Vrijdag, 29 december, 2006

Geschreven door: Snijders, A.L
Artikel door: Lendering, Jona

Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk

Ondanks redactionele missers prachtige bundel

Open de krant en je leest over Tommy Wieringa.

Zet de tv aan en je ziet Tommy Wieringa.

Neem het boek van A.L. Snijders en de flaptekst is geschreven door Tommy Wieringa.

Hij meldt dat Snijders (pseudoniem van Peter Müller, 1937) zeer korte verhalen schrijft die hij een paar keer week per e-mail verzendt naar een geprivilegieerd aantal mensen, waar Tommy Wieringa blijkbaar ook bij hoort. Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk presenteert zich niet uitnodigend aan wie de krant wel eens leest en dus lijdt aan Wieringamoeheid.

Bazarow

Het wordt er niet beter op doordat de inhoud wordt aangeduid als verzameling ZKV’s: zeer korte verhalen. Het verschil met columns is, zo leid ik af uit een op bladzijde 403 opgenomen voetnoot, dat een ZKV niet eerder gepubliceerd mag zijn. Een raar criterium. Alsof De Tijgerkat geen roman zou zijn geweest voordat de erven Lampedusa besloten het manuscript naar de uitgeverij te brengen. Los daarvan: schrijvers moeten geen uitspraken doen over het genre waartoe hun tekst gerekend moet worden. Daarmee beroven ze de lezer van een deel van het interpretatieplezier.

Ook de slordige uitgave doet afbreuk aan dit boek. Snijders haalt regelmatig andere literaire werken aan – hij heeft een gelukkige hand in het kiezen van citaten – maar van buitenlandse literatuur wordt niet aangegeven welke vertalingen zijn gebruikt. Hans Warren en Mario Molengraaf, die de poëzie van Kavafis in het Nederlands omzetten, blijven onvermeld, en wat erger is: de weergave van het gedicht ‘“Het overige zal ik hun beneden in de Hades vertellen”’ is niet correct. Ook zijn er zetfouten. Zo wordt verwezen naar het bijbelvers ‘Prediker 4-6’ (ofwel drie hoofdstukken) en is sprake van de ‘de jaren ‘60’ (in plaats van ’60). Van een uitgeverij van bibliofiele boeken had ik beter verwacht.

Al met al bewijst de uitgever Snijders geen dienst. En dat is jammer, want de columns zijn prachtig geschreven. Sommige gaan over kunst en kunstenaars, andere over overspel, weer andere over taal. Er zitten anekdotes tussen en vertellingen die zich over meer dan één column uitstrekken. Schrijvers als Tacitus, Jules Renard, Nescio, de beide Reves en John Cheever maken hun opwachting, terwijl een korte reeks columns bestaat uit citaten van James Salter. Ook Spanje en de genoegens van het zeilen komen aan bod, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat Snijders eigenlijk geen onderwerp nodig heeft om iets aardigs te vertellen.

Dat Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk blijft boeien, heeft dan ook minder te maken met de onderwerpkeuze dan met de briljante zinnen. De taal is niet rijk genoeg voor de liefde. Een aartsconservatief vergist zich nooit en als het één op de duizend keer toch gebeurt kan hij het zichzelf vergeven omdat hij al die andere keren goed zat. In de buitenwijken van Almere of Lemmer hebben de straten rare namen en is de hypotheekrente nieuws.

Iedere lezer zal zijn favoriete column hebben. De mijne is ‘Selectieve ergernis’, waarin Snijders meldt dat hij zich in het algemeen niet druk kan maken over taalverloedering, maar zich er wel aan stoort als de directeur van een uitgeverij zich bezondigt aan een incorrect archaïsme. Die ergernis herken ik en ik voelde bij het lezen hoe een grijns mijn wangen bestormde.

Tot slot: het verdient aanbeveling de bundel van voor naar achter te lezen, want de verhalen staan niet helemaal op zichzelf. Zo is er een verhaal waarin de woorden ‘anonieme passage’ een rol spelen, en die uitdrukking wordt later bekend verondersteld. Wie de columns, zoals bij een verhalenbundel mogelijk moet zijn, in een willekeurige volgorde leest, kan een enkele keer iets missen. Hoewel er ook dan genoeg te genieten overblijft in Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *