Vrijdag, 15 mei, 2020

Geschreven door: Flaubert, Gustave
Artikel door: Reinewald, Chris

Bouvard et PĂ©cuchet

Domheid kent geen tijd

[Recensie] Door opleidingen ‘creative writing’ verschijnen er nu technisch perfecte maar ook bloedeloze boeken. Spannender zijn boeken waar een draadje aan los is. Natuurlijk is Gustave Flaubert een fabuleus auteur, maar aan zijn laatste (conceptuele) roman Bouvard et PĂ©cuchet (1872-74) vertilde hij zich nogal.

Het boek gaat over twee mannen die zich dankzij een erfenis aan een droomproject wijden. Ze willen alle geleerdheid van de wereld samenballen in definitieve deelstudies. Ongehinderd door kennis van zaken gaan ze diverse takken van wetenschap en ook cultuur te lijf: anatomie, archeologie, land- en tuinbouw, kunst, geologie, geneeskunde, geschiedenis. Ondanks hun aanvankelijke geestdrift lopen ze telkens hopeloos vast en beginnen dan maar weer aan een nieuw vakgebied.

Hetzelfde overkwam Flaubert zelf met dit boek. Zijn idee was om alle dommigheden van zijn tijd in een raamvertelling op te tekenen. Hij deed dat met satanisch genoegen wat het boek ook nu nog zo grappig maakt. Uiteindelijk keerde het boek zich tegen hem als auteur. Het bleef achter als onvoltooid manuscript. 

Met 20ste en 21ste eeuwse blik zie je dat Bouvard et Pécuchet vooruitloopt op wat bijvoorbeeld Roland Barthes in zijn Mythologies (1957) deed: alledaagse aannames en clichés als populaire cultuur serieus interpreteren. Deze Nederlandse uitgave gaat vergezeld van vergelijkbare knipsels en citaten die Flaubert midden 19de eeuw verzamelde. Als bonus volgt zijn woordenboek(je) van conventionele ideeën: dat spinazie de maag schuurt bijvoorbeeld.

Boekenkrant

Een mooie nu zou zijn dat een hart altijd onder de riem gestoken dient te worden. Nietszeggend geraakte uitspraken, alleen geschikt om praatjes-voor-de-vaak te stofferen. 

Bouvard en PĂ©cuchet pretenderen ‘s werelds wijsheid in pacht te hebben. Maar inhoudelijk vallen hun studies door gebrek aan visie en selectie als los zand uiteen. (En zulke boeken-van-zand schreef Jorge-Luis Borges weer in 1977).

Prachtig is de dialoog over hoe Bouvard en PĂ©cuchet zich verstrikken in de vraag waardoor zich het sublieme in de kunst zich onderscheidt. Zij stellen: door het zuivere inzicht! Mooi. Maar dat komt ook weer ergens vandaan. Van de goede smaak. Duidelijk. En smaak dan? Die wordt gedefinieerd als een bijzonder onderscheidingsvermogen, een snel beoordelingsvermogen en de gave bepaalde verbanden te beheersen. Kortom, smaak is smaak en dat op zich zegt allemaal niets over hĂłe je die kunt verwerven.[
] Maar hoe volmaakt en smaakvol een werk ook is het zal nooit smetteloos zijn. Er bestaat ook nog zoiets als onvergankelijke schoonheid, waarvan wij de wetten niet kennen, want het ontstaan ervan is een mysterie.”

Dit gezegd hebbende
 het regelmatig (her)lezen van Bouvard et PĂ©cuchet waarschuwt je voor hoogmoed en de vaststelling dat je zelf met een uitzichtloos “definitief allesomvattend” project bezig blijkt te zijn.

Eerder verschenen op Allerogen