Zaterdag, 19 september, 2020

Geschreven door: Schmitz, Jowi
Groenink, Chuck
Artikel door: Friso, Jaap

Beste broers

Familie kun je niet inruilen

[Recensie] “Er waren eens twee broertjes die naar een boerderij verhuisden. Ze hadden een rare familie, met allemaal eigenzinnige types”. Raf en zijn broertje Robbie krijgen een verhaal op maat als ze oma erom vragen. Oma heeft gelijk over dat eigenzinnige. Haar eigen man is zwijgzaam en koppig, en bezig met een merkwaardig project in het bos. Hij bouwt een toren waarin hij ’s nachts op de komeet wacht. Niemand begrijpt helemaal wat de bedoeling is. Maar de jongens helpen graag mee. Het leidt ze af van de ruzies tussen hun ouders. Moeder is met een nieuwe baan in het ziekenhuis begonnen, vandaar de verhuizing, en vader is op zoek naar zichzelf nadat hij voor de zoveelste keer ontslagen is.

Robbie is nog te jong om zich er heel druk over te maken maar Raf is 9 en wordt er verdrietig van. “Grote mensen doen maar wat, soms weet ik dat zeker”. De broertjes ontdekken een nest jonge vosjes en struinen door het bos, waar ze als stadsjongens aan moeten wennen. Jowi Schmitz (van onder andere Weg) beschrijft dat in fraaie zinnen over een kreunend bos dat met zijn naaldbomen-armen wuift: “Kom maar binnen jongetjes, ik heb wel trek in een sappig kindje.” Raf vraagt zich af of hij zich meer op zijn gemak zou voelen als ze hier vandaan zou komen.

Hij vermant zich en doet een beroep op zijn eigen dapperheid, een van de thema’s in het boek. Dapperheid is het bewijs dat je groot bent, denkt Raf als hij in de nacht zijn opa moet redden. Het gaat over het aanvaarden van de omstandigheden (“dan is het maar donker”) en zelf keuzes maken. “De macht over je leven”, dat heeft hij opgepikt in een gesprek tussen zijn moeder en oma over een ruzie uit het verleden.

Het boek zit vol met dat soort wijsheden en overdenkingen, tussen de regels door, en soms wat te nadrukkelijk. Het zijn vooral de kleine zinnetjes die de verbinding tussen de personages voelbaar maken. Als oma nog zwaar op hem leunt: “Ik doe alsof ik er niks van merk.” Of: “Zo lang is opa, dat er een heel jongetje tegen zijn been past”.

Archeologie Magazine

Beste broers is vooral een liefdevol verhaal over familie die je nou eenmaal hebt en niet kunt inruilen.  De onuitgesproken genegenheid van de bokkige opa voor zijn vrouw. De moeite die de ouders ondanks alles voor elkaar doen.  En natuurlijk de broers. Robbie constateert dat ze eerst gewoon broers waren omdat dat nou eenmaal zo was. Maar na hun avonturen zijn ze beste broers.

Of zoals oma het aan haar eind van haar verhaaltje over de broers zegt: “Ik heb vertrouwen in die jongetjes, ze zijn dapper en slim, ze hebben elkaar.”

Eerder verschenen op Jaapleest