadat hij het gelezen had?

“Toen hij het gelezen had, was hij gerustgesteld. En heel trots. Hij voelde zich wel gevleid door het feit dat er een heel boek over hem geschreven is. Het boek laat zijn lastige kanten, maar ook zijn mooie kanten zien. Het gaat over de moeilijkheden van een relatie, maar ook over heling.
Mijn vader heeft vroeger ook schrijfambities gehad, dus hij heeft wel eens gezegd: ‘Jij draagt nu het familievaandel als schrijver.’ Hij vindt het mooi dat iemand in de familie dat echt gedaan heeft, een heus boek schrijven.”

Ik kan me voorstellen dat het schrijven van zo’n persoonlijk verhaal een pittig proces is. 

“Het was een emotioneel proces. Ook voor mensen in mijn omgeving. Zo ben ik met veel mensen in gesprek geweest over mijn moeder. Dat bracht veel teweeg. 
Het is een pittig proces op twee lagen. Ten eerste is het schrijven van een boek heel ingrijpend. Je gaat aan jezelf twijfelen. Kan ik dit wel? Daarnaast is er de emotionele laag. Het verhaal gaat over de pijnlijkste aspecten van mijn  leven. Ik had bijvoorbeeld veel innerlijke strijd over de dagboeken van mijn moeder. Zij heeft een aantal dagboeken nagelaten, waaruit ik in het boek geciteerd heb. Een dagboek is eigenlijk niet bedoeld voor andere ogen, dus daar heb ik wel mee gezeten. Ik heb mezelf veel afgevraagd of ik het kon verantwoorden. Ik heb het voorgelegd aan mijn zus, en aan vriendinnen van mijn moeder, om de keuze te kunnen maken. Dat was niet makkelijk. 
Ook tijdens het schrijven waren er periodes waarin ik echt somber werd van het proces. Ik kwam in een soort parallelle realiteit terecht. Dagenlang was ik aan het schrijven en zat ik helemaal in een andere, eigen wereld. Aan het einde van de dag kwam ik in de echte wereld, met levende mensen. Dat was een vreemde ervaring. Van het schrijven word je ook een soort bipolair. Het ene moment denk je: dit wordt echt zó goed! Maar een uur later zou je alles het liefste uit het raam flikkeren. Maar je moet door, of je het leuk vindt of niet.”

Heb je tijdens het schrijfproces ook mooie ervaringen opgedaan?

“Het was een heel intiem proces. Het bracht me dicht bij mijn vader en mijn moeder, maar ook bij mensen als mijn peetvader of buren van vroeger. Dat waren intieme ervaringen om over te schrijven. 
Ik was ook vaak dankbaar. Het is heel bijzonder om iets te maken over je eigen familie. Ik ben gezegend dat ik mag schrijven en me op deze manier creatief kan uiten.”

Zijn er dingen waar je tijdens het schrijven rekening mee moest houden?

“Ik heb geleerd dat ik de verhaallijn heel strak moest houden. Dat wist ik als journalist al, maar bij boeken is het nog urgenter. Je moet goed nadenken of een stuk in het boek past. Mijn redacteur heeft me daar veel bij geholpen. Het is een schrijfcliché, maar kill your darlings heb ik aan den lijve ondervonden. Er is veel tekst gesneuveld. Soms was dat pijnlijk. Dan moesten er pagina’s weg en dacht ik: ‘Daar gaat een week werk.’
Voordat ik met het schrijven begon, heb ik lang met mijn uitgever zitten schaven aan wat precies de boodschap van het boek is. Het helpt om dat strak te hebben voordat je begint. Daarom hebben we eerst aandacht besteed aan het thema van het boek: het vinden van heling in een getraumatiseerd gezin.”

Met zo’n thema kan een boek best zwaar zijn om te lezen. Hoe heb je dat aangepakt?

“Omdat het onderwerp in essentie vrij zwaar is, ligt het gevaar op de loer dat je een zwaarmoedig boek krijgt. Zo’n boek is niet leuk om te lezen, dus ik ben heel bewust bezig geweest met het beschrijven van pittige thematiek, maar ook met dat er genoeg ‘leuks’ in staat. Mijn vader en ik hebben veel strubbelingen gehad, maar hij is ook een fantastisch leuke vent. Ik heb veel warme jeugdherinneringen. Mijn pa is excentriek, een heel kleurrijk figuur. Zulke verhalen en anekdotes heb ik in het boek verwerkt. Wat ik terugkrijg van lezers, is dat het mensen raakt, maar dat er ook genoeg te lachen valt.”

Eerder zei je dat die strubbelingen in vader-zoonrelaties voor veel mensen herkenbaar zijn. Waarom denk je dat dit zo is?

“Ik kom er niet onderuit te generaliseren, maar veel mannen zijn niet goed in het bespreken van hun emoties. Zeker de generatie van mijn vader is daar minder goed in. Daardoor ontstaan er vader-zoonrelaties die oppervlakkig zijn. Je gaat met je vader een dagje vissen of naar een voetbalwedstrijd, maar het aangaan van een echte connectie is in veel gevallen moeilijk. Misschien is dat voor mannen nog moeilijker dan voor vrouwen. Tussen vaders en zonen is dat in elk geval een dynamiek die je veel terugziet. Ik hoop dat het boek kan bijdragen om mannen te laten zien dat het wél kan. Je kunt je vader uitnodigen tot een proces van toenadering en verzoening. 
Ik spreek vaak mannen die zitten met dingen die in hun jeugd zijn gebeurd, waar ze boos over zijn, maar waarvan ze geen idee hebben hoe ze dit met hun vader moeten bespreken. ‘Mijn vader is een aardige vent, maar zo gesloten als een bankkluis,’ zeggen ze dan. Een echte connectie is er vaak niet. Misschien klink ik nu als een soort priester, maar ik denk dat connectie erg ontbreekt in deze maatschappij, zeker onder mannen. We moeten kunnen zeggen: ‘Hé, pa. Ik hou van je, maar er zijn ook dingen gebeurd die ik niet cool vond.’ 
Een goed boek moet voor mij twee dingen hebben: een goed verhaal, en een soort boodschap. Ik hoop dat mijn boek leest als een mooi verhaal én dat er ook een boodschap in zit waarvan vaders en zonen kunnen leren dat een relatie kan helen, ook als die om een bepaalde reden ingewikkeld geworden is. In ons geval was dat de dood van mijn moeder. Ik ken veel mensen die een ouder verloren zijn. Maar het kan ook iets anders zijn. Ik ben bijna nooit een man tegengekomen van mijn leeftijd die zei: ‘De band met mijn vader? Nee joh, dat is helemaal koek en ei.’ Er is bijna altijd wel iets van spanning.”

Zou je iedereen aanraden om een maand met zijn vader (of moeder) op reis te gaan?

“Ja, eigenlijk wel! Die vraag krijg ik wel vaker. Misschien vindt niet iedereen het leuk om op reis te gaan, met of zonder vader. Maar het gaat erom dat je de tijd voor elkaar neemt, en daar is een reis een mooie vorm voor, omdat je dan lang met elkaar opgescheept zit buiten je comfortzone. Dat soort verdieping zou ik iedereen aanraden, omdat je, als het om familie gaat, vaak in oude patronen vast zit. Je gaat misschien één keer per maand bij je ouders eten, en dat is het dan. Als je uit je eigen leven stapt met je vader of moeder, en je brengt een langere tijd met elkaar door, dan kom je onvermijdelijk bij diepere lagen terecht. Dat zou ik absoluut iedereen gunnen en aanraden.”

Voor het eerst gepubliceerd in Bazarow Magazine