Donderdag, 17 juni, 2021

Geschreven door: Hendrikman, Lars
Tamis, Dorien
Babin, Sarah
Artikel door: Stoel, Jan

Brueghel en zijn tijdgenoten

Was Pieter Brueghel een verzetsstrijder?

[Recensie] Herinnert u zich nog de uitspraak van demissionair Minister Hugo de Jonge dat Nederland wel ‘een dag zonder’ theaters en musea kan? Daarmee gaf hij impliciet aan dat kunst en cultuur niet zo belangrijk was. Tijdens de corona-crisis was er onzekerheid alom. Alles werd anders, zekerheden verdwenen, het mentaal welbevinden kreeg een knauw, perspectieven ontbraken. Kunstenaars en mensen die hun creatieve vermogens aanspreken bleken eens te meer in staat te zijn de negatieve spiraal te doorbreken. Ze boden inspiratie, zorgden voor verbinding, gaven ruimte aan verbeeldingskracht. In de hele geschiedenis zien we dat kunst en cultuur door crises worden versterkt. Er moet namelijk op een nieuwe manier omgegaan worden met het onbekende, je moet open staan voor het nieuwe. Hier moest ik aan denken toen ik in het prachtige boek Brueghel en tijdgenoten met als ondertitel Kunst als verborgen verzet? een prachtige corona-meme zag. Daarin staan twee politieagenten bij het Laatste Avondmaal, geschilderd door Leonardo Da Vinci, en tegen Jezus zeggen ‘het kan me niet schelen wie je vader is maar deze samenscholing is illegaal’. “De kleinzieligheid van de regeltjes tegenover een wezenlijk hogere werkelijkheid” schrijven Lars Hendrikman en Dorien Tamis in hun essay Het kruis en de kritiek. Zij gaan in op de gelaagde beeldtraditie in de zestiende eeuw. Kunsthistorica Sarah Babin zoemt verder op het onderwerp in door De kruisdraging van Pieter Brueghel nader te bespreken, te duiden en de stilistische verschillen en de variatie in beeldmotieven te vergelijken met andere versies (meer dan twintig) van het schilderij. Het zijn twee schitterende, toegankelijk geschreven essays geworden die de verbeelding prikkelen en de gelaagdheid van de kunstwerken duidelijk maken. Frank de Wit heeft er door zijn overzichtelijke en rustige vormgeving voor gezorgd dat woord en beeld een eenheid vormen.

De auteurs nemen ons mee naar de woelige zestiende eeuw en laten ons door de ogen van Brueghel en zijn tijdgenoten zien hoe kunstenaars de ontwikkelingen in hun samenleving in beeld brachten. En dan blijkt dat die periode enigszins vergelijkbaar is met de onze. De zestiende eeuw valt midden in de Kleine IJstijd (denk aan de vele winterlandschappen die geschilderd werden). 1566 staat in ons geheugen gegrift als de Beeldenstorm, de confrontatie tussen de hervorming en de katholieke kerk. De hertog van Alva die met zijn Bloedraad het katholieke geloof verdedigde en afvalligen ter dood bracht. Het gevolg was dat vanuit de zuidelijke Nederlanden vluchtelingen naar het noorden gingen op zoek naar rust en een nieuw bestaan. Je zou het kunnen vergelijken met onze tijd: de aandacht voor klimaatverandering en de maatschappelijke veranderingen als ‘Black lives matter’ de spanning tussen de westerse en de ‘islam’-wereld, de vluchtelingenproblematiek. Hoe kies je dan positie? Hendrikman en Tamis nemen als uitgangspunt voor hun verhaal De kruisdraging van Pieter Brueghel II (de Jonge) (1564 of 1565-1638). Dit schilderij lijkt een puur religieus onderwerp te hebben. Het dragen van het kruis staat symbool voor het lijden dat mensen in het leven moeten dragen voorafgaand aan de Verlossing. Ieder moet zijn kruis dragen. Maar nergens wordt stilgestaan bij de misstanden in de kerk. Brueghel zou zijn kritiek daarop subtiel verpakt hebben. De meeste figuren op het schilderij zijn gekleed volgens de mode van de zestiende eeuw. De soldaten zijn herkenbaar aan de gehate ‘rode rokken,’ symbool van de katholieke ordetroepen. De boeren gaan gewoon door met hun dagelijkse bezigheden en zijn zich niet bewust van wat er gebeurt. Op de achtergrond zie je een stadsbeeld dat karakteristiek is voor Vlaanderen. De soldaten dragen ook een vaandel met een zwarte tweekoppige adelaar op een gele achtergrond; het keizerlijke banier van de Habsburgers, de baas in Vlaanderen. In een ander schilderij van Pieter Brueghel II, de Prediking van Johannes de Doper, zien we dat de mensen dicht opeen staan in de bosschages: een verwijzing naar de hagepreken. Maar ook andere schilders hebben kritiek in hun werk verpakt. Zo portretteert Jordaens in zijn Kruisdraging twee gevangenen die voortzwoegen. Een verwijzing naar de maatschappelijke druk die katholieken ondervonden in de protestantse Nederlandse Reupbliek.

In de uitgebreide catalogus nemen de auteurs ons mee door de tijd aan de hand van een rijke schakering aan kunstwerken en kunstenaars, beginnend in de middeleeuwen met kaarten van Antwerpen, getijdenboeken, retabels, altaarstukken, werken van Pieter Brueghel II (zijn familieleden en zijn vele navolgers), tot aan de grote kunstenaars uit de Barok als Michiel Coxcie, Peter Paul Rubens, Anthony van Dyck en Jacob Jordaens. Ieder kunstwerk wordt toegelicht, vergeleken met andere vergelijkbare werken. Er is aandacht voor de compositie, de beeldtaal, de contrasten, het kleurgebruik, het integreren van de 16e eeuwse maatschappij (steden, huizen, kleding, gebruiken) in Bijbelse onderwerpen, de verwantschap, de manier van werken in schilderateliers. Het is een genot om te lezen en om achter tal van feitjes te komen. Zo refereerden schilders naar kunstenaars waaraan ze hun inspiratie ontleenden of naar wiens voorbeeld ze schilderden. Jeroen Bosch was zo’n inspiratiebron. Of een werk van Albrecht Dürer dat niet gekopieerd maar geïntegreerd wordt in een schilderij van Van Orley. Diezelfde Dürer bezocht de 23 jaar jongere Lucas van Leyden om prenten uit te wisselen en maakte een portretje van Lucas.

Maar of Pieter Brueghel een verzetsstrijder was? Feit is dat hij en vele andere kunstenaars ateliers hadden waar op bestelling schilderijen werden gekopieerd. En daarbij moesten natuurlijk opdrachtgevers niet al te opvallend in een kwaad daglicht gesteld worden. Zo lijkt het betalen van belasting op Brueghels De volkstelling te Bethlehem kritiek leveren op de inning van belasting door de Habsburgers. Maar een recente ontdekking toont dat de eerste eigenaar van het schilderij belastinggaarder Jan Vleminck was. Tja, dan denk je dat nader onderzoek nog wel nodig is. En dat geven de auteurs ook zelf aan.

Dans Magazine

In dit boek kun je op een heerlijke manier grasduinen in het verleden, raakvlakken met het heden zoeken, genieten van subtiele details, vragen stellen, werken met elkaar vergelijken. Het levert een boeiende verrijkende zoektocht op. Jammer dat de afbeeldingen soms te klein zijn om de details goed te bekijken. Maar tot 4 juli 2021 is de tentoonstelling met deze werken te zien in het Bonnefanten Museum Gaan zou ik zeggen!

Bonnefanten Museum, Avenue Ceramique 250; 6221 KX Maastricht

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles