Donderdag, 11 februari, 2021

Geschreven door: Smithuis, Renée
Artikel door: Stoel, Jan

Bergense School 1914-1925

Het Nederlandse expressionisme begon in Bergen

[Recensie] De Bergense School is de eerste expressionistische kunststroming in Nederland. Ze is genoemd naar de woonplaats van de kunstenaars die er zich vanaf 1910 min of meer toevallig vestigden. Zij ontwikkelden een gezamenlijke stijl, zochten vernieuwing. Men is dit later het Nederlandse expressionisme gaan noemen. Van de groep maakten kunstenaars als Piet van Wijngaerdt, Leo Gestel, Charley Toorop, Piet en Matthieu Wiegman, Dirk Filarski, Else Berg maar ook buitenlanders als Gustave De Smet en Frits Van den Berghe en een beeldhouwer John RĂ€decker deel uit. Een groep van zestien schilders vormde van 1914-1920 de kern van de Bergense School. De werken van deze school kenmerken zich door figuratie met kubistische invloeden en forse penseelstreken en grote contrasten. De tinten lijken op het eerste gezicht donker, maar als je goed kijkt zit er veel contrast in.

In 2015 schonk Renée Smithuis, die toen veertig jaar lang kunstwerken van de Bergense School verzameld had, haar forse collectie aan het Museum Singer in Laren. Tussen 19 september en 29 november 2015 was dat werk te zien op een grote tentoonstelling. Rondom die schenking was destijds wel het nodige te doen. Smithuis, een autoriteit op het gebied van de Bergense School, wilde haar collectie niet aan Museum Kranenburgh in Bergen schenken. Dat museum was ooit opgericht om vooral de Bergense School te laten zien, maar was volgens Smithuis een andere weg ingeslagen. Het Stedelijk Museum in Alkmaar bezit overigens ook een prachtige collectie Bergense School. Museum Singer wil Nederlandse kunststromingen in beeld brengen en als je dan een totaaloverzicht van de Bergense School in de schoot geworpen krijgt is dat een geweldige impuls voor een museumcollectie.

Over de historie van de Bergense School (1914-1925) schreef Smithuis in 2015 voor het Museum Singer de tentoonstellingscatalogus. In 2021 verscheen hiervan de derde druk. Smithuis beschrijft in vier hoofdstukken de opkomst (1910-1914), de hoogtijdagen (1914-1920), de doorwerking (1920-1925) en de invloed van De Bergense School (1925-1940). In de periode 1910-1914 ontwikkelde zich in Bergen een artistiek klimaat met dichters, beeldend kunstenaars en acteurs als Willem Royaards en Albert van Dalsum die ervoor zorgden dat er altijd wat te doen was. De aantrekkingskracht van het dorp zorgde ervoor dat er steeds meer schilders naar Bergen kwamen: het lag vlakbij Amsterdam, was goed bereikbaar, de sfeer was er een van openheid voor het nieuwe en ’s zomers was het er goed toeven. Piet van Wijngaerdt en de Franse schilder Henri Le Fauconnier (die tot de belangrijkste Franse kubisten behoorde) waren de aanjagers voor de Bergense School. Zij zorgen voor het theoretisch fundament en artistieke inspiratie.

Smithuis vertelt in dit boek over haar passie, analyseert en beschrijft de ontwikkeling van de Bergense School en de individuele kunstenaars. Ze spreekt niet van een kunstenaarskolonie, maar van een schilderschool, die ruim tien jaar bestaan heeft. “Ze wilden ‘echte’ kunst maken vanuit een diep innerlijk gevoel.” Het levert een prachtig boek op met bronvermelding, rijk geĂŻllustreerd en mooi vormgegeven. De illustraties hebben duidelijk meerwaarde, laten bijvoorbeeld invloeden van de kubisten, maar ook van CĂ©zanne zien Ă©n tonen hoe de Bergense kunstenaars elkaar beĂŻnvloedden. Ze weet haar verhalen te doorspekken met anekdotes, maar zet het spotlight ook op kunstenaars die niet zo bekend zijn. Zo is er die leerlinge van Matthieu Wiegman, die in het dagelijks leven het hulpje was van Charley Toorop. Toorop steunde haar aspiraties en Matthieu geloofde in haar talent: Beli Bok.

Geschiedenis Magazine

In 1907 had het kubisme zich aangediend in Frankrijk en in Nederland waren de kunstenaars nog niet zo op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen in het buitenland. Daar kwam verandering in toen De Moderne Kunstkring in Amsterdam werd opgericht met in het bestuur Jan Toorop, Jan Sluijters, Piet Mondriaan en Conrad Kikkert. De kunstenaars uit Bergen exposeerden vooral in Amsterdam en zo ook bij De Moderne Kunstkring. Le Fouconnier exposeerde er ook en schreef in de expositiecatalogus: “Wij moeten openstaan voor de mogelijkheden die de nieuwe tijd biedt, de wereld is veranderd”. Zijn manier van schilderen waarin het landschap vereenvoudigd werd tot geometrische vormen en het gebruik van sombere kleuren werkte inspirerend. Leo Gestel was ook zo’n spil het netwerk. Gestel was adviseur van Piet Boendermaker, een verzamelaar van werk van Bergense kunstenaars, en bracht hem in contact met jonge Bergense schilders. “De schilders waren geen broodschilders, maar konden zich maximaal ontplooien, omdat Piet hun werk kocht,” schrijft Smithuis. Filarski en Matthieu Wiegman kregen zelfs een maandgeld van tweehonderd gulden van hem, in ruil voor schilderijen.

Smithuis geeft mooi aan hoe kunstenaars elkaar beĂŻnvloedden (zo werd het palet van Wim Schuhmacher vanaf het moment dat hij in Schoorldam woonde in 1916 aantoonbaar donkerder, worden zijn vlakken groter en verdwijnen de details), beschrijft het plezier en de vrijheid van werken, hoe de netwerken van kunstenaars zich ontwikkelden, het saamhorigheidsgevoel.

De oorlogsjaren (1914-1918) vormden het hoogtepunt voor het expressionisme van de Bergense School. Toen de Eerste Wereldoorlog voorbij was ontstond een nieuwe dynamiek. Zo kon men weer naar het buitenland en doet men nieuwe indrukken op. Zo ontwikkelde Charley Toorop een eigen stijl: het zogenaamde sociaal-realisme. Nog vele jaren blijft enig kubisme zichtbaar in haar werk en zijn haar kleuren verre van licht te noemen. De kunstenaars ontwikkelen zich verder, geheel conform de leer van Le Fauconnier: een schilder moet een creatieve geest tonen, schilderen vanuit zijn gevoel en vooral openstaan voor het nieuwe.

Dat alles maakt het boek tot een heerlijk avontuur. Je voelt je als het ware in het sprankelende Bergen van honderd jaar geleden. Wat zou het mooi zijn om een van de cultuuravonden in ‘De Rustende Jager’ van toen in Bergen bij te wonen!

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles