Vrijdag, 24 februari, 2017

Geschreven door: Kingsnorth, Paul
Artikel door: Dobbelaer, Roeland

Beest

Robison Crusoe op de hei

[Recensie] Beest, de nieuwe roman van de Engelsman Paul Kingsnorth, het vervolg op zijn succesvolle The Wake, is geen boek om in deze roerige tijden te lezen. Brexit, de nieuwe Amerikaanse president en de ophanden zijnde verkiezingen in Nederland en Frankrijk maken dat je elk moment twitter, facebook en diverse nieuwsmedia wil checken om maar geen nieuwe gebeurtenissen, maffe uitspraken van Trump, uitgelekte schandalen of wat dan ook te missen. Beest vereist daarentegen dat je het in alle rust en eenzaamheid kunt lezen. Het is een boek waar je helemaal in op moet kunnen gaan, op een vakantie in een onherbergzaam gebied, ergens hoog in de bergen, in Lapland of misschien wel op een donker, woest stuk heide in Engeland waar het boek zich afspeelt.

Al vijf seizoenen leeft Edward Buckmaster in een vervallen boerderij op de moor, mijlenver van andere boerderijen af. Hij heeft met blote handen de hoeve opgeknapt met alles wat hij maar kon vinden, de lekkages in het dak gedicht met lege kunstmestzakken, de schoorsteen gerepareerd. Vijf seizoenen heeft hij weten te overleven zo goed en zo kwaad als dat ging, met te weinig eten, te weinig middelen om het leven draaglijk te maken. Hij probeert als een moderne Robinson Crusoe te overleven op een zelfgekozen ‘eiland’ in het woeste heidegebied, in volstrekte eenzaamheid op zoek naar een nieuw leven zonder de hectiek van de stad. Niemand snapte dat hij wegging bij zijn vrouw en zijn dochtertje. “Ben je op zoek naar God of ben je op zoek naar jezelf?” vroeg zijn vrouw hem. Hij weet het zelf ook niet precies. “Uit het oosten ben ik gekomen, naar deze hoogte, teneinde te worden gebroken, verscheurd, verslagen, verpletterd. Ik ben gekomen om mezelf te meten met het grote niets”.

Beest is als een dagboek geschreven, we lezen Buckmasters overpeinzingen, zijn zielenroerselen. “Het is niet mijn schuld, ik heb domweg gevolgd. Ik wist dat het schade zou aanrichten.”

Het boek start als de zoveelste storm de boerderij teistert, “heviger dan anders”. Het plastic laat los, nieuwe lekkages ontstaan. Als een deel van het dak instort raakt Buckmaster zwaargewond. Vanaf dan is er geen redden meer aan. Buckmaster dreigt zijn gevecht met het grote niets te verliezen. Hij herstelt de maanden daarna maar blijft kreupel, en de gekte doet zijn entree. Buckmaster begint met zwerven over de heidenvlakten. Als hij opeens een groot zwart dier ziet wordt dat een grote obsessie, hij moet het beest vinden. Dag na dag strompelt hij de heide over, waar is het beest? Eten doet hij niet meer, hij leeft op water. Gaandeweg gaat het in de ik-vorm geschreven verslag over op onsamenhangende flarden van zinnen, zonder interpunctie, zonder hoofdletters.

Wandelmagazine

Deze wisseling in stijl om de waanzin van Buckmaster duidelijk te maken komt wat gekunsteld en voorspelbaar over. Filmisch zou het geraaskal nog geloofwaardig zijn, maar geen enkel mens lukt het om op schrift een op een verslag te doen van elke stap die hij zet, laat staan dat dat een waanzinnige zou lukken. En daarom irriteert deze oplossing.

Verleden en heden lopen vanaf dan door elkaar heen. Buckmaster herinnert zich gebeurtenissen van vroeger die overgaan op gebeurtenissen op de moor. Het gaat van kwaad tot erger. De rationele beheerste Robinson Crusoe van Daniel Defoe gaat over op de waanzinnige Robinson Crusoe van Michel Tournier uit Vrijdag of het andere eiland.

Als hij eindelijk door krijgt met wat voor beest hij te maken heeft treedt er mentaal herstel op en komen de hoofdletters en interpunctie weer terug. Hij lijkt er op dat Buckmaster zijn God gevonden heeft.

Waarom dit boek in deze roerige tijden? Ik kwam er al lezend niet achter. Om een boek met heel veel mooie zinnen en natuurbeschrijvingen te maken? Kingsnorth staat daar om bekend, uitstekend, dat is dan gelukt. Maar er lijken meer voor de hand liggende thema’s voor een roman in dit tijdvlak dan nog eens te willen beschrijven dat eenzaamheid en waanzin elkaars tweelingbroertjes zijn.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles