Woensdag, 12 januari, 2022

Geschreven door: Zeeuw, Henk de
Recensie door: Veen, Evert van der

Boeren tussen riet, turf en adel

Strijd om bestaan

[Recensie] Dit boek met de landelijke titel Boeren tussen riet, turf en adel beschrijft de geschiedenis van boeren in het land van Vollenhove gedurende duizend jaar. Vollenhove ligt in wat genoemd wordt de Kop van Overijssel en het gebied dat land van Vollenhove wordt genoemd ligt tussen Vollenhove, Zwartsluis, Sint Jansklooster en Blokzijl.

Henk de Zeeuw, landbouwsocioloog, beschrijft hoe hier vanaf 900 landbouw plaats vond en vanaf de 10e eeuw landbouwgrond in cultuur werd gebracht. In Vollenhove vonden jaarlijks viermarkten plaats en hier konden boeren uit de omgeving hun producten verkopen.

Het leven op het platteland was door de eeuwen heen niet zonder zorgen want het water vormde altijd een stevige bedreiging van het leven. Vanaf de 13e eeuw werden wel dijken gebouwd maar door de stijgende zeespiegel en het dalende land bleef het een permanente strijd. Door de toenemende turfwinning daalde het land echter steeds meer en dit proces is nog niet tot staan gekomen.

Daar tegenover spelen dijkbeheer, overstromingen en sluizen een belangrijke rol in dit boek. Dat kan niet voorkomen dat het vervenersdorp Beulake in 1825 definitief door het water wordt verzwolgen. Het dorp had al vanaf het einde van de 17e eeuw te lijden onder afslag door stormen en werd sindsdien steeds kleiner.

TijdvoorTijdschriften

Boeren tussen riet, turf en adel beschrijft met name de lokale geschiedenis maar waar nodig is er ook aandacht voor de nationale geschiedenis zoals de 80-jarige oorlog en de plundertochten van de Geldersen die een negatieve invloed op de lokale bevolking hebben.

Het leven was niet gemakkelijk: paalworm belaagt de houten kustverdediging, veel koeien sterven aan runderpest. Al lezend kom je onder de indruk van de strijd die boeren hebben moeten leveren om het hoofd – vaak letterlijk – boven water te houden. Toen de vervening eind 18e eeuw ten einde liep, nam de armoede – die toch al vaak aanwezig was – nog verder toe.

Interessant is het hoofdstuk over lokale gebruiken in de 18e en 19e eeuw. Vanaf het midden van de 19e eeuw is er een opwaartse lijn in de landbouw. De bedrijfsvoering wordt beter, het vee wordt verzekerd tegen ziekte. Eind 19e eeuw storten de graanprijzen echter in door de import van goedkoop uit het buitenland.

Dan komt de overheid – eindelijk – te hulp met onderwijs en voorlichting. Ook is er een eerste begin van mechanisatie in de landbouw en doen melkfabrieken hun intrede. Kwaliteit en kwantiteit van melk worden nu gecontroleerd. Boeren krijgen hun eigen Boerenleenbank en organiseren zich in vakbonden.

Na de oorlog neemt de modernisering verder toe en na de schaalvergroting als gevolg van ruilverkaveling ontstaat er ook een toenemend spanningsveld met de natuur. Nadat Weerribben en Wieden eerst als nationale parken worden aangemerkt en deze later Natura 2000 gebied worden, krijgt de natuur weer de aandacht die zij verdient en ook nodig heeft.

Dit boek vertelt een boeiend verhaal van lokale geschiedenis zoals die zich in een deel van ons land afspeelde. Ik denk dat het verhaal in een aantal opzichten exemplarisch is voor andere delen van ons land. De strijd tegen water moe(s)t in vele delen van ons land worden gevoerd en armoede kwam op de zandgronden van Veluwe en Drenthe tot in het begin van de 20e eeuw voor.

Prachtig dat op deze manier het leven van boeren door de eeuwen heen wordt verteld. Het zou mooi zijn wanneer een vergelijkbaar boek het leven van boeren in Friesland zou weergeven.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles