Maandag, 14 juli, 2014

Geschreven door: Helinski, Roman
Artikel door: Putten, Suzanne van

Bloemkool uit Tsjernobyl

Vaders en zonen

‘Een vadergeschiedenis’, zo wordt Bloemkool uit Tsjernobyl genoemd op de achterflap. Opvallend is de omissie van het woord ‘zoon’ in deze typering. Roman Helinski’s debuutroman is immers geschreven vanuit het oogpunt van een zoon, Victor, die in het boek – toegegeven – vooral de vader beschrijft. Als lezer leren we dan ook vooral Victors vader Roman kennen, Victor zelf zien we bijna uitsluitend beschreven in relatie tot zijn vader. Dat laat in ieder geval zien dat Roman in Victors jeugd een belangrijke rol speelt. Tegelijk problematiseert het boek de mogelijkheid om een vader te portretteren zonder ook de zoon te laten zien.

[Zie ook de voorpublicatie op Athenaeum.nl]

In Bloemkool uit Tsjernobyl komen een Poolse familie, een ietwat egoĂŻstische vader en een opgroeiende zoon samen in een interessant verhaal. Victors familie is uit Polen naar Nederland geĂ«migreerd. Het gezin heeft een plek in de gemeenschap van het dorp: Victor doet mee aan de voetbalclub, Roman stelt zich kandidaat als burgemeester. Dat laatste is overigens geen succes; hij krijgt slechts 11 stemmen van zijn mede-inwoners. Roman lijkt er niet mee te zitten dat hij in het Limburgse dorpje soms als buitenlander wat argwanend bekeken wordt en ‘de gekke Pool’ wordt genoemd. Roman is veel op reis en komt terug met bijzondere souvenirs (zoals een bloemkool uit Tjsernobyl). Als hij thuis is, vertelt hij Victor avontuurlijke verhalen. Elk hoofdstuk geeft een klein portret van de manier waarop Roman (aan- of afwezig) een rol heeft in Victors leven.

Grenzen

Victor typeert Romans levenshouding als ‘regelmaat vermoordt de tijd’ en ‘hij leefde niet naar wie hij was en wat hij kon, maar naar wie hij zou kunnen zijn en wat hij dacht te bereiken’. Doordat deze levenshouding wordt beschreven vanuit het perspectief van de soms teleurgestelde zoon – wanneer de vader niet op tijd bij Victors operatie is, wanneer hij een belangrijke voetbalwedstrijd mist – komt met name de schaduwzijde van Romans levenshouding aan bod. Tegelijk vindt Roman de familieband wel belangrijk en zorgt hij goed voor zijn oude moeder. Ook over zijn eigen vader kan Roman met veel trots spreken. Zijn personage is daarmee veelzijdig en niet alleen maar egoïstisch te noemen.

Foodlog

Roman komt tot de lezer als een personage dat slecht tegen grenzen kan. Symbolisch daarvoor zijn de vele vliegreizen die hij maakt. Wanneer zijn werkgever bezuinigt en hij niet meer zoveel mag reizen, zegt Roman het volgende. ‘Mijn vrijheid is weg. (
) Ik ben een avonturier zonder avontuur.’ De wellicht ietwat vergaande vergelijking tussen de ringetjes die een document samenbinden en ‘de zoveelste poging van mijn vader om houvast te krijgen op het leven’ laat wel goed zien dat ook Roman behoefte heeft aan een kader.

Sympathie

Wat Roman in Nederland heeft gehouden blijkt halverwege het boek, wanneer hij tegen Viktor zegt:

“Ik nam me voor zo goed mogelijk voor je te zorgen. En die belofte heb ik gehouden (
). Soms ging ik er bijna aan onderdoor, maar ik bleef vechten. Ik maakte een afspraak met mezelf, namelijk dat ik voor je zou zorgen totdat je op eigen benen kon staan. (
) Maar ik moest weg, altijd al, en nu kan het. Snap je dat?”

Het is knap hoe Helinski de lezer zo weer weet mee te nemen in de sympathie voor de vader, hoe hij de gebeurtenissen opeens een andere draai kan geven: Victor mag zijn vader diens afwezigheid bij belangrijke momenten niet kwalijk nemen. Eerder is het Victors schuld dat zijn vader niet het vrije leven kan leiden dat hij zonder zijn zoon wel had gekund. Roman zegt dit in volle overtuiging en dat maakt het lastig om hem als een manipulerende man te zien. Temeer omdat hij op sommige momenten een erg lieve vader is, bijvoorbeeld wanneer Victor eigenlijk niet meer wil voetballen en dat niet durft te vertellen.

“Je trilt helemaal, maar het is niet erg. Je moet doen waar je gelukkig van wordt. Gelukkig worden is het enige wat je van me moet.”

Vertelperspectief

Ook al ligt het vertelsperspectief bij Victor, Roman is de grootste verhalenverteller in het boek. Middels sterke verhalen en kleine vertellingen komen zowel Roman zelf als diens eigen vader, Dzia Dzio, tot de lezer. De verhalen creëren een band tussen de lezer en de personages: net als het samen meemaken van gebeurtenissen, geeft ook het lezen van iemands gebeurtenissen een gevoel van kennismaken. Als lezer leer je de personages kennen en begrijpen.

Vader en zoon leren elkaar zo steeds beter kennen. Een ander proces speelt hierbij echter ook een belangrijke rol. Zonder dat Roman het doorheeft, weet Victor soms niet wat hij met de verhalen van zijn vader aan moet. Doordat het vertelperspectief bij Victor ligt, krijgt de lezer dit vervreemde gevoel van de zoon wel mee. Hierdoor ontstaat er een intimiteit tussen Victor en de lezer die er soms niet tussen Victor en zijn vader bestaat. Uit het openingshoofdstuk blijkt bijvoorbeeld al dat Victor doorheeft dat het verhaal dat zijn vader hem vertelt niet kĂĄn kloppen; de bloemkool die volgens Roman uit Tsjernobyl komt, kan hij daar niet hebben meegenomen omdat hij er tijdens zijn reis niet in de buurt was. Doordat hij dit aan geen van de andere personages kenbaar maakt, is de toon van het verhaal gezet: Victor schrijft zijn eigen verhaal over de verhalen van zijn vader heen.

Kortom, in Bloemkool uit Tsjernobyl volgen we een zoon die zijn vader leert begrijpen. Wij leren over zijn verdiensten, maar ook zeker over zijn zwakke punten. Tegelijkertijd leren we als lezer ook de zoon beter kennen, die de anekdotes van zijn vader niet blindelings volgt, maar zijn eigen verhaal schrijft. De vadergeschiedenis is zo ook een vertelling van een zoon. Dit geeft het boek een interessante laag die het boek zeker lezenswaardig maakt.