Dinsdag, 21 september, 2021

Geschreven door: Bowen, Dean
Recensie door: Waanders, Liliane

Bokman

‘Waarom zou je nog met verschillende canons werken?’

[Column] In zijn bundel Bokman noemt dichter Dean Bowen geen namen. Zijn gedicht .canon bestaat uit maar Ă©Ă©n zin: “Ik herhaal hun namen, zodat ze niet uit monden gewassen worden.” Die zin staat halverwege de pagina en de rest van die bladzijde is leeg. Maar voor de goede verstaander is duidelijk welke namen daar hadden kunnen staan.
En voor wie zijn hint niet begreep: toen Dean Bowen met Bokman genomineerd werd voor de C. Buddingh’-prijs reserveerde hij de tijd die hij kreeg om iets te zeggen voor het noemen van die namen. Twee minuten en achttien seconden noemde hij namen van niet-witte schrijvers die een plaats in de Nederlandse literatuurgeschiedenis verdienen, maar nooit genoemd worden als het over canonisering gaat.

Misschien zat Dean Bowen wel instemmend zat te knikken toen Alfred Birney tijdens Zomergasten een pleidooi hield voor een andere ordening van de Nederlandse literatuur:

“Je moet niet spreken over de Nederlandse literatuur, de Indische literatuur, de Surinaamse literatuur en de Antilliaanse literatuur. Nee, je moet het hebben over de Nederlandstalige literatuur. OkĂ©. De Nederlandstalige literatuur, en daar valt dan alles onder, en dat dan allemaal in een boek of een serie boekwerken. Dan krijg je dat multiculturele landschap binnen de Nederlandstalige letteren. Dat is toch veel mooier. En dat doet toch veel meer recht aan ons huidige, pluriforme, hoe noem je dat, multiculturele Nederland. Er zijn veel mensen die dat maar niets vinden, maar het is wel multicultureel geworden dat Nederland. Dus waarom zou je nog met verschillende canons werken?”

EĂ©n taal, Ă©Ă©n literatuur. En dan via die ene literatuur begrip kweken en barriĂšres doorbreken? De literatuur als grote verzoener.

Hereditas Nexus

Zo eenvoudig als Alfred Birney het doet voorkomen, is het samenvoegen van de Nederlandstalige literatuur en die vervolgens terugbrengen tot Ă©Ă©n canon niet, want: 
– hoe inclusief, pluriform, multicultureel, belezen en onbevooroordeeld moet de commissie wel niet zijn die met deze opdracht belast wordt?; 
– wat doen ‘we’ met de Vlaamse literatuur en het werk van al die schrijvers met een niet-koloniale, maar een ‘gewone’ migrantenachtergrond?

Maar stel dat het lukt. Stel dat het lukt om overeenstemming te bereiken over nut en noodzaak van een andere kijk op de literatuur geschreven in Nederland en de (voormalige) overzeese gebiedsdelen, en het ook nog mogelijk is om een onomstreden lijst van Nederlandstalige meesterwerken samen te stellen. Dan nog zijn we er niet. 
Dan moet namelijk nog blijken dat die canon doet wat zij moet doen, want de canon van de Nederlandstalige literatuur is natuurlijk geen doel op zich. Als de schrijvers/boeken op die lijst niet gelezen worden en lezers niet tot nadenken aanzetten, heeft het samenstellen van een multiculturele canon geen zin.

De canon van de Nederlandstalige literatuur is een middel om de segregatie/separatie – van verzuiling is al enige tijd geen sprake meer – van literatuur en samenleving te lijf te gaan door lezers te verleiden over de grens van hun culturele comfortzone heen te lezen. 
Kennis maken met het werk van Hans Faverey, Johan Herrenberg, Julien Ignacio, Frank Martinus Arion, Radna Fabias, Simone Atangana Bekono, Miguel Santos, Neske Beks, Onias Landsveld, Anton de Kom, Michael Tedja, al die andere niet-witte schrijvers en dichters die Dean Bowen in die twee minuten en achttien seconden noemde, en schrijvers die dankzij een inclusieve canon in hun voetsporen kunnen treden, kan lezers helpen hun horizon te verbreden.

Nog even los van het feit dat de Nederlandstalige literatuur er niet meteen wereldliteratuur door wordt, moeten we geen wonderen verwachten van het vangen van Neerlands multiculturele literaire landschap in Ă©Ă©n canon . Het zal de lezers die de uitnodiging aannemen waarschijnlijk helemaal niet meevallen om meteen ten volle te ervaren wat er geschreven staat, en of ze begrijpen waarom dat geschreven moest worden, is ook nog een vraag. Maar misschien dat dankzij het af en toe eens lezen van een ander boek het beeld van de Nederlandse literatuur langzaam maar zeker kantelt. En daarmee ook het beeld van de maatschappij waarin we leven.

Eerder verschenen in Bazarow Magazine en op Hanta